PlusBoekrecensie

Een thrillerplot vol cartoonesk Reservoir Dogsgeweld, martelscènes en gortdroge ironie

Voor wie De sympathisant (2016) las, het Pulitzer Prizewinnende debuut van de Vietnamees-Amerikaanse schrijver Viet Thanh Nguyen (1971), zal zijn tweede roman, Vietnamees in Parijs, een hernieuwde kennismaking met een ontregelende antiheld zijn.

Dirk Jan Arensman
null Beeld Getty Images/EyeEm
Beeld Getty Images/EyeEm

Verteller in Vietnamees in Parijs is dezelfde (voormalige) Noord-Vietnamese dubbelspion die we in Viet Thanh Nguyens eersteling onder meer een poging zagen doen te infiltreren in Hollywood, om uiteindelijk in eigen land in een heropvoedingskamp te belanden.

De immer innerlijk verscheurde Vo Dahn (naamsbetekenis: ‘anoniem’) blijkt dat dus te hebben overleefd, net als de bootvluchtelingentocht naar een opvangkamp in Indonesië. En anno 1981 komt hij samen met zijn communistenvretende ‘bloedbroeder’ Bon in de Lichtstad aan, waar hen nieuwe zwartkomische avonturen wachten.

Via een ‘zogenaamde tante’ van Vo (lang verhaal) leren ze de bohemienwereld van linkse Franse intellectuelen kennen. Door een baantje in ‘het slechtste Aziatische restaurant in Parijs’, dekmantel van de criminele organisatie van hun ex-landgenoot ‘Boss’, raken ze als huisdealers van voornoemde intellectuelen verzeild in de handel in ‘hasjiesj’ én in een bloederige bendeoorlog.

Kolderieke plot

Voer voor een thrillerplot vol cartoonesk Reservoir Dogsgeweld, martelscènes en gortdroge ironie. (‘Hoewel ik alle reden had om bang te zijn voor de Boss, was ik iets minder bang voor Bon. Achteraf bleek dat een vergissing, aangezien Bon me door het hoofd heeft geschoten.’) Maar die gaandeweg steeds kolderiekere en moeilijker te volgen plot is welbeschouwd bijzaak.

Ook dit keer draait het vooral om de voortratelende innerlijke monoloog van de verteller. Om zijn overpeinzingen over de abjectheid van kapitalisme, kolonialisme en racisme. Over de vraag of hij, als bastaardzoon van een Franse priester, soms deels verantwoordelijk is voor wat ooit met een verraderlijk welluidend eufemisme la mission civilisatrice heette; over het failliet van idealen, de waarde van engagement en nog oneindig veel meer.

Waarbij zijn gedachtestroom steeds doorspekt is met aforistische one- of twoliners (‘Ah, tegenstrijdigheid! De eeuwige lichaamsgeur van de mensheid!’) en citaten van Marx, Sartre en De Beauvoir, Frantz Fanon en nog een heel bataljon andere denkers.

Je zou het misschien een satirisch-filosofische misdaadroman moeten noemen. Knettergek, waarschijnlijk deels mislukt, maar uitermate interessant en prikkelend tegelijk. Even gespleten en fascinerend als zijn verteller dus eigenlijk.

null Beeld

Vietnamees in Parijs

Viet Thanh Nguyen
vertaald door Paul Bruijn en Molly van Gelder
Uitgeverij Marmer, €24,99
389 blz.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden