PlusInterview

Een gigantisch libido — dat is wat Jef Rademakers en Gerard Reve verbond

‘Zeer Fijne Boy.’ Zo begon Gerard Reve een brief aan Jef Rademakers. Reves brieven aan de Nederlandse televisiemaker zijn nu onder die titel gebundeld. ‘Wat ons bond: een abominabel groot libido.’

Marc Coenen
Jef Rademakers (links) en Gerard Reve in Lourdes, 1986. Beeld
Jef Rademakers (links) en Gerard Reve in Lourdes, 1986.

Jef Rademakers (72) woont met zijn vrouw Ursula in een huis dat een kruising is tussen een museum en een kerk zonder altaar. Hij verzamelt al jaren schilderijen uit de vroege 19de eeuw, die samen met heiligenbeelden zijn huis een bijna gewijde sfeer geven. Hij kwam er wonen toen hij met televisiewerk zoveel geld had verdiend dat hij op zijn 42ste kon gaan rentenieren.

Rademakers maakte naam en faam met programma’s als De Geloof Hoop en Liefdeshow, de Pin Up Club, Het Groot Dictee der Nederlandse Taal en vooral Klasgenoten, een format dat de wereld rondging. Het interview vindt plaats in Rademakers’ bibliotheek, waar tussen de zeldzame boeken — de letteren zijn zijn liefde — het verzamelde werk van Gerard Reve een paar strekkende meter beslaat.

Daar vond de Belgische uitgever Sam De Graeve het mapje met de brieven die Reve (1923-2006) aan Rademakers schreef. Sinds deze week is dat ook in boekvorm verkrijgbaar. Zeer fijne boy, een kleinood voor de liefhebber en waarschijnlijk het laatste in zijn soort. “Alleen als de correspondentie tussen de heer Reve en de Heilige Maagd opduikt, wil ik er nog eens over nadenken,” zei Reves man Joop Schafthuizen, die het nalatenschap bestiert.

“Het rare is dat nu iedereen ongelofelijk geïnteresseerd is in Reve en dit boek. Iedereen dweept met hem, niemand leest hem nog,” zegt Rademakers. Na zijn televisiecarrière is hij in het anonieme verdwenen. “Dat televisiemaken heb ik meer dan twintig jaar met bijzonder veel passie gedaan. Toen ik begin veertig was, kwamen een heleboel dingen samen: een behoorlijke depressie, een flinke midlifecrisis en het totale wegvallen van alle illusies op politiek en artistiek gebied. Ik wilde een compleet nieuw leven. En verdomd: het is nog gelukt ook. Ik wilde uit het vak weg, ik wilde uit Nederland weg.” Rademakers lacht. “Ik wilde ook een andere vrouw, maar dat vond Ursula niet goed. En nog altijd niet.”

Lijden aan het leven

“Een van de redenen om mijn leven compleet om te gooien was dat ik niet dacht oud te worden. Ik wilde de schaarse jaren die mij restten niet verspillen door voor een medium te blijven werken dat voor mij de magie had verloren. Ik ben mijn hele leven lang tobberig geweest over de dood en de eeuwigheid.”

Ook Reve leed aan het leven. “Heel erg. Al van kinds af aan het gevoel hebben dat je er niet bij hoort, dat je een buitenstaander bent. Dat je je op een of andere manier schuldig moet voelen voor het feit dat je bestaat. Dat is iets wat ons verbindt. Het begon bij mij wel heel vroeg. Zelfs op je je 72ste is een begrip als eeuwigheid niet te vangen, dus moet je daar niet te lang over nadenken, maar zéker niet als je een ventje van zes bent.” Rademakers’ moeder zei altijd: “Onze Jef rijdt met een zware kar.”

“Mijn kameraadjes hadden nergens last van. Ik ging om zeven uur ’s avonds naar bed en lag om 11 uur nog te bidden. Dan voor mijn eigen ziel en zaligheid, dan opdat ik mijn ouders niet zou verliezen, dan vond ik het toch wat egoïstisch dat ik niet voor de buren had gebeden, dan de rest van de familie. Godsdienstwaanzinnig, dat was ik.”

Toen Rademakers rond zijn 11de de meisjes ontdekte viel de loden last van die kerkelijke dwang compleet weg. “Ik heb toen wel tegelijk het kind met het badwater weggegooid: er was niets in mij dat nog taalde naar het mysterie. Ja, het mysterie van de zwarte driehoek van de vrouw, die we allemaal probeerden te bereiken. Het begin van de wereld. Dát werd het mysterie.”

Toen hij halverwege de dertig bevriend raakte met Reve, bracht die hem religie opnieuw bij. “Hij heeft mij veel meer over mijn eigen geloof verteld dan alle paters en zusters bij elkaar. Hij liet mij ook beseffen dat mijn rijke roomse leven van de jaren vijftig een reeks van geboden en verboden was, met dwang en angst, terwijl bij hem de ontroering telde, en het mysterie.”

Bijzonder aangebrand

Rademakers en Reve raakten bevriend toen Rademakers als redacteur van De Alles is Anders Show de auteur overtuigde om in het programma op te treden. Reve wilde persoonlijk opgehaald worden. Die twaalf uur durende rit van Reves landgoed in Frankrijk naar Hilversum was de voedingsbodem voor een levenslange vriendschap.

“Ik had niet zo veel van hem gelezen en was, net als iedereen, ook ergens gestopt. Maar Gerard vond het al fijn dat ik een paar boeken van hem gelezen had. Hij kon bijzonder aangebrand zijn mening geven, zoals wij allen weten. Onze generatie is in Nederland getekend door de provorevolte. Ik was natuurlijk ook lid van de Partij van de Arbeid. Als je destijds niet links was, was je bijna een fascist. Ik heb in al die flauwekul heel hard geloofd. Ik schaam me daar ergens voor, maar ben wel tot inzicht gekomen. Ik heb veel bewondering voor mensen die toen al een andere mening hadden.”

Reve was zo conservatief geworden dat hij daar van Schafthuizen niet te veel meer mocht over zeggen. “Want als hij zonder enig voorbehoud en zonder duidelijke ironie dingen zei, brak dat hem hevig op. Hij mocht geen ‘staatkundige’ uitspraken meer doen, vond Joop. Alleen maar over godsdienst. Dat snap ik wel. Voor je het weet, zetten ze je weg als een reactionaire gek en word je helemaal een karikatuur. Daar werd soms misbruik van gemaakt. Hij was een groot ironisch dichter en ook een tegendraadse, eigengereide denker. En hij was, vind ik, de belangrijkste schrijver die we in dit taalgebied na de Tweede Wereldoorlog hebben gehad.”

Vasthouden aan het verleden

Rademakers begon na zijn televisiecarrière romantische schilderkunst uit de vroege negentiende eeuw te verzamelen. “Ik probeer te verdrinken in de negentiende eeuw, ik verzamel schilderijen uit die tijd, lees duizend keer liever Proust en Flaubert, of Thomas Mann en Goethe dan een boek van Tom Lanoye.”

Het verleden is voor hem veiligheid, zegt Rademakers. “Het is het enige waar we ons aan kunnen vasthouden. Het heden is buitengewoon bedenkelijk en de toekomst al helemaal.” Zoals in het werk van Reve draait alles in het werk van Rademakers om hemzelf. “Het zijn allemaal afsplitsingen van eenzelfde gestoorde persoonlijkheid. Met de beperkte middelen die mij ten dienste staan, want ik heb niet half het talent van Reve.”

Zijn tobberigheid over het bestaan heeft hij geprobeerd vorm te geven in televisieprogramma’s. “Zo’n Klasgenoten is een van weemoed doordrongen format, over levens die voorbij gaan en waarop je alleen maar kan terugkijken. En natuurlijk is Pin Up Club ontsproten aan de geilheid, waarmee ik ook in het leven sta.”

Die geilheid verbond Reve en Rademakers in het bijzonder. “Wij hebben nooit een seksuele verhouding gehad. Wat ons bond: een abominabel groot libido. Als Gerard vertelde dat hij zich zeven of acht keer per dag ontuchtig beroerde, zei hij dat niet voor de grap. Hij heeft dat tot op hoge leeftijd gedaan: toen hij 80 was, zei hij dat hij het niet meer zo veel deed. Hooguit nog twee keer per dag.”

null Beeld B&L
Beeld B&L

Zeer fijne boy

Gerard Reve
Borgerhoff & Lamberigts
€19,99, 104 blz.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden