PlusAchtergrond

Een modieuze ode aan de multiculturele wijk

Het Rotterdamse streetwearlabel Clan de Banlieue ontwierp het derde shirt van Sparta, ligt vanaf september bij Foot Locker en opende net een tweede winkel, aan de Nieuwezijds Voorburgwal.

‘Wij willen een community bouwen, mensen verenigen,’ zegt Richard Lopes Mendes van Clan de Banlieue. Beeld Darnell Rozenblad

Stilletjes werd de eerste Amsterdamse winkel van Clan de Banlieue vorige week geopend, want als de heren een feestje geven is het hek van de dam. zegt Richard Lopes Mendes (26): “Dan wordt het zo’n chaos, dan gaat de gemeente ­meteen ciao zeggen.” Het Rotterdamse merk heeft in vijf jaar tijd een grote achterban opgebouwd en die is, net als voetbalfans, enorm trouw, zegt Lopes Mendes.

Mag Donny van de Beek ook een Clan de ­Banlieue-tracksuit kopen? “Graag, misschien heeft hij er al een. Hakim Ziyech en David Neres komen al jaren bij ons. Op uitnodiging van Georginio Wijnaldum gingen we onlangs met een koffer vol Banlieue naar het trainingscomplex van Liverpool, zijn teamgenoten waren geïnteresseerd. Gechild, gelachen en gegeten met de jongens en weer naar huis.”

Samen met Sinan Karaca (27) en Levie Merckens (31) begon Lopes Mendes het streetwear­label. Allen geboren en getogen Rotterdammers met respectievelijk Turkse, Surinaamse en Kaapverdiaanse roots, samen opgegroeid met Het Kasteel, het stadion van Sparta. Lopes Mendes’ broer Djaniny (18) speelde acht jaar bij de club, veel vrienden spelen er nu of hebben in het eerste gespeeld, Merckens was er jeugdtrainer. Sinds het promoveren naar de eredivisie vorig jaar ontwierpen ze het derde Spartatenue, zwart met grijze accenten, ook te zien in diverse e-games.

Examenopdracht

De ambitieuze Rotterdamse ondernemers kunnen hun eigen plannen nauwelijks bijhouden. In twee jaar tijd verhuisden ze drie keer in ­dezelfde straat – de Zaagmolendrift in Rotterdam-Noord, een broedplaats voor creatieven – naar een pand van 500 vierkante meter. Daarnaast hebben ze er een eigen loods, drukkerij en inmiddels 31 medewerkers, Sinds een jaar wordt Clan de Banlieue in alle filialen van de Bijenkorf verkocht, vrijwel vanaf de start van het merk in 2015 lagen ze al bij Soccerfanshop, de grootste onlinesportfanshop van de Benelux. Vanaf september komen daar Foot Locker en JD Sports in geheel Europa bij.

En dat terwijl het merk zes jaar geleden begon als een examenopdracht van Lopes Mendes voor het Albeda College. “Ik moest een eigen ­onderneming opzetten, ontwierp een T-shirt en daar ontstond vraag naar. Levie had thuis een drukkerij opgezet waar hij merchandise voor ­artiesten bedrukte, onder meer voor Broederliefde, dus daar kon ik terecht. Ik begon het shirt te verkopen via Instagram, maar ik wilde geen winst maken, ik zag liever dat zo veel mogelijk mensen het voor een goede prijs konden ­kopen.”

Van het een kwam het ander, de heren staken de hoofden bij elkaar. Een jaar later kwamen de eerste trainingspakken, 450 stuks, terug uit China. “We raceten naar de zaak, maar het was zooi, kleurverschil, slechte materialen, al onze doekoe zat erin, tranen in mijn ogen, we dachten: nee man, dit kan niet. We hebben alles vernietigd en ervan geleerd, we doen nu alles zelf. Álles. Dat is onze kracht, we hebben geen haast om een Ferrari te kopen. We proberen het juiste te doen op het juiste moment, zonder investeerders. Levie en ik zitten soms zelf tot half vier ’s nachts duizenden jassen te tellen.”

Hun succes is mede te danken aan dat teamwerk, zegt hij. “80 procent van onze fulltimers is begonnen als stagiair, het merk is ook hun baby geworden. Centraal staan loyaliteit en broederschap, dat is belangrijker dan heel veel geld verdienen. United we stand, divided we fall.”

Levie Merckens, Sinan Karaca en Richard Lopes Mendes.Beeld Jari Nuno

Patta

Met het merk, een ode aan banlieues, multiculturele buitenwijken, willen ze een positieve draai geven aan een negatief beladen term. “Het is er ook heel fijn, zo kun je er onder meer altijd bij je buurman aankloppen en aanschuiven voor het eten.” Parijs telt 21 banlieues, nummer 22, een in hun assortiment veel voorkomend nummer op items, staat voor het samenkomen van alle banlieues in de wereld. “Wij willen een community bouwen, mensen verenigen.”

Rotterdam heeft niet zo’n grote streetwear­scene als Amsterdam. Lopes Mendes: “Patta is daar natuurlijk al zestien jaar bezig. Ik vind Patta dope, ik draag het ook, maar ik ben een echte Nikeguy.”

Hun merk stond in het begin vooral bekend vanwege zijn trainingspakken met de merknaam aan de zijkant van benen of armen. “Die ging vanaf het begin zo door de roof. ­Soccerfanshop, de grote jongens in het sport- en voetbalgebeuren, verkopen ons pak nu beter dan een exemplaar van FC Barcelona of Bayern München.”

De ondernemers zijn nu op weg van Clan de Banlieue een echt streetwearlabel maken, ‘met polo’s, jasjes, cargobroeken en bodywarmers. “Dat is heel goed ontvangen, er staan veel mooie dingen te gebeuren dit jaar.” Het logo, een ronde vingerafdruk die staat voor een wereldbol, met daaromheen de naam van het merk, is prominent aanwezig op alle kledingstukken en accessoires. Lopes Mendes: “Je moet herkenbaar zijn, laten zien wie je bent, als onbekend streetwearmerk kan dat niet met alleen een labeltje in de nek. ‘Big branding’ is sowieso weer in, dat zie je ook bij Nike, Adidas, Dior en Gucci.”

Elke maand, op de 22ste, is er een drop nieuwe items die gepaard gaat met een rij voor de deur. In februari runden ze drie dagen lang een pop-upstore in de Hoogstraat in Rotterdam, waar mensen om vier uur ‘s ochtends al voor de deur lagen. “Sommigen stonden wel acht uur lang in de rij, ik heb moeders gezien met kinderen, oma’s met kleinkinderen, een hele gevarieerde community.”

Bloedende knieën

Kent hij andere succesvolle Rotterdamse streetwearmerken? “Uhm, ik kan ze niet binnen drie seconden opnoemen, maar er zijn wel veel ­starters nu, zij komen ook bij onze drukkerij. We willen anderen helpen en iets bijdragen aan de samenleving. Daarom geven we ook praatjes op universiteiten en scholen. “Soms sta ik voor 500 man, maar ik kom ook als het maar voor vijf man is. Prima. We gaan binnenkort een programma starten met het Zadkine College. Niet om Banlieue te promoten, maar om te laten zien wat er mogelijk is, dat je je dromen moet volgen.”

Het geestige is dat een eigen kledinglabel nooit de droom is geweest van Lopes Mendes, maar hij was wel al van jongs af aan een ondernemer en regelaar, stelt hij. Op zijn dertiende ging hij in zijn woonwijk Oud-Mathenesse langs de deuren om handtekeningen te verzamelen voor de renovatie van het voetbalveldje in het Serumpark, waar hij en zijn vrienden altijd te vinden waren. “Een oud grasveldje zonder ­lijnen, zonder niks, veel bloedende knieën en gebroken enkels, wij wilden graag kunstgras net als die Cruyff Courts. Ik heb de handtekeningen persoonlijk afgegeven bij de burgemeester. ­Binnen een half jaar was dat veldje er.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden