PlusKunstrecensie

Een avond gewijd aan zwarte componisten was tot de laatste tintelende seconde boeiend en verrassend - en had meer publiek verdiend

Ensemble Modern, een topgezelschap uit Duitsland, speelde louter muziek van zwarte modernistische componisten, waaronder een meesterwerk van Andile Khumalo (1978).

Erik Voermans
null Beeld Sander Koning / ANP
Beeld Sander Koning / ANP

Alvin Singleton was in 1972 met zijn cellostuk Argoru II de eerste zwarte componist die doordrong tot het bolwerk van de westerse radicale muziek in Darmstadt, waar na de Tweede Wereldoorlog jaarlijks de Ferienkurse werden gehouden. Darmstadt was lang het hoofdkwartier van het modernisme, met Stockhausen en Boulez als de patriarchen van de Kerk der Piep-Tuut-Krak-Boem, die nogal krachtig haar stempel drukte op de ontwikkeling van de eigentijdse gecomponeerde muziek na 1945.

Je zou denken dat Singleton in ’72 voor een waterscheidingsmoment zorgde, maar niets daarvan. Ook alle bekende naslagwerken zwijgen in alle talen over hem, zelfs The Rest Is Noise van Alex Ross. Niet dat het verbaast. De Kerk der PTKB is een gesloten bolwerk, gedomineerd door witte mannen.

Schreven en schrijven zwarte componisten dan geen PTKB? Tuurlijk wel. Je krijgt die alleen op de reguliere podia nooit te horen.

Het Duitse Ensemble Modern, een van de allerbeste groepen voor eigentijdse muziek ter wereld, wijdde donderdagavond in het Muziekgebouw een hoogst fascinerend concert aan dit Afromodernism, een term, gemunt door de zwarte Amerikaanse componist en improvisator George Lewis.

Onder leiding van de voortreffelijke, piepkleine dirigent Lin Liao speelde Ensemble Modern zes stukken, allemaal Nederlandse premières en allemaal van componisten wier namen deze verslaggever niets zeiden. (Ik ga wel even in de hoek staan, met een bordje ‘Ezel’ op mijn rug.)

Wat viel op? Allereerst dat de etniciteit van de makers op geen enkele manier te horen was aan de klinkende muziek. Hannah Kendall, Jessie Cox, Daniel Kidane, Singleton en Tania León schreven allen sterke stukken, in de bekende overwegend dissonante idiomen.

Duidelijk Afrikaanse invloeden waren er alleen bij Zuid-Afrikaan Andile Khumalo, wiens meesterlijke Invisible Self aanvankelijk begint als een soort verjazzte Boulez (mooi) en halverwege omslaat naar muziek met een puls, waarboven sierlijke, waanzinnig aanstekelijk Afrikaanse melodische figuren zich beginnen af te tekenen.

De muziek is bovendien fantastisch geïnstrumenteerd – helder en transparant tot in de kleinste details – en van de eerste tot de laatste tintelende seconde boeiend en verrassend. Speciale vermelding verdient hier pianist Ueli Wiget, die vanachter zijn instrument de motor was van de beweging.

Ensemble Modern speelde alle muziek subliem en had meer publiek verdiend dan de 150 man die er nu zaten.

Klassiek

Afromodernism in hedendaagse muziek
Door Ensemble Modern
Gehoord 7/4, Muziekgebouw

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden