PlusBoekrecensie

Een klein Afrikaans dorp komt in opstand tegen een grotere macht

Imbolo Mbue schreef een epische roman over de strijd van een groep dorpsbewoners tegen een multinational en een corrupte overheid. Lekkende pijpen, verwoeste landbouwgrond en radicalisering uit moedeloosheid.

In Nigeria (Goi) leven de inwoners op vervuilde grond en met vervuild water door oliewinning van bedrijven als Shell. Beeld Marten van Dijl/EPA
In Nigeria (Goi) leven de inwoners op vervuilde grond en met vervuild water door oliewinning van bedrijven als Shell.Beeld Marten van Dijl/EPA

‘Gewone Nederlander’ Herman uit het programma Hallo ­wereld, hier olieramp kijkt zijn ogen uit in het spookdorp Goi bij de Nigerdelta. Op de prachtige kreken, een bron van inkomst­en voor de vissers uit het dorp, ligt nu een dikke laag olie. Het dorp is onbewoonbaar geworden door de olielekkages van de pijpleidingen van Shell, dat erkent verantwoordelijk te zijn maar niets doet. Oud-dorpsbewoner Veronica voelt zich onmachtig tegenover de multinational: “We zijn een eenzame stem. We zijn met weinig, we kunnen niets doen.”

Ze zou zomaar een personage uit Hoe mooi wij waren van de Kameroense Imbolo Mbue (1982) kunnen zijn. In deze roman staat het fictieve Afrikaanse dorp Kosawa aan de kust van West-Afrika (Kameroen) centraal. Hier boort de Amerikaanse oliemaatschappij Pexton zonder toezicht olie, mét instemming van de overheid. Lekkende pijpleidingen verwoesten landbouwgrond en kinderen sterven door het vergiftigde drinkwater. Niemand doet iets om de dorps­bewoners te beschermen, maar op een dag ­besluiten zij toch om terug te vechten. Idealisme en moedeloosheid strijden om voorrang.

Dorpsgek

‘We hadden moeten weten dat het einde nabij was’, luidt de onheilszwangere beginzin van het verhaal. De dorpsbewoners zijn op het dorpsplein bijeengekomen om te horen wat de ­vertegenwoordigers van Pexton te vertellen hebben: ze zullen offers moeten brengen, maar op een dag zullen ze trots zijn dat Pexton uitgerekend hún grond heeft uitgekozen.

In plaats van dat de dorpsbewoners zoals gebruikelijk terneergeslagen afdruipen, wordt de bijeenkomst onderbroken door de dorpsgek Konga, die de autosleutel van de chauffeur van de mannen te pakken heeft gekregen. Hij jut de bewoners op om de Pextonmannen te gijzelen, die staan hier niet onverdeeld achter. Maar die avond in oktober 1980 markeert het moment dat het dorp in opstand komt tegen haar onderdrukker.

Een episch verhaal ligt in het verschiet.

Mbue komt uit Kameroen waar president Paul Biya al 38 jaar aan de macht is en een corrupt systeem in stand houdt waar alleen de elite van profiteert. ‘Pexton’ zou zomaar een verwijzing naar het Amerikaanse oliebedrijf Exxon kunnen zijn. Veel lokale bewoners zagen de vernietigende effecten van Exxons lekkende olie­pijpen met lede ogen aan. Exxon doet er alles aan om geen claims te hoeven betalen. Uit pure wanhoop vertrekken de meeste bewoners uiteindelijk, omdat hun situatie onleefbaar is.

Huishouden in rouw

Een van de leidende personages in de roman is Thula, die bij aanvang van het verhaal acht jaar oud is, maar aan het einde van de roman een volwassen vrouw. Thula is de dochter van Malabo, een van de mannen die naar Bézam vertrekt in een poging met regeringsvertegenwoordigers te praten. Hij keert nooit meer terug. Waarschijnlijk is hij vermoord. Thula groeit op in een huishouden in rouw.

Zodra ze via hulporganisatie Herstelbeweging een kans krijgt om in Amerika te studeren, grijpt ze deze met beide handen aan in de overtuiging dat alleen kennis het dorp kan helpen in haar strijd. Of de naam ‘Thula’ een knipoog is naar Tula, de leider van de slavenopstand op Curaçao, is onduidelijk, maar de jonge vrouw zal zich uiteindelijk ontpoppen tot leider van een ­revolutionaire (of terroristische) beweging die in opstand komt tegen haar onderdrukkers.

Het vertelperspectief van Thula wordt afgewisseld met dat van andere gezinsleden, zoals oom Bongo, moeder Sahel, oma Yaya en broer Juba, en die hoofdstukken worden weer afgewisseld met het perspectief van ‘de kinderen’, ‘wij’. Deze keuze is een praktische, want tijd, ruimte en verhaal dwingen de schrijver om ­verschillende perspectieven te hanteren.

Hoe mooi wij waren, Imbolo Mbue Beeld -
Hoe mooi wij waren, Imbolo MbueBeeld -

‘Wij de kinderen’

De keuze voor het wij-perspectief van de ­kinderen is symbolisch: de kinderen, die elkaar om onduidelijke redenen ‘leeftijdsmaatjes’ noemen, staan voor de toekomst. Bovendien past het mooi in de Afrikaanse ubuntufilosofie: ik ben omdat wij zijn. De verteller ís de gemeenschap. Toch zijn deze hoofdstukken niet geslaagd, eerder overdadig aangezien dit gekunstelde wij-perspectief veel overlap vertoont met de overige hoofdstukken.

Mbue maakt echter wel op een mooie manier duidelijk wat het betekent om een gemeenschap te vormen en hoe ontzettend lastig het is om gemeenschappelijk hetzelfde doel na te streven als er veel particulier lijden is. In de ­levendige dialogen tussen de dorpsbewoners maakt Mbue de huichelarij, vertwijfeling en standvastigheid van sommigen zichtbaar, zonder deze nadrukkelijk te benoemen.

Maar wat Mbue vooral laat zien is hoe het langdurig onderdrukken en negeren van groepen mensen de moraal op de proef stelt en tot ­radicalisering kan leiden. Een voortdurende confrontatie met de dood werkt afstompend: wie een kind aan vergiftigd drinkwater verliest, haar man ter dood veroordeeld ziet worden, of wiens vrouw mishandeld en verkracht wordt, hecht ook minder waarde aan het leven van ­andere (on)schuldige zielen.

Opsomming van ellende

De strijd van een groep dorpsbewoners tegen een multinational en een corrupte overheid is natuurlijk kansloos en Mbue smeert die vruchteloosheid en de verliezen van de machtelozen rijkelijk over de pagina’s uit. De dorpsbewoners worden steeds weer uit hun verlammende tekort aan – tja, wat niet? – gereanimeerd met een sprankje hoop dat hen wordt voorgehouden door iemand van de Herstelbeweging, een advocaat, of de onvermoeibare Thula.

Het belang van Mbue’s epische verhaal kan de lezer niet ontgaan, maar juist in het werkelijkheidsgehalte schuilt ook het probleem. Mbue heeft haar verhaal ­ontzettend zorgvuldig uit­gewerkt tot aan de uitslagen van juridische ­processen aan toe, maar de reële moedeloosheid van het hele gebeuren lijkt soms ook vat te krijgen op de auteur. Zo begint het hoofdstuk vanuit het perspectief van Sahel met een vrolijke uiteenzetting van de ongekende hoeveelheid lust die haar man wijlen bij haar opriep, maar verzandt het hoofdstuk met wat voelt als een gedetailleerde opsomming van ellende. Alsof de auteur in haar pogingen om nauwkeurig te schetsen hoe slecht het ervoor staat, ook zelf het vertelplezier verliest.

Kracht in de kleine verhalen

En dat terwijl de grote kracht van het verhaal stiekem schuilgaat in de kleinere verhalen, die omver worden gewalst door de grotere (inderdaad, zoals de bewoners ook machteloos zijn ten opzichte van Pexton en de overheid). Thula’s opa stond bijvoorbeeld bij dorpsbewoners bekend als ‘de ongelukkige’. Hij kende geen ­levensvreugde en lachte nooit. Zijn vrouw Yaya komt pas lang na zijn dood achter de verdrietige oorzaak hiervan. Maar zij weet ook dat hij vreugde heeft gekend. Dat was toen hij voor het eerst de zee zag, de weidsheid, een uitzicht; ‘Terwijl hij ernaar keek, werd hij zich er plotseling van bewust dat hij maar een stofje was in het oneindige raadsel van het leven. Hij realiseerde zich dat hij alles was en niets.’

Fictie

Imbolo Mbue
Hoe mooi wij waren
Vertaald door Heleen Oomen en Jeske van der Velden
De Bezige Bij
€26,99, 464 blz.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden