Plus Concertrecensie

Een toch wel verpletterende Sacre onder leiding van Jaap van Zweden

Jaap van Zweden stond woensdagavond voor de twintigste keer als dirigent voor het Koninklijk Concertgebouworkest. Donderdag en vrijdag staat hij er nog een keer. 

Dirigent Jaap van Zweden, woensdag in Het Concertgebouw. Beeld ANP

Alledrie de concerten waren aan het begin van de week al uitverkocht, wat misschien iets zegt over het enthousiasme waarmee het publiek deze zoon van Amsterdam tegemoet treedt.

Of misschien is het vooral ook nieuwsgierigheid, want in deze chefloze tijden (Daniele Gatti moest in augustus 2018 weg in de nasleep van #MeToo) is elk optreden van een dirigent met ambities hoe je het ook wendt of keert een openbare sollicitatie voor de vacant geworden post.

Het is goed te beseffen dat de musici, en niemand anders, beslissen wie het zal worden. En dat is niet zo raar, want zij moeten jaarlijks tien weken of meer intensief met de nieuwe chef werken, repeteren, bouwen aan iets moois, voordat het in de zaal aan de mensen, al dan niet op een buitenlandse tournee, wordt gepresenteerd.

De juiste match

Bij Van Zweden is dat resultaat na noeste repetities door de bank genomen van buitengewone kwaliteit. Gevolg: het publiek is dol op hem. Op de werkvloer, dus tijdens de repetities, is het beeld soms anders. Van Zweden is streng, kritisch, niet altijd even lief, soms cynisch en geen liefhebber van laissez-faire. Je kunt je voorstellen dat musici dat niet altijd even leuk vinden, hoezeer ze ook, net als Van Zweden zelf, altijd het hoogst haalbare niveau willen halen.

De nieuwe chef, wie het ook worden moge, moet bij een meerderheid van de musici ‘op de juiste knoppen drukken’ om uitverkoren te worden. Dit valt niet te faken. Het is een kwestie van karakter; van de juiste ‘match’, om andermaal een afgrijselijke uitdrukking te gebruiken.

Het hoogst interessante aan orkesten is dat je aan de lichaamstaal, gelaatsuitdrukking en gebaren van de musici aan het einde van een concert ondubbelzinnig kunt aflezen of er van zo’n ‘match’ sprake is. Zijn ze héél erg tevreden over de dirigent, dan zwiepen de strijkers met hun stokken op en neer, als teken van waardering. Zijn ze blij en tevreden, dan is er minimaal een glimlach.

Wat zagen wij woensdagavond na afloop van een niet zelden toch wel tamelijk verpletterende Le sacre du printemps? Geen zwiepende stokken en ook niet één glimlach, maar louter strakke gezichten en stramme lichamen.

Ik zeg verder niks. Ik stel slechts vast.

Van Zweden dirigeerde drie stukken. Eerst het gloednieuwe Softly Bouncing van Martijn Padding, die indruk maakte met originele timbrevondsten (melodica’s!) en soms ontroerende harmonieën. De eerste indruk was gunstig, maar ik wil het eerst vaker horen voordat de duim omhoog of omlaag gaat.

Daarna volgde het Adagio/Purgatorio uit Mahlers Tiende symfonie in een orkestratie van Willem Mengelberg. Voer voor musicologen. Van Zweden ontlokte hier aan het orkest een heldere, lichtgevende, koele en briljante strijkersklank, die fascinerend genoeg hevig contrasteerde met de manier waarop hij ooit zelf viool speelde (diep en zwaar).

Le sacre du printemps was een feest, al liepen de mechanieken ritmisch nog niet overal even gelijk. Maar door tussenstemmen verrassend te accentueren, zorgde Van Zweden veelvuldig voor een ander dan gebruikelijk klankreliëf – hoogst boeiend.

Klassiek KCO o.l.v. Jaap van Zweden

Gehoord 8/1, Concertgebouw

Nog te horen 9 en 10/1, aldaar

Uitzending 12/1, NPO Radio4 (14.00 uur)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden