PlusInterview

Een servies boordevol seks en drugs maakte Arno Coenen

De ‘Delfts blauwe’ tegeltableaus op het nieuwe Amsterdamse skatepark op Zeeburgereiland zijn echte eye-catchers. In dezelfde stijl maakte Arno Coenen nu ook een servies. ‘Het was of ik voor het eerst echt kunst maakte.’

Beeld Arno Coenen

Om twaalf borden gaat het, zes grote en zes kleine bordjes, met individuele titels als Narco State, Denim & Leather en Seasons in the Abyss. In wat voor oplage verschijnen ze? “Een oplage van 666 exemplaren lijkt me wel mooi,” zegt Arno Coenen (1972), groot liefhebber van vooral de duisterder varianten van heavymetalmuziek (voor de niet-ingewijden: in die hoek is 666 bekend als het getal van de duivel).

Die liefde voor de metalcultuur spreekt ook uit het ontwerp van zijn servies, waarop ook andere subculturen aan bod komen. Er wordt in de met een eenvoudige balpen gemaakte voorstellingen ook volop verwezen naar drugs en seks. Een groot bord kost 179 euro, een kleine 150. Wie kopen zulke borden denkt Coenen? “Mensen zoals ik, tatoeëerders en barbiers, maar ook wel nette mensen. Die verheugen zich er nu al op bij een sjiek diner eten te serveren op zulke borden.”

Coenen – groot, breed en rijk voorzien van tatoeages, zelfs op zijn voorhoofd – is bekend van samen met zijn ex-vrouw Iris Roskam gemaakte ontwerpen voor het plafond van de Rotterdamse Markthal (ook wel bekend als Rotterdams eigen Sixtijnse kapel) en de Amsterdamse Beurspassage. Keramiek speelt al lang een rol in zijn werk; hij volgde de opleiding computergraphics aan de Gronings kunstacademie Minerva, maar studeerde in 1997 af met tegeltableaus met foto’s van gabbers, die werden geproduceerd bij het eerbiedwaardige aardewerkinstituut Koninklijke Tichelaar in Makkum.

Voetgangerstunnel

De tegeltableaus op het nieuwe skatepark op Zeeburgereiland waren een idee van Rune Glifberg, de Deense ontwerper van het complex. “Hij had die fiets- en voetgangerstunnel bij het Centraal Station gezien (met een tableau naar ontwerp van Irma Boon, red.) en wilde ook zoiets. Delfts blauw is een sterk medium, ook in het buitenland weten ze bij zo’n plaatje meteen: Nederland. Ik vind het mooi zo’n oude techniek te combineren met technieken van nu. Delfts blauw wordt met de hand geschilderd, de afbeeldingen op mijn tegels en borden worden geprint. Om van het gezeik af te zijn noem ik het maar Delft Blue Style.”

Voor de tableaus op het skatepark liet Coenen zich inspireren door de jaren tachtig. “Nu is skaten een olympische sport, kun je er les in krijgen en bouwt de gemeente Amsterdam zo’n park, maar in de jaren tachtig was het een echte undergrondcultuur. De tegels zijn daar een eerbetoon aan. Ook die tekeningen maakte ik met een balpen. Ik een skater? Ik wilde het heel graag, maar kon er geen reet van. Ik voelde me wel verbonden met die cultuur.”

De balpentekeningen voor zijn servies maakte Coenen afgelopen zomer. “Ik had een heel drukke tijd achter de rug, was verwikkeld in een vechtscheiding. Toen de kinderen drie weken bij haar waren, ben ik gaan tekenen. Al snel ging ik er helemaal in op en zat ik te werken als een monnik. Zonder me aan te kleden begon ik ‘s ochtends al en ik ging maar door. Zo werken is heel meditatief; er is geen ruimte voor andere gedachten. Geen stress, volledig geconcentreerd. Het was of ik voor het eerst echt kunst maakte. Toen ik de tekeningen op Instagram plaatste, werd er meteen gesuggereerd er borden of een heel servies van te maken.”

In een biertuin in de prachtige historische binnenstad van Dordrecht, waar hij tegenwoordig woont (‘Het is net een mini-Amsterdam’), legt Coenen de schetsboeken op tafel waarin hij de tekeningen maakte. Bijna absurd gedetailleerde tekeningen zijn het, waaraan hij per exemplaar gemiddeld een week werkte. Opvallend is hoeveel kleurnuances de balpentekeningen bevatten; van heel licht tot heel donker blauw.

Bicpennen

Coenen zweert bij pennen van het merk Bic. “Als ik aan het werk ben, heb ik er zo dertig, veertig om me heen liggen. Waarom nou juist Bic zo goed werkt weet ik ook niet , maar het lijkt wel of de inkt vloeibaarder wordt naarmate je langer werkt. Het is heel precies werk. Met mijn bril op zit ik echt met mijn neus op het papier.”

Gaat het ook wel eens mis? We zien dat op sommige tekeningen Tipp-Ex is gebruikt. “Ik werk zonder echt vooropgezet plan, maak geen schetsen, zet alleen met potlood de omtrek op het papier. Ik begin en zie wel waar ik uitkom. Het gaat zelden fout. En als het fout gaat: Tipp-Ex mag, vind ik. Ik ben weer helemaal terug bij hoe ik ooit begon met tekenen: met een etuitje met potloden, pennen, een gummetje én Tipp-Ex.”

Als ontwerper is Coenen internationaal actief en succesvol. Deze morgen kreeg hij slecht nieuws uit Zwitserland. “Ik had de competitie voor een plafondontwerp voor het station van Altdorf gewonnen. Altdorf, hoog in de Alpen, is de stad van Willem Tell en daar kon ik natuurlijk wel wat mee. Alles in kannen en kruiken, gaat het toch niet door. Daar ben ik flink ziek van. Maar you win some, you lose some: ik kreeg net ook te horen dat ze bij Tichelaar mijn borden willen produceren, ze gaan mijn tekeningen dan heel precies naschilderen.”

De borden van Arno Coenen worden verkocht door galerie byBranderhorst in Dordrecht (bybranderhorst.com). Zie ook arnocoenen.eu.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden