PlusSterrenstof

Een talkshow belde, dus dan neem je op

Van talkshowoorlog tot showbizzhuwelijk: in de rubriek Sterrenstof neemt Roelf Jan Duin de mediaweek door. Deze week: gebeld en afgebeld worden door een talkshow.

Roelf Jan Duin
Roelf Jan Duin.
 Beeld Hilde Harshagen
Roelf Jan Duin.Beeld Hilde Harshagen

Een telefoontje uit Hilversum. Dan weet je wat je te doen staat: direct opnemen. En verdomd, het was een redacteur van een talkshow. Of hij gelegen belde, vroeg hij beleefd. Ze wilden iets doen met valsspelen bij schaken, en omdat ik daar meermaals over had geschreven kwamen ze bij mij uit. ‘Leuk!,’ zei ik net iets te enthousiast.

Ik weet inmiddels dat zo’n belletje een verkapt sollicitatiegesprek is, waarbij wordt gekeken of je kunt ‘leveren’. En ik weet inmiddels ook dat de vraag of je beschikbaar bent in de verste verte niet betekent dat je ook daadwerkelijk op tv komt. Met grote regelmaat word ik gebeld door talkshows, en met diezelfde regelmaat bellen ze weer af.

Daar kun je zuur over doen, maar je hebt je te verzoenen met de status die je hebt, en dit is kennelijk het bakje waarin ik ben beland. Ook snap ik dat in de zoektocht naar de geschiktste gasten eerst een sleepnet wordt uitgegooid, om er vervolgens de grootste vissen uit te halen. En bovenal: van alle misstanden op het Mediapark is het afbellen van gasten met afstand de onbenulligste.

IJdelheid

Interessanter is het waarom ik keer op keer opgewonden de telefoon opneem. Hoe mijn hartslag omhoog gaat bij het idee op televisie te komen. Dat ik het niet na kan laten om rond te bazuinen dat ik ‘misschien’ bij een talkshow mag komen (‘slag om de arm hoor, ze bellen later deze week nog een keer’), en hoe ik m’n agenda leegveeg, afspraken afzeg en vriendin en oppas oplijn voor het geval dat.

Feitelijk is er maar één reden te bedenken: ijdelheid. Het vooruitzicht van een gestreeld ego is kennelijk zo onweerstaanbaar dat je je dit parasitaire proces telkens opnieuw laat welgevallen. Dat je bereid bent om onevenredig veel tijd en energie op te offeren om een paar minuten op de nationale televisie te zijn. Dat zegt iets over mij, maar toch ook over de kracht die dat medium nog steeds heeft.

Rugbywedstrijd

Eenmaal zat ik daadwerkelijk in een talkshow. Het werd een ervaring die tegelijkertijd even under- als overwhelming was. In de dagen voorafgaand voerde ik eindeloze ‘voorgesprekken’, ik moest uren van tevoren in de studio zijn, en toen de show eenmaal was begonnen vond ik mezelf hopeloos verloren terug in een soort rugbywedstrijd, waarin ik tevergeefs afwachtte tot ik de bal zou krijgen. Na afloop, op een winderig perron, kreeg ik appjes van ooms en tantes. Ze vonden dat ik het ‘hartstikke goed had gedaan’. “Jammer dat je niet wat vaker aan het woord kwam!”

De redacteur die mij deze week belde, had gevraagd of ik misschien nog andere mensen kende die over schaken konden vertellen. “Hans Böhm, die is altijd leuk,” zei ik. De ochtend van de uitzending werd ik afgebeld, ’s avonds zag ik vanaf de bank Hans Böhm smakelijke schaakanekdotes opdissen. Goeie talkshowgast, dacht ik. Hij levert.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden