PlusAlbumrecensie

Een esdoornhouten droom: op twaalf peperdure violen spelen

Het moet de esdoornhouten droom van iedere violist zijn ooit eens op een hele rij verschillende violen te spelen die in de eerste helft van de achttiende eeuw zijn gemaakt in het atelier van Antonio Stradivari en zonen.

null Beeld

Een Stradivarius – alle violisten willen er een, of anders wel een net zo voortreffelijke Guarneri del Gesù, en ook een Bergonzi en een Amati gooit niemand meteen in de open haard als het wat killetjes wordt in huis. Allemaal violen uit de absolute topklasse, waarvan er maar een beperkt aantal beschikbaar zijn.

Voor zover bekend zijn er ooit pakweg 1200 violen van Stradivari vervaardigd. Door allerlei omstandigheden (oorlog, natuurrampen) is dat aantal in de loop van de tijd vrijwel gehalveerd, wat ze onbetaalbaar heeft gemaakt voor praktisch elke musicus. De instrumenten zijn tegenwoordig vaak eigendom van musea, instituten en rijke stinkerds die er niet op kunnen spelen. Goddank geven velen van hen hun bezit in bruikleen aan mensen die dat wel kunnen.

Een vermetel plan

Janine Jansen is zo iemand. Ze is inmiddels toe aan haar vierde Strad. Vijftien jaar speelde ze op de ‘Barrere’ (de bijnamen zijn ontleend aan de eigenaar of een beroemde bespeler). Na de ‘Barrere’ volgden de ‘Deurbrouck’ en de ‘Rivaz’. En nu speelt ze op de ‘Shumsky’, al heeft ze tussendoor nog meer mogen bespelen.

Een paar jaar terug ontstond een vermetel plan: hoe leuk zou het zijn als een beroemde violist een album zou maken waarop twaalf verschillende Strads worden bespeeld?

Jansen mocht de honneurs waarnemen. En zo ontstond 12 Stradivari, waarvoor ze, begeleid door Antonio Pappano aan de vleugel, tussen 30 november en 2 december 2020, in de Cadogan Hall in Londen vijftien stukken speelde, op twaalf verschillende onbetaalbare instrumenten.

Verleidelijke melodieën

Het resultaat is een feest voor het oor, omdat elke viool een eigen klankkarakteristiek heeft, die overigens alleen in abstracte wartaal onder woorden te brengen is. Vaak zijn de verschillen zo klein, dat ze amper te horen zijn. Om die zo goed als het gaat hoorbaar te maken, koos Jansen stukken in een romantisch idioom, met veel lange lijnen en verleidelijke melodieën. Een Romanze van Clara Schumann, Sospiri van Elgar, Liebesleid van Kreisler, dat werk.

De brandende vraag is natuurlijk welke viool het mooist klinkt. Het antwoord is voor iedereen anders. Ik hou het op de ‘Alard’ uit 1715, omdat die verrukkelijk purper en een beetje schor en doorrookt klinkt. Janine zelf verkiest uiteraard de ‘Shumsky’, die een wat minder uitgesproken toon heeft, maar zeker in de hoogte prachtig egaal kleurt. Sommige klinken nog neutraler, bijna op het saaie af (zoals die van Ida Haendel).

Ter totale ontnuchtering nog dit. In 2014 liet Claudia Fritz aan 21 violisten oude en nieuwe violen horen, die ze aan de hand van een blinddoektest moesten beoordelen. De Strad kwam er het slechtst vanaf. De meesten prefereerden een nieuw instrument.

Klassiek

Janine Jansen
12 Stradivari
(Decca)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden