Plus PS

Een burn-out in stripvorm: de pagina's krijgen steeds meer kleur

Ze was op, en toch moest striptekenaar Maaike Hartjes (42) van zichzelf blijven creëren. Nu is er Burn-out Dagboek, haar verslag in collages van de grote crash die ze drie jaar geleden maakte.

Uit het Burn-out Dagboek Beeld Maaike Hartjes

'Ik ben Maaike,' introduceert ze de Maaike Hartjes van drie jaar geleden in haar Burn-out dagboek. Net 42 ­geworden, geen huisdieren, geen kinderen, dol op thee,­ chocola, bier en Koreaans eten. En: striptekenaar, ­illustrator en ­cartoonist.

Maaike, die live cartoons tekent op business events en naast haar commerciële opdrachten ook succes heeft met haar eigen stripboeken - honderd procent inzet, honderd procent verantwoordelijkheidsgevoel, het ­werkethos 'niet zeuren, niet zielig doen' met de paplepel ingegoten. ­En ze doet haar werk graag. Of, zoals ze schrijft over striptekenaars: 'Ons werk is wie we zijn.'

Een houding die haar carrière heeft geholpen - een ­zegen én een vloek. Want het perfectionisme van die Maaike, weet ze nu, daar lag angst aan ten grondslag. De angst niet goed genoeg te zijn.

De angst van een gevoelig en onzeker kind dat niet wist hoe de chaos van de wereld te pareren en daarom haar eigen 'kleine slavendrijver' werd. Tot de dag dat ze, van de ene op de andere, niet meer kón tekenen.

Dan is het toch heel opmerkelijk - een contradictie ­eigenlijk - dat u tijdens die burn-out dit dagboek hebt gecreëerd.
"Eerst kon ik helemaal niets. Maar na een maand thuis wilde ik mezelf toch een beetje aan het werk zetten, ­mezelf creatief motiveren. Ik vond mezelf lui. Het was nooit de bedoeling dat het dit Burn-out Dagboek zou worden, het is gewoon zo ontstaan. Ik heb getekend en toen werd het een boek."

"Toen ik het boek gisteren voor het eerst doorbladerde, dacht ik wel: oh my god, hoe heb ik dit in vijf maanden bij elkaar getekend? Maar als ik die eerste pagina's nu zie, zou ik ze het liefst hertekenen omdat ik ze zo lelijk vind."

Het is juist zo symbolisch, omdat je door het boek heen ziet hoe u stappen vooruit maakt. Naarmate het beter gaat, worden de pagina's kleurrijker en leeft u zich meer uit in de vorm van collages.
"Ja, toen kon ik niet beter, en daarom moet het toch ook zo blijven. Het hoort erbij. Ik was al begonnen met collages maken, papier te verzamelen, tape. In het begin wist ik nog niet goed wat ik met het materiaal aan moest."

Alles kan bij u materiaal zijn, lijkt het. Van de zakjes van rustgevende thee tot belastingenveloppen.
"Een mooie kleur blauw ook, die enveloppen. Ik moest de belastingen doen, ik zoek ook wel papiertjes die op de een af andere manier functioneel zijn. Wanneer ik erg ­geëmotioneerd was, verfrommelde ik de papiertjes ook."

U hebt altijd uw eigen leven verstript. Was het voor u ­uitgemaakte zaak dat dit dagboek moest worden gepubliceerd?
"Ik teken altijd wat ik wil en besluit later of ik het ga ­publiceren. Ik was blij verrast dat Nijgh & Van Ditmar het wilde uitgeven; aanvankelijk was ik bang dat het saai en niet ­interessant zou zijn."

"Maar ik heb nog nooit zo veel ­enthousiaste reacties gekregen, zelfs nog voor de publicatie. Het voelt als zo'n Hollywoodscenario, een cliché: er ­gebeurt iets naars, je overwint dat en dan komt er iets ­positiefs uit voort."

U heeft ook een positieve boodschap. Er zijn pagina's waarin u zich afvraagt hoeveel dieper u nog moet zinken, maar u eindigt met een epiloog waarin u de burn-out het beste noemt wat u is overkomen.
"Ja, ik wou dat ik 'm jaren eerder had gehad. Na mijn ­burn-out heb ik het niet meer zo druk gehad als nu, maar ik ­ervaar nu geen stress. Ik heb er zo veel van geleerd. Ik wist wel dat ik eigenlijk minder moest werken, maar kwam niet tot die stap. Want minder werken betekent dat je 'nee' moet zeggen."

"Ik ben zelfstandige, dus geld is ook zekerheid; elke opdracht kan de laatste zijn. Ik had een enorme financiële buffer aangelegd, dat kwam goed uit toen ik zes maanden uitviel. Maar ik weet nu: de wereld vergaat niet als ik even de teugels laat ­vieren."

Dat brengt u ook in beeld: alle tegenwerpingen die u maakte toen mensen tegen u zeiden dat u het rustiger aan moest doen. Opdrachtgevers zouden boos worden, uw agent zou teleurgesteld zijn.
"Het was: ik moet, ik moet, ik moet. Ik had het idee dat mensen me onprofessioneel zouden vinden als ik iets zou afzeggen. En wat bleek? Iedereen was ­begripvol. ­Opdrachtgevers stuurden me een bloemetje met een lief kaartje erbij. Wat gebeurt er als ik niet meer móet? Vrij ­weinig, ontdekte ik."

"Maar dat gold wel voor mijn ­situatie, ­iemand anders met een burn-out vertelde me dat haar partner haar een aansteller vond. Dat is zo stom: je vindt jezelf al een aansteller als je een burn-out hebt. Dan heb je dus juist mensen nodig die je vertellen dat je dat níet bent."

Hoe lang heeft het geduurd voordat u zelf erkende dat u een burn-out had?
"Eerst had ik twee weken een 'stomme griep', toen dacht ik dat ik een 'beetje overwerkt' was, en na een maand ­begon ik het dagboek omdat ik vond dat het maar eens ­afgelopen moest zijn met dat 'stomme geniks'. Pas toen ik een ­paniekaanval kreeg, viel het kwartje. Je blijft lang in ontkenningen steken."

"Eerst denk je, het was toen november: ik neem tot het einde van het jaar vrij. Maar dat heeft toch een half jaar geduurd. Achteraf is het snel ­gegaan, maar als je net aan het begin zit, wil je dat alles over een maand weer normaal is. Dat je dan lichamelijk bent hersteld en weer op dezelfde voet verder kunt gaan."

In het boek maakt u de vergelijking met een racewagen: altijd zo snel mogelijk.
"Terwijl je in het leven moet leren remmen, parkeren, ­bijtanken. Ik had al eerder kleine crashes gehad, de griepjes waarna ik toch weer verder racete. Totdat de ­grote crash kwam, die niet meer met een pitstop was te verhelpen."

Lachend: "En ik heb niet eens een rijbewijs!"

Toch liet u uzelf nog weleens ontglippen dat u een 'halve burn-out' had.
"Ik vind eigenlijk nog steeds dat ik vrij veel geluk heb ­gehad. Dat vind ik serieus. Het was een relatief lichte burn-out: ik heb meteen vrij kunnen nemen, ik had geen UWV of werknemer in mijn nek, geen grote trauma's die ik moest oplossen. Het was een zware tijd, maar ik ben er vrij snel doorheen gekomen. De afloop is goed."

Hoe voelt het om met dit boek in ­handen terug te ­kijken?
"Het is bijna drie jaar geleden, maar het komt nu even hard terug. Vooral door het besef hoezeer ik ben ­verbeterd, dat proces is de jaren erna ­alleen maar doorgegaan. Ik hoop vooral dat mensen er wat aan hebben. Ik merk dat ik nu hierdoor al zo veel mooie gesprekken voer, op een ­persoonlijker niveau."

"Het negatieve stigma van burn-out is zo onterecht. Mensen die een burn-out ­krijgen, zijn vaak mensen met een groot verantwoordelijkheidsgevoel die hun werk belangrijker vinden dan hun gezondheid en doorgaan tot ze omvallen. Het zijn de ­beste werknemers, die moet je tegen zichzelf beschermen."

"Een vriendin van me vertelde hoe in het bedrijf waar zij werkt een belangrijk project niet aan Pietje werd gegeven 'want die had een burn-out gehad.' Dan denk ik: hè?! Ik ben juist dóór die burn-out stressbestendig geworden. Ik sta niet alleen beter in mijn ­leven, maar ik ben ook beter geworden in mijn werk."

Maaike Hartjes, Burn-out Dagboek, Nijgh & Van Ditmar, €24,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden