PlusAchtergrond

Een nieuwe schat uit de kluis van Frank Zappa: album nummer 116

Ook op The Mothers 1970, zijn 116de album, blijft Frank Zappa (1940-1993) de wereld verbazen met de unieke vanzelfsprekendheid waarmee hij alle denkbare genres met elkaar combineerde.

1970: Zappa met vlak daarachter The Mothers: George Duke, Ian Underwood, Jeff Simmons, Mark Volman, Howard Kalen en Aynsley Dunbar.Beeld Mirrorpix via Getty Images

Frank Zappa zou op 21 december 80 jaar zijn geworden, als hij niet op 4 december 1993, bijna 27 jaar geleden, op zijn 52ste was overleden. En nu we toch met getallen bezig zijn: het zojuist verschenen album The Mothers 1970 (vier cd’s) is nummer 116 in zijn catalogus. Dat de productie na zijn dood niet is stilgevallen, komt door de inspanningen van de erven Zappa, die sinds de dood van Zappa’s echtgenote Gail goede werken verricht, met zoon Ahmet en met Joe Travers, de beheerder van Zappa’s legendarische kluis vol opnamen, als drijvende krachten.

Ahmet en Travers waren eerder dit jaar verantwoordelijk voor The Hot Rats Sessions, een doos met zes cd’s, waarop de genese van een van Zappa’s geliefdste albums, Hot Rats, tot in detail in kaart werd gebracht, 51 jaar na de oorspronkelijke release. Waar blijft de tijd. Voor de nog altijd talrijke liefhebbers was dit smullen, omdat je kon meemaken hoe Zappa in de studio met zijn musici werkte, hoe hij ze instrueerde en inspireerde en hoe kritisch hij was; alleen tevreden met het resultaat als iedereen zichzelf overtrof.

The Mothers 1970 is om andere redenen interessant. De specifieke samenstelling van deze groep bestond maar een maand of zeven, pakweg vanaf het opheffen van de oorspronkelijke Mothers of Invention na het geniale album ­Uncle Meat tot de opnamen van 200 Motels in Londen. In de wirwar van de personeelswisselingen zijn deze Mothers te herkennen aan de aanwezigheid van twee opvallende zangers, afkomstig uit The Turtles – Mark Volman en Howard Kaylan – die vanwege juridisch gedoe hun eigen namen niet mochten gebruiken. Ze kozen voor de pseudoniemen Flo (afkorting van The Phlorescent Leech) & Eddie. Ook in de groep: de toetsengeweldenaar George Duke, de formidabele Britse drummer Ainsley Dunbar en Ian Underwood, de enige die uit de oorspronkelijke Mothers of Invention was overgebleven.

Luisterend naar The Mothers 1970 blijf je je verbazen over het vele prachtigs dat vaultmeister Travers nu weer heeft weten op te diepen en vooral hoeveel er nog steeds ligt te wachten op een officiële uitgave. Daarboven zweeft weer de verbijstering over Zappa’s bovenmenselijke productie.

Typische Zappamelodieën

Op The Mothers 1970 staat veel dat zelfs de allergrootste Zappafanaten niet kenden (of alleen in erbarmelijke opnamekwaliteit, op Beat The Boots) en versies van nummers die pas veel later op albums terugkeren (Wonderful Wino, Envelopes). Heerlijk is het duet van Zappa op slaggitaar met Dunbar in Item 1, vol ritmische gekkigheid. Erg goed zijn ook Lola Steponsky en Giraffe – ­take 4, met melodieën zoals alleen Zappa ze kon bedenken.

De tweede cd is met name voor Nederlandse fans interessant. Het betreft de opname van Zappa’s optreden bij VPRO’s Piknik in juni 1970, die al vele jaren als bootleg in omloop was, maar hier drastisch is opgepoetst. De band laveert tussen klassiek werk (een stukje uit Agon van Stravinsky en Igors Boogie), lange improvisaties (King Kong) en poppier werk als Concentration Moon en The Air, onderstrepend dat er destijds en sindsdien geen band meer is geweest die met zoveel vanzelfsprekendheid alle genres naast en door elkaar gebruikte.

De derde cd uit deze box bevat grofweg dezelfde set als bij Piknik. Veel van het andere werk op deze cd kenden we al van platen als Fillmore East – June 1971.

Cd vier bevat onder meer livemateriaal dat is opgenomen in Florida, waar Zappa contractueel moest vastleggen dat hij zich zou onthouden van obsceniteiten en ander moraal laakbaar gedrag. Uiteraard drijft hij daar op het podium de spot mee. In Portugese Fenders en Guitar Build ’70 laat Zappa zijn fenomenale kwaliteiten als gitarist horen en in Turn it down! doet George Duke hetzelfde, maar dan als pianist op de Fender Rhodes.

Interessante aanvulling

De opmerkelijkste track op The Mothers 1970 is een krankzinnige versie van Gris Gris van Dr. John, die meespeelt, maar niet door de fans wordt herkend, tot verontwaardiging van Zappa. ‘Oh, fuck off, you idiot! Don’t you recognize Dr. John, live in person!’

The Mothers 1970 is een interessante aanvulling op een immens oeuvre, maar het wachten blijft op The Rage And The Fury, de nog door Zappa zelf gemixte en geproduceerde verzameling van stukken van Edgard Varèse, gespeeld door het Ensemble Modern. Kan hier eindelijk eens vaart mee gemaakt worden?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden