PlusInterview

Een nieuwe blik op de man in literatuur: ‘Geen veroordeling’

Mannen die boeken schrijven over mannen, de westerse literatuur kent er genoeg. Hoe moeten we omgaan met deze klassiekers nu de man tot ‘de problematische sekse’ is gaan behoren? ‘Het blijft een ongemakkelijk onderwerp.’

Het Boekenbal van 1984, in Carré, met vlnr Jan Blokker, Karel van het Reve en Hugo Brandt Corstius.Beeld Nationaal Archief

Zijn naam staat groot op de voorkant, hoewel hij dat zelf liever anders had gezien. “Maar mannen zijn er historisch gezien natuurlijk goed in om met de eer van anderen te strijken,” zegt Jan Postma lachend. Vorige maand verscheen de essaybundel Jongens waren we: De problematische sekse in de literatuur. Een leeslijst van 22 romans die de worsteling van schrijvers met hun eigen mannelijkheid laat zien. De besprekingen zijn geschreven door onder anderen Marja Pruis, Maxim Februari en Theodor Holman. Postma zelf schreef de inleiding en het essay over Revolutionary Road van Richard Yates.

“Ik zag er wel een beetje tegenop,” zegt hij. “Mannelijkheid, vrouwelijkheid en het vermeende verschil tussen de twee zijn ingewikkelde onderwerpen waar ik niet makkelijk over praat.”

Over de inleiding van het boek en wat hij daarin precies wilde zeggen, heeft Postma dan ook maanden nagedacht. “Toen ik eenmaal begon te schrijven, stond het snel op papier.”

Waar zit voor u het ongemak bij dit thema?

“Het is moeilijk om er zinnige dingen over te zeggen. Het gaat om zulke grote onderwerpen. Dan trap je al snel open deuren in. Ik kan instinctief ook niet goed tegen grote categorieën zoals mannelijkheid met daartegenover vrouwelijkheid. Als je in dat soort grote termen gaat nadenken en daar uitspraken over doet, denk je dat je de wereld verheldert. Maar eigenlijk verhul je op die manier juist allerlei belangrijke eigenschappen van de mensen om je heen.”

“Ik heb ook het idee dat mensen die veel schrijven over mannen en vrouwen niet doorhebben dat de verschillen binnen deze groepen veel interessanter en belangrijker zijn dan alles wat je over het grote plaatje wilt en kunt zeggen. Ik kan zelf niet goed over die gedachte heen stappen. Dat maakt het voor mij ongemakkelijk om over zulke allesomvattende thema’s te schrijven.”

Was dat de reden om juist een essaybundel over mannelijkheid uit te brengen?

“Nee. Het was ook niet helemaal mijn eigen idee. De redactie van De Groene Amsterdammer maakt elke zomer eenzelfde soort leeslijst. We vergaderen met zijn allen over het thema. Maar ik vond het zeker een gerechtvaardigd onderwerp. Giftige en gevaarlijke mannelijkheid is de laatste jaren op meerdere manieren in de actualiteit langsgekomen.”

“De vorige bundel in deze reeks was trouwens De nieuwe feministische leeslijst van Marja Pruis. Jongens waren we is absoluut niet bedoeld als tegenhanger van dit boek. De onderwerpen rechtvaardigen zichzelf. Het is niet zo dat na de vrouw de man aan de beurt was.”

Welke van de besproken titels verraste u het meest?

“Miriam Rasch bespreekt de autobiografische reeks Mijn strijd van de Noorse schrijver Karl Ove Knausgård. Ze heeft al veel over zijn werk geschreven, maar weet in dit essay echt een nieuwe, creatieve en verrassende observatie te doen. Het werk van Knausgård, een schrijver die toch bekendstaat als de ultieme man, zet ze op een manier uiteen dat het verschil tussen de seksen helemaal wegvalt. Zelfs de mannelijkste man maakt Rasch in deze lezing een vrouw. Dat vond ik inspirerend om te lezen.”

Bent u tot nieuwe inzichten gekomen over uw eigen mannelijkheid?

“Dat vind ik lastig. Ik ben de laatste jaren sowieso al op een andere manier naar mannelijkheid gaan kijken. Voornamelijk door de geboorte van mijn dochter. Als man kun je er lang mee wegkomen niet te diep over deze dingen na te denken, maar op zo’n moment word je gedwongen op een nieuwe manier te kijken naar de wereld en de dingen die je als vanzelfsprekend beschouwt.”

“Het is denk ik wel belangrijk om te benadrukken dat mannelijkheid het thema van de bundel is, maar niet meer dan dat. Uiteindelijk is het een verzameling essays over literaire werken. We willen niet iets poneren over mannelijkheid. We hebben mensen gevraagd boeken die het lezen of herlezen waard zijn met een verse blik te bekijken: de blik van de worstelende man. Het boek is geen ultieme poging om iets zinnigs over de man te zeggen. De ondertitel ‘De problematische sekse’ is eigenlijk ook een beetje ironisch. In de zin dat het een veroordeling is, maar dat het boek niet uit is op een veroordeling van de man.”

Jan Postma (1985) is schrijver en journalist. Sinds 2015 werkt hij bij weekblad De Groene Amsterdammer. In 2017 verscheen zijn eerste essaybundel Vroege Werken bij uitgeverij Das Mag.Beeld Ringel Goslinga
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden