Plus Boekrecensie

Een Knipperend Ogenblik is een cadeau voor Remco Campert

Remco Campert mag dan 89 jaar oud zijn, hij blijft de schuchtere jonge schrijver van wie elke generatie opnieuw ontdekt hoezeer hij een monument is in de Nederlandse literatuur.

Remco Campert is nu 89, maar hij blijft een jonge, schuchtere schrijver Beeld Rink Hof

In Het Leven Is Vurrukkulluk (1961) beschrijft hij het zinloze en toevallige bestaan van een paar willekeurige mensen rond het Leidseplein en het Vondelpark. Een prachtige stadsvertelling die keer op keer is herdrukt, en recent werd verfilmd.

Campert kreeg in 1976 de P.C. Hooftprijs. Hij was toen nog niet halverwege zijn schrijvers­loopbaan. Bijna op een terloopse manier heeft hij daarna nog ruim vijftig boektitels aan zijn oeuvre toegevoegd. Hij bleef de schrijver die de vergeefsheid van het bestaan heeft gerehabiliteerd.

Als Campert zijn leven lang niet zo bedeesd was geweest, zou hij zeker onze nationale knuffelbeer zijn geworden. Toen hij eerder dit jaar aankondigde voorgoed op te houden met schrijven, was dat een nationale gebeurtenis. Alle kranten en televisiejournaals maakten er melding van. In elk interview of publiek optreden zien we de vriendelijke dichter die het druk heeft met aarzelen en met het relativeren van de wereld, maar ook van zichzelf.

Toch heeft Campert een immens oeuvre bij elkaar geschreven. Dichtbundels, korte verhalen, romans, columns. Minder bekend is dat hij ook cartoons heeft getekend voor onder meer Het Parool en dat hij menig boek heeft vertaald.

Echt of fictie?
Hij is een dromer zoals de hoofdpersoon van het door hem geliefde boek Kees de Jongen van Theo Thijssen. De fantasieën van Kees Bakels 'kwamen haast huiveringwekkend dicht bij die van hemzelf', schrijft Mirjam van Hengel in een bijna zeshonderd pagina's dik boek over Campert dat afgelopen week verscheen.

Geen biografie is het, maar een 'portret'. Twee jaar lang heeft Van Hengel bijna elke vrijdagmiddag met Campert en zijn echtgenote Deborah gesproken, waardoor 'iets van zijn hartenklop in dit boek terecht is gekomen'.

Dat mag je een eufemisme noemen. Van Hengel heeft op vaardige wijze Campert in feite geïnterviewd. En zoals het een goede interviewer betaamt, heeft ze zich goed voorbereid. Ze reisde naar plekken waar Campert in zijn jeugd heeft gewoond, sprak vrienden en collega's en las natuurlijk zijn werk. Daar geeft Campert dan commentaar op.

Of je nu van een portret of een biografie moet spreken, het levert een prettig leesbaar boek op, al zit er wel erg veel 'hartenklop' van de geportretteerde in. Dat is in het geval van Remco Campert een bezwaar, want veel van wat hier aan de orde komt is in zijn eigen werk al uit en te na beschreven.

De biografie behoort tot 'het nobele genre van de fictie', zo haalt Van Hengel aan het begin van haar boek Campert instemmend aan. Dat is wel verwarrend in een boek, portret of biografie, waarin de indruk wordt gevestigd dat dit het echte levensverhaal van Campert is.

Verzetsgedicht
Twee kapiteins op een schip dus. Dat wreekt zich bijvoorbeeld als Van Hengel aan Campert kan vertellen dat zijn vader Jan (gescheiden van zijn moeder, de actrice Joekie Broedelet) in 1938 toch een tijdje bij hen in huis heeft gewoond. Remco 'lijkt mij zelfs haast niet te geloven als ik het vertel', staat er zonder bronvermelding.

Het leven van Remco Campert is getekend door dat van zijn vader, Jan Campert, al heeft hij hoegenaamd geen herinneringen aan deze dichter van De Achttien Doden, het beroemde verzetsgedicht waarmee de geschiedenis van Uitgeverij De Bezige Bij begon. Jan Campert werd vermoord in het Duitse concentratiekamp Neuengamme.

Toen koningin Wilhelmina na de bevrijding in 1945 De Bezige Bij kwam bezoeken werd de jonge Remco aan haar voorgesteld: 'Jij wilt zeker je vader achterna,' zei de koningin. Remco schrok. Dood, net als zijn vader? 'Nou, liever niet,' stamelde hij rood van schaamte.

Spijbelen
Toch trad hij in zijn voetsporen, als schrijver. Op het Amsterdams Lyceum publiceerde hij in de schoolkrant stukjes en gedichten (ook tekeningen) en leerde daar Rudy Kousbroek kennen. School was niets voor Remco.

En hoe de rector ook probeerde hem te stimuleren, alleen in spijbelen blonk hij uit. In 1950 begon hij samen met Kousbroek een literair tijdschriftje: Braak. Bert Schierbeek en Lucebert kwamen er bij en plotseling bevond de jonge Campert zich in het gezelschap van de Vijftigers.

Nou ja, hij wás ook een Vijftiger, want hoe verschillend ook, doordat Simon Vinkenoog de bloemlezing Atonaal samenstelde werden ze voor de buitenwacht aaneengesmeed. Allemaal jongens die vooral ergens tegen waren: Jan Elburg, Bert Schierbeek en Vinkenoog zetten zich graag af tegen de 'gevestigde' literatuur, die ze trouwens nauwelijks gelezen hadden.

Cadeau
Dat hele Nederland was maar niks, zo vonden Campert en Kousbroek, en ze vertrokken naar Parijs. Campert heeft er een paar jaar gewoond, een leven van romantische armoede en een inspiratiebron voor zijn rijke kunstenaarschap.

Van Hengel vertelt mooie verhalen over Camperts echtgenotes (vier) en vriendinnen, over de ontmaagding van de later lesbisch geworden schrijfster Andreas Burnier, over zijn tweede vrouw Fritzi Harmsen van der Beek met wie hij 'fabeltjes' in Elseviers Weekblad publiceerde en over mensen 'aan wie ik dagelijks denk': Hugo Claus, Lucebert en Geert Lubberhuizen.

Een Knipperend Ogenblik is een cadeau voor Remco Campert, zijn lezers en allen die hem graag mogen. Als we dit 'portret' moeten geloven, dus voor iedereen.

Lees ook: Mirjam van Hengel over Campert: 'Er zijn dingen waar hij niet over praat'

Mirjam van Hengel: Een Knipperend Ogenblik, portret van Remco Campert. €29,99, 586 blz. Beeld De Bezige Bij
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden