PlusDe erelijst

Eduard van Beinums kijk op ‘La mer’ maakt nog altijd diepe indruk

In deze rubriek bespreekt de muziekredactie van Het Parool een klassieker uit de geschiedenis van pop, jazz of klassieke muziek die het waard is opnieuw te beluisteren. Deze keer: La mer van Debussy door het Concertgebouworkest onder Eduard van Beinum.

La mer van Debussy. Beeld
La mer van Debussy.

In mei van 1957 nam Eduard van Beinum met het Concert­gebouworkest, waarvan hij sinds 1945 de eerste dirigent was (tegenwoordig zouden we chef zeggen), eindelijk het stuk op – uiteraard voor het label Philips, waarmee hij zijn hele leven furore had weten te maken. La mer van Claude Debussy, de drie zeeschetsen die van een dirigent het uiterste vragen als het aankomt op kleurgevoel en klankbalans.

Hij zou het werk daarna nog zeven keer op het programma zetten, waarvan tweemaal in het buitenland (Finland en Schotland), voordat hij – in het Concertgebouw, repeterend aan de Eerste symfonie van Brahms – zou bezwijken aan een hartaanval. Hij was pas 58.

Terug in de tijd In 1929 besloot Van Beinum, nog geen 27 jaar jong, La mer bij de Haarlemsche Orkest Vereeniging onderdeel te maken van het derde ‘ledenconcert’ van het seizoen 1928/’29. Dat was nogal een waagstuk, want Debussy stelde de hoogste eisen aan de musici, die het stuk bovendien nog niet eerder hadden gespeeld.

Van Beinum maakte indruk op Jos de Klerk, die als criticus van De Oprechte Haarlemsche Courant aanzien genoot. De Klerk prees ‘het koene zelfvertrouwen en de jeugdige geestdrift’ van Van Beinum, die ‘geen artistieke droomer, maar een werker’ was.

La mer,’ schreef De Klerk, ‘eischt studie en ‘peuterwerk, verricht met een koel hoofd, alvorens de artist op dat grondplan zijn geestelijke visie kan laten inwerken’. (Als ik tegenwoordig dit soort zinnen in de krant zou schrijven, werd ik meteen ontslagen.)

Van Beinum viel op. Al in 1930 kreeg hij een uitnodiging om het Concertgebouworkest te dirigeren. En welk stuk nam hij mee? La mer natuurlijk. En ook ditmaal waren de critici zeer lovend. En opnieuw uitten zij zich in voor lezers van nu in soms raadselachtige bewoordingen. De Telegraaf vond zijn interpretatie ‘meer doorzond, ijler, impressionistischer’ dan menig andere dirigent. In De Maasbode stond dat Van Beinum aan Debussy ‘iets exacts, iets kerngezonds, iets klassieks’ gaf.

Herman Rutters van het Algemeen Handelsblad vond het ‘boeiend door élan, door fijn verzorgd expressief en transparant coloriet, door serieus voorbereid détailwerk’. Ook de latere plaatopname kreeg zeer lovende recensies.

Waarom nu herbeluisteren? Omdat Van Beinums kijk op La mer nog altijd diepe indruk maakt. Hij dirigeert volledig in dienst van de muziek, waar zijn collega’s nog weleens een persoonlijk accentje willen leggen waar niemand om heeft gevraagd.

Verder luisteren? De opname uit 1957 is op Spotify te vinden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden