PlusAchtergrond

Een museum voor niet-essentiële kunst in coronatijd: ‘Waar mogen we onder de huidige maatregelen wel en niet naar kijken?’

Wel naar de bouwmarkt, niet naar het museum. De onevenwichtige coronaversoepelingen zeggen veel over de lage prioriteit die kunst heeft. Het Museum voor niet-essentiële kunst stelt dit aan de kaak.

Vanaf woensdag te zien in het ‘museum’: low budget trofeeën op sokkels, gekocht in net heropende niet-essentiële winkels.  Beeld -
Vanaf woensdag te zien in het ‘museum’: low budget trofeeën op sokkels, gekocht in net heropende niet-essentiële winkels.Beeld -

Natuurlijk is het hartstikke fijn dat we sinds anderhalve week weer op het terras mogen zitten en ook weer naar winkels mogen die vallen in de categorie ‘niet-­essentieel’. Maar musea, bioscopen, theaters en literaire podia blijven gesloten zoals ze dat al bijna een halfjaar zijn. “Dat doet je afvragen waar de kunst staat,” zegt Leon Caren van cultureel platform We Are Public. “Welke prioriteit heeft kunst als het zelfs niet onder ‘niet-essentieel’ valt?”

Om die vraag kracht bij te zetten opent We Are Public aanstaande woensdag het Museum voor niet-essentiële kunst: een pop-up presentatie in de ruimte van Droog aan de Staalstraat. In naam heet het museum, maar het getoonde werk wordt geveild en er worden posters, tasjes en ­andere merchandise verkocht zodat de onderneming officieel geldt als winkel. Die omzeiltactiek is geïnspireerd door een bezoek aan de ­Oude Kerk, die een maand geleden tegendraads openging door tentoonstellingsbezoek te verpakken als ‘contemplatieve wandeling’. “Een slimme maas in de wet,” vindt Caren. “Maar het besef dat dat zes maanden lang niet kon, voelt niet goed. Daar moesten we iets mee.”

Commercie tegenover kunst

In de eerste helft van de looptijd toont het ­‘museum’ voorwerpen die Bas Morsch, artistiek directeur van We Are ­Public, op de kop tikte in de net heropende ­winkels. Slippers met regenboogdecoratie, een keramieken appeltje van nog geen euro, een kitscherig boeddhabeeld, een lamp in de vorm van een tekenfilmpuppy. Deze low budget ­trofeeën van de opnieuw ontketende shopper worden gepresenteerd op serieuze sokkels, als readymades in de traditie van Marcel Duchamps urinoir. In de tweede week krijgen ze gezelschap van het werk dat vijf kunstenaars hebben gemaakt met spullen uit de ‘niet-essentiële’ Primark, Action en Xenos.

“Normaal vergt een project maanden voor­bereiding, maar dit is anderhalve week geleden bedacht. De reacties van kunstenaars waren direct zo enthousiast, dat we extreem ad hoc te werk zijn gegaan. Met de tweeledige opzet gunnen we de kunstenaars iets meer tijd, maar ­inhoudelijk klopt het ook: commercie tegenover kunst. Waar mogen we onder de huidige maatregelen wel en niet naar kijken?”

Ondanks de afwijkende uitwerking past het Museum voor niet-essentiële kunst goed bij de opzet en instelling van We Are Public. Caren en Morsch richtten het platform op in 2014 om een nieuw, jonger publiek te interesseren voor kunst en cultuur. Een abonnement van maandelijks €18 geeft onbeperkt toegang tot een ­gecureerd aanbod, samengesteld uit de programma’s van vierhonderd instellingen. “Wij zijn disruptief en willen de relatie tussen kunst en publiek veranderen,” stelt Caren. “Dat is nu niet anders. Wij willen niet klagen of verontwaardigd bekritiseren, maar liever iets visueel sterks neerzetten.”

Dat deed We Are Public drie jaar geleden ook met de Free Art Now-postercampagne, waarmee werk van onder anderen Melanie Bonajo, Jan Hoek en Daniëlle van Ark doordrong tot de hoeken en gaten van de Amsterdamse openbare ruimte. In 2019 begon Front Row, een continu experiment met zelf geïnitieerde projecten buiten de gebaande paden van het culturele circuit.

Na het ingaan van de eerste lockdown kwam We Are Public al snel met een gepast antwoord. “Ons programma lag in één klap stil, het abonnement werd waardeloos,” memoreert ­Caren. “Toen hebben we het In Art We Trust Fund opgezet en de helft van onze ruim 10.000 leden heeft zijn bijdrage daarin gestort. Tot en met juli hebben we daarmee zeventig kunstenaars kunnen ondersteunen met ieder één maandloon. In ruil deelden zij hun werk en werkproces, waardoor een heel directe connectie ontstond tussen ­makers en abonnees.”

Met die zeventig kunstenaars werd tijdens de tweede lockdown een uitgebreid online programma opgezet: previews van films, vraag­gesprekken, diapresentaties waarmee makers over hun inspiratiebronnen vertellen, voorleessessies uit nog ongepubliceerde boeken. “Dat programma houden we deels ook na corona aan. Maar online heeft ook z’n beperkingen. Ons Front Row Festival, bijvoorbeeld, willen we ­absoluut in fysieke vorm houden. We hopen op deze zomer. Iedereen staat te trappelen.”

Museum voor niet-essentiële kunst: 12-26 mei in @droog, Staalstraat 7B.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden