Plus PS

Een ode aan antiheld Kurt Cobain

Woensdag was het 23 jaar geleden dat Nirvana-zanger Kurt Cobain (27) zelfmoord pleegde. Zaterdag komt de docu Kurt Cobain: Montage of Heck op tv. Presentator en tv-maker Tim Hofman (28) brengt een ode aan zijn antiheld.

Beeld Peter Pakvis/HH

Mijn vader vond Kurt Cobain niks. Hij keurde de muziek niet af en vond hem ook wel een aardige figuur, maar het ­gegeven dat zijn oudste zoon zo naar hem opkeek, verontrustte hem. "Wat zie jij toch in een heroïneverslaafde die zijn hersenen door zijn achterhoofd naar buiten schoot? Dat kan niet goed zijn."

Zijn ogen gaan omlaag en hij kijkt mijn rolmodel aan. Die staart op zijn beurt glazig terug. Ik zit in de keuken op de trap en ben 14 jaar, op mijn grijze shirt het hoofd van Kurt Cobain. Het is twee maten te groot, want mijn maat was uitverkocht. Ik ben er geforceerd onverschillig over.

Ik ruik naar sigaretten en te veel deodorant, want ik heb stiekem gerookt en de geur geprobeerd weg te toveren met een lelijk luchtje van Axe. Mijn vader vervult zijn rol als ouder erg goed en doet alsof hij dat niet merkt.

Kinderliedje
"Wat ik in de rest niet kan zien," antwoord ik. Ik sta op en loop demonstratief naar boven. Dat zal 'm leren. Onverstoord gaat mijn vader door met de afwas.

"Het zijn eigenlijk antisolo's," zei Kurt Cobain over zijn gitaarsolo's. En dat klopte. Waar gitaarsolo's vaak een technisch of emotioneel hoogtepunt in een stuk muziek vormen, zijn de solo's in de muziek van Nirvana veelal een ruis van opgestapelde noten of juist bijzonder eenvoudig.

In Smells Like Teen Spirit volgt Cobain tijdens de gitaarsolo bijna verveeld zijn zanglijntje, het gruizige geluid van zijn distortion iets vriendelijker gemaakt met een chorus­pedaal. De solo van Come As You Are bevat vier noten - "We wilden liedjes met de simpelheid van een kinderliedje schrijven."

Onmetelijke energie
Songs als School en Love Buzz (cover van het nummer van het Nederlandse Shocking Blue, Nirvana's eerste single in 1989) bevatten op hun beurt juist dissonante, chaotische solo's. Zo speelde hij ze graag, in dienst van wat Cobain dacht dat punk was of moest zijn. Geen uitsloverij of masculien gepoch met zes snaren, zoals hardrock- of metalbands dat deden: een kleine melodie of een lichte ruis was genoeg. Microanarchie.

Zet daartegenover de Beatlesachtige structuur van de liedjes en de vrijwel altijd pakkende refreintjes en je vangt daarmee niet alleen de muziek van Nirvana, maar ook meteen wie Kurt Cobain was. Pop, maar ook punk. Zachtaardig, maar ook uitgesproken anti. En daarin nooit macho of haatdragend. Daar kon ik wat mee. Ik vond herkenning. Nog steeds, eigenlijk.

Met zijn fragiele lichaam, ongekamde haren en 1,70 meter was hij op het eerste gezicht niet een heel imposante verschijning, Kurt Cobain. Daar was ik als tiener erg blij om. Nog nooit eerder - goed, ik was 14 - werd ik zo geroerd en geraakt door muziek.

Bij elke keer dat Dave Grohl zijn drums inzette op de songs van Nevermind voelde ik een onmetelijke energie door mijn lichaam gaan, en wanneer Cobain op het latere In Utero een couplet tekstdichtte, voelde ik alle begrip die ik miste bij de wereld om me heen. Pathetisch, maar zo werkt een tienerhoofd nou eenmaal. (Toch? Nou? Hallo?)

Presentator en programma-maker Tim Hofman Beeld anp

En elke keer als ik opkeek, stond daar geen perfect, knap en atletisch rolmodel, maar gewoon die magere jongen met die scheuren in zijn broek en zijn ongekamde haren. Net als ik toen. Hij begreep mij, ik begreep hem.

Pokdalige junk
Mijn vader begreep dat op zijn beurt. Vandaar zijn ongerustheid. Want Cobain stond naast het creëren van kunst ook voor slopen van zichzelf. Constructie tegenover absolute destructie. Voor elk lied dat hij schreef, zette hij een spuit heroïne in zijn arm, voor elke keer dat hij op een podium stond, sloegen hij, Krist en Dave alle instrumenten en versterkers kapot. En voor ieder leven dat hij gaf - hij noemde haar Frances Bean - nam hij er een.

Godverdomme. Had mijn vader weer. Kon ik uit alle muzikanten, sporters en schrijvers een idool kiezen, moest het per se een pokdalige junk zijn die z'n emoties niet kon reguleren en daarom zichzelf door zijn gezicht schoot. Was de beste man mooi klaar mee. En zijn zoon maar in ­gescheurde broeken naar sigaretten en Axe ruiken en ­bedrukt zijn gitaar bespelen.

Het duurde en het duurde maar. 14, 15, 16, 20, 23. Tot ik ergens in de eerste helft van mijn twintiger jaren was, waren Kurt Cobain en de muziek van Nirvana een rode draad in mijn bestaan. Waar anderen huiswerk maakten of een paper schreven, was ik veel bezig met het bestuderen en spelen van de muziek, het lezen van teksten, biografieën, dagboeken en het verkrijgen van zeldzame opnames van concerten.

Andere tieners hadden geregeld seks, ik kon aan een foto van Kurt Cobain zien welk concert in welk jaar het betrof. Mijn beste vriend zal dit beamen. Enerzijds zonde van de tijd, anderzijds raak je daardoor minder snel onvoorbereid tienervader en dat is ook wat waard.

Hang naar compassie
Toch was het niet alleen het praktiseren van een hobby, het was ook een manier van denken. Ook dat was weer tweeledig: ik kon me goed vinden in het feministische, ­homovriendelijke en machogedrag afkeurende deel van waar Cobain voor stond. Het goddeloze denken. Maar ook het - naar ik nu vind laffe - verdwijnen in negatieve emoties en daar niks anders mee doen dan erin zwelgen, was iets wat ik kon vinden in het nalatenschap van Cobain.

Vraag een Nirvanafan hoe het met hem gaat en hij zegt je eerst dat alles goed is en zorgt na twee bier dat het over niets dan zijn huidige emotionele staat (Niet goed! Écht niet goed!) gaat, in een ziekelijke hang naar compassie.

Ik zocht dat klaarblijkelijk.

I Hate Myself and I Want To Die. Volgens Cobain was dit lied (losse publicatie, 1993) een knipoog naar de speculaties dat het niet goed met hem zou gaan. Gebbetje van ­Cobain. Maar toch, Look on the Bright Side is suicide, aldus het refrein van Milk It (nummer 8 op In Utero). Dat laatste refrein heeft Cobain publiekelijk nooit ontkracht. Maar hij zong het wel. Op oudejaarsavond, nog net niet 1994, voor het laatst op een podium in Oakland.

27
"Ha, een belangrijk jaar." Mijn vader geeft me drie zoenen en feliciteert me met mijn 27ste verjaardag. Ik snap zijn grapje, hij dat ik dat snap. Het is een relaxte verjaardag in kleine kring. 's Avonds wijs ik iedereen de deur. De hele dag hebben we muziek gedraaid: veel Drake, nul keer
Nirvana. Die tijd is voorbij. Mijn vader weet dat. Ik sta alleen op mijn balkon en bedenk me waarom dat is.

Wat is er veranderd? De antisolo's vind ik nog even prachtig en ik heb ook nog steeds niks met macho's. Maar het verdrinken in negatieve emoties en zelfmedelijden is eruit. Het voelt alsof ik sinds een paar jaar gedaan heb wat ik daarvoor nooit deed: mijn best om rechtop te staan. Daarmee verdween ergens mijn connectie met Nirvana.

Ik steek een sigaret aan, terwijl ik allang niet meer rook. Het voelt als stiekem. Spotify. Afspeellijsten. Nevermind. Om het af te leren. Had jezelf vermand, dan had je dochter nu een vader en wij meer muziek, denk ik, en ik mompel wat mee met de muziek. 'Maar goed, eerlijk is eerlijk, jij had nooit een vader zoals ik die heb.'

Ik blaas de rook langzaam uit.

3Doc: Kurt Cobain: Montage of Heck, morgen bij de VPRO, NPO 3, 21.55 uur.

Beeld Peter Pakvis/HH
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden