PlusInterview

Een grootvader die nazi, geheim agent en dubbelspion was

Chris Kraus schreef een roman vanuit het perspectief van een ex-SS’er en geheim agent: De fabriek van klootzakken. Het boek is gebaseerd op het leven van zijn Baltisch-Duitse grootvader.

Propaganda­beeld van zingende SS-vrijwilligers. Voor veel moderne Duitsers zijn nazi’s wezens van een andere planeet. Beeld ullstein bild via Getty Images
Propaganda­beeld van zingende SS-vrijwilligers. Voor veel moderne Duitsers zijn nazi’s wezens van een andere planeet.Beeld ullstein bild via Getty Images

Je ziet dat hij in gedachten de reis naar het verleden maakt. Hij is weer in de tuin van zijn grootvader, ergens in Beieren in de zomer van 1972. “De zomer van de Olympische Spelen in München,” zegt Chris Kraus (1963). “Wat herinner ik me van die zomer? Dat ik kersen plukte. Dat het prachtig weer was. Ik was acht en had natuurlijk geen idee dat de KGB mijn grootvader wilde ontvoeren.”

Zijn blik dwaalt af naar een enorme filmposter die hoog aan de muur is bevestigd. Die Blumen von gestern uit 2016. Door hem geregisseerd, want behalve schrijver is Chris Kraus ook filmmaker. We zitten in het kantoor van de productiemaatschappij Turbokultur in het Berlijnse stadsdeel Neukölln. Op de binnenplaats zijn bouwvakkers met drilboren bezig.

Kraus ziet de Nederlandse vertaling van zijn in 2017 verschenen roman Das kalte Blut liggen, en neemt het ter hand. “De fabriek van klootzakken... Klootzakken?”

Arschlöcher.

“Ach ja…”

De fabriek van klootzakken (een metafoor voor oorlog) is een roman over geheim agenten. Over twee broers uit een Duitse familie, Hub en Koja Solm, die in de Letse hoofdstad Riga opgroeien, in de Tweede Wereldoorlog bij de SS dienen en daarna gerekruteerd worden door de net opgerichte West-Duitse inlichtingendienst.

Het personage Hub is gebaseerd op Kraus’ grootvader. De broers zijn tegenpolen. En dat zijn ze net voor, tijdens en na de oorlog. Door de liefde voor hun adoptiezus Ev (de roman is ook een liefdesverhaal), door de keuzes die ze maken, door moraliteit.

Het verhaal wordt verteld door Koja, die in het ziekenhuis op een kamer ligt met Basti, een hippie. Koja vertelt aan deze Basti hoe hij en zijn broer zijn geworden wie ze zijn en hoe hij aan de kogel komt die in zijn hoofd zit.

“Het was belangrijk voor mij om een volslagen onschuldig, in het goede van de mens gelovend personage als Basti te laten reflecteren op het kwaad,” zegt Kraus. “Anders had ik het boek niet kunnen schrijven.”

Familiegeschiedenis

De fabriek van klootzakken is spannend, goed geschreven, en doet in de verte denken aan de roman De welwillenden van Jonathan Littell. Want ook De fabriek van klootzakken wordt verteld vanuit het perspectief van de dader. Bij Littell was dat SS’er Maximilian Aue, bij Kraus de SS’er Koja Solm.

“De oorsprong van deze roman ligt bij een ander boek dat ietwat verwarrend óók Das kalte Blut als titel heeft. Dat is een familiegeschiedenis die ik tien jaar geleden schreef, louter bedoeld voor familieleden. Heel toevallig was ik in de voetnoten van een geschiedenisboek een notitie tegengekomen die uiteindelijk mijn grootvader linkte aan de SS. Dat sloeg me met stomheid. Ik kende mijn grootvader alleen als een wat barse, maar ook vriendelijke, liefdevolle man. Ik wilde weten hoe dat zat.”

Hij, ex-student geschiedenis, deed enorm veel bronnenonderzoek, dook in archieven, sprak mensen die zijn grootvader nog hadden gekend en kwam tot een afgrijselijke conclusie. “In dat boek onthul ik dat mijn Duits-Baltische grootvader in de Tweede Wereldoorlog, samen met zijn twee broers in Letland bij de SS zat. En dat hij betrokken was bij het doodschieten van joden vlak bij Riga. Na de oorlog werd hij, op verschillende gronden, door geheime diensten uit diverse landen in dienst genomen. Het boek veroorzaakte een enorme schok in de familie, want niemand wist van dat dubbelleven van grootvader. Maar het allerergst: hij was betrokken bij de Holocaust!”

Kuddedieren

De roman De fabriek van klootzakken, die speelt vanaf de jaren tien van de vorige eeuw tot in 1974, is voor een groot deel gebaseerd op het leven van Kraus’ grootvader. “Hub is harder en rechtlijniger dan Koja. Koja is eigenlijk een sympathieke man, die door het systeem wordt verzwolgen. Hij moet meelopen, een andere keuze heeft hij niet. Hij heeft een sensibel karakter, is kunstzinnig, twijfelend.”

Is Koja Chris Kraus? “Voor een deel. Ik heb me tijdens het schrijven steeds afgevraagd hoe ik zou handelen in bepaalde situaties. Niemand weet dat, denk ik. Mensen zijn kuddedieren, misschien was ik ook een kuddedier geweest.”

Natuurlijk is er veel gefictionaliseerd in de roman. Maar, zegt Kraus, geschiedkundig en politiek klopt het allemaal. “Die krankzinnige toestanden rond de oprichting van de West-Duitse geheime dienst na de oorlog onder leiding van Reinhard Gehlen. Die man was een generaal onder Hitler! De geheime diensten van die tijd, ook de CIA, de KGB en de Mossad, namen heel veel SS’ers in dienst. Omdat, zo blijkt uit onderzoeken, een nazistische grondhouding uiterst effectief is voor een geheim agent.”

Chris Kraus. Beeld Maurice Haas Diogenes Verlag
Chris Kraus.Beeld Maurice Haas Diogenes Verlag

Hij staat op om de geluiden van de binnenplaats buiten te sluiten. Nadat hij het raam heeft dichtgedaan gaat hij weer zitten. “Ik hield veel van mijn grootvader en mijn grootvader ook van mij. Ik had blond haar en blauwe ogen. Wat? Ja, ik zag er als een ariër uit. Ik merkte wel dat hij dat fijn vond… Hij heeft me zelfs zijn autobiografie laten lezen. En ik trapte erin. Het was een soort jongensboek, een padvindersroman. Bombardementen werden afgedaan als vuurwerk. En er ging niemand dood. Ergens werd wel gesproken over een Judenaktion im Wald von Bikernieki. Judenaktion, ik dacht toen dat het om houthakken ging. Ik was jong, maar ik reken het mezelf wel aan dat ik toen niet kritischer ben geweest, niet heb doorgevraagd, want ik wist toen al behoorlijk veel over het nationaalsocialisme.”

Hij lacht een wrang lachje. “Terwijl ik hem wel op kommafouten heb gewezen.”

Buitenaardsen

Die blinde vlekken heeft Chris Kraus dan toch ingevuld. De schaamte enigszins uitgewist. Met het non-fictieboek Das kalte Blut, en met de roman Das kalte Blut. Hoe denkt hij terug aan zijn grootvader, aan die zomer van 1972. Zijn zijn herinneringen aan zijn grootvader nu anders gekleurd?

“Ken je de konijn-eendillusie? Dat is een afbeelding waarin je óf een haas óf een eend ziet, maar nooit allebei tegelijk. Zo kijk ik ook naar mijn grootvader. Soms droom ik alleen van de kersen, van die idyllische zomer. Als ik me nu een auto zou herinneren die voor zijn huis stond, met mannen met zonnebrillen erin, maar dat is niet zo. Ik kan hem daar ook niet umformattieren. Ik praat over mijn grootvader óf als dader óf als lieve man.”

De kritieken op de roman in het buitenland waren goed, maar het beeld van Koja als een ‘goede’ nazi viel in Duitsland niet goed. “De nazi’s, dat zijn voor de Duitsers de anderen. Ze zijn ‘die aus der Weltraum’, mensen die met ons niets te maken hebben. Dat is natuurlijk niet zo. Het zijn niet de anderen. Wij zijn het óók. Slechtheid is onder ons, daar kun je je ogen niet voor sluiten. De sociaal-psycholoog Harald Welzer heeft beschreven dat de laatste generaties Duitsers heel sterk geloven dat hun ouders bij het verzet hebben gezeten… Ja, dat kun je geschiedvervalsing noemen, maar ook heel menselijk.”

Daarom was het voor Kraus zo belangrijk de roman vanuit de dader te schrijven. Hij neemt de Nederlandse vertaling weer op en bladert er wat doorheen. “Ik wilde weten waarom mijn grootvader zo was. Een nazi, een geheim agent, een dubbelspion. Mensen zeiden dat hij misschien niet zo sympathiek was, maar wel heel open. Dat is het gekke. ‘Christopher,’ zei hij, ‘je moet altijd eerlijk zijn.’ En zo iemand blijkt dan een geheim agent te zijn! Waarom? Ik weet ook nog steeds niet waarom de KGB hem wilde ontvoeren, toen in 1972. Die archiefstukken zijn voor mij nog niet in te zien.”

Hij legt het boek weer op tafel.

“Wat dreef hem nou precies? Ik ben er niet achter gekomen.”

Chris Kraus (Göttingen, 1963)

Chris Kraus is scenarioschrijver, filmmaker en auteur en woont in Berlijn. Zijn film Vier Minuten (2006) was een van de succesvolste Duitse filmdrama’s van de afgelopen jaren, en won talrijke nationale en internationale prijzen, Daarnaast heeft hij vier romans op zijn naam staan. Het internationaal vertaalde Das kalte Blut (2017) wordt beschouwd als zijn magnum opus.

Chris Kraus: De fabriek van klootzakken. Vertaald door Jan Bert Kanon. Signatuur, €23,50,862 blz. Beeld
Chris Kraus: De fabriek van klootzakken. Vertaald door Jan Bert Kanon. Signatuur, €23,50,862 blz.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden