Plus Achtergrond

Een duik in het kostuumdepot van de Nationale Opera

Voor één keer zijn de kostuums van Nationale Opera & Ballet van dichtbij te bekijken. Voor Costume lieten kunstenaars zich door al die podiumpracht inspireren.

nr 29: v.l.n.r: Alice in Wonderland (2001-2002) met kunstwerk van OONA, geruit pak uit De Speler (2013-2014) met kunstwerk van Soraya Basiran. Beeld Almicheal_Fraay

Gigantisch groot en indrukwekkend, zo omschrijft curator Marian Duff het decor- en kostuumatelier van Nationale Opera & Ballet. Ze zag er rijen, rijen en nog eens rijen met duizenden kostuums en accessoires. “De eerste keer dat ik daar binnenkwam, viel ik gewoonweg stil,” zegt ze. “Het is een enorme loods waar alle kostuums en decorstukken opgeslagen liggen en voor je neus worden gemaakt. Je hebt geen idee dat zoiets bestaat.”

De loods staat op een bedrijventerrein in Amsterdam-Zuidoost, ten noorden van knooppunt Holendrecht. Even verderop zit het Oscam, het Open Space Contemporary Art Museum, dat Duff in 2017 oprichtte ter ere van het vijftigjarig bestaan van de Bijlmer. Niet gek dus dat juist deze twee partijen besloten de handen ineen te slaan en een tentoonstelling te maken met de kostuums van Nationale Opera & Ballet.

In de ruimte zijn twaalf originele kostuums uit het depot te zien, samen met oorspronkelijke schetsen. Naast elk kostuum staat een nieuwe interpretatie ervan, gemaakt door een Amsterdamse kunstenaar. De familie Richters bijvoorbeeld, en modestylist en illustrator Soraya Basiran. De opdracht aan hen was vrij. Ze mochten reflecteren op het originele ontwerp.

Duff streeft ernaar talenten uit de Bijlmer te verbinden met organisaties en kunstenaars uit de stad. “Het liefste wat ik doe, is met bestaande verhalen nieuwe verhalen maken. Er liggen in museumdepots zo veel verhalen ­verborgen die wie niet kennen. Ik vind het mooi om dat bestaande erfgoed onderdeel te laten zijn van een nieuw narratief.”

Varken in pak

Een van de deelnemende kunstenaars is modeontwerper Django Steenbakker. Naast modecollecties maakt hij illustraties onder de naam Oona. Hij kreeg voor de tentoonstelling twee operakostuums toebedeeld: een roze geruit mannenpak uit de opera Alice in Wonderland, opgevoerd in 2001, en een statige jurk in barokstijl, uit de productie Don Carlo uit 2012. Aan hem de opdracht zich daardoor te laten inspireren voor een nieuwe illustratie (zie foto).

“Dit was voor mij een nieuwe manier van werken,” zegt Steenbakker. “Normaal gesproken maak ik een illustratie op basis van een thema of een paar steekwoorden. Hier kreeg ik het uitgewerkte eindproduct al in handen. Ik moest terugwerken naar welke inspiratie daaraan ten ­grondslag lag.” Hij kwam uit bij dierenkarakters, iets waarvan hij vaker gebruikmaakt in zijn illustraties. “Ik kwam erachter dat die barokke jurk was gebruikt in een opera over het Franse koningshuis in 1550. Ik vroeg me af welk dier ik vond passen bij Frankrijk. Een gans, besloot ik. Vanwege de foie gras natuurlijk, maar ook omdat ganzen een beetje hautain en arrogant kunnen kijken, net als die Franse royals.” Steenbakkers illustratie toont een gans met een strikje om zijn nek, die de herkenbare barokjurk draagt. Het geruite pak wordt in Steenbakkers ­illustratie gedragen door een varken, dat tevreden een pijp rookt.

Wilde mix

De twaalf kostuums die de inspiratie vormden voor de kunstenaars vormen een staalkaart van de technieken en ambachten die het kostuumatelier van Nationale Opera en Ballet in huis heeft. Zo zijn een spectaculair gewaad van goudfolie, een kippenkostuum met een tulen ‘kont’ en een kunstig mummiepak te zien. “Het is best een wilde mix ­geworden,” zegt Robby Duiveman, directeur kostuums en kap & grime bij Nationale Opera en Ballet. “Normaal ­gesproken zie je zo’n kostuum alleen van veraf op het ­podium en ook nog eens in het grotere geheel van het ­decor. Hier staat het als een kunstwerk op zichzelf en kun je eens van dichtbij zien wat voor vakmanschap erin zit. Dat juich ik alleen maar toe.”

Duiveman vindt het bijzonder om te zien hoe de kunstenaars met het originele ontwerp aan de slag zijn gegaan. “We hebben ze bewust weinig informatie gegeven. Zo hebben we niet verteld voor welke productie of welk ­personage het kostuum ­bedoeld was, zodat ze puur konden reageren op het ontwerp.”

Door aandacht te geven aan het bestaan van het decor- en kostuumatelier staan de kostuums voor één keer in de spotlights, maar Nationale Opera & Ballet hoopt nog iets anders te bereiken: dat jonge makers uit Zuidoost ook eens denken aan een loopbaan in het atelier. Algemeen directeur Els van der Plas: “Zuidoost is een stadsdeel met een diverse bevolking dat nog maar weinig van ons weet, terwijl wij juist een breed publiek willen aantrekken, ­zowel in de theaterzaal als achter de schermen. Door de ­samenwerking met Oscam hopen we bekendheid te ge­­­ven aan ons grote productiehuis, zodat een timmerman ook eens denkt: hé, naast tafels kan ik ook decors gaan bouwen.”

‘Costume’ is t/m 20/9 te zien in Oscam, ­Bijlmerdreef 1289. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden