PlusBoekrecensie

Durlachers probleem is gek genoeg een overdaad én een tekort aan nuance

Zelda en Bor ontfermen zich over een Somalische asielzoekster, die zich transformeert tot landelijk beroemde anti-islamactiviste. Beeld Hollandse Hoogte / ANP
Zelda en Bor ontfermen zich over een Somalische asielzoekster, die zich transformeert tot landelijk beroemde anti-islamactiviste.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

Zelda en Bor Wagschal weten nog precies waar ze waren toen de vliegtuigen zich in de Twin Towers boorden: ze stonden op het dakterras van een penthouse in Lower Manhattan, waar een peperdure ­rabbijn hen net volgens de joodse ­tradities had getrouwd. Het vertrappen van het glaasje wordt overstemd door plotseling verkeerskabaal en ‘een geluid als een kolossaal en donderend onweer’.

Het vliegtuig in de eerste toren.

Het is de opmaat van De stem, Jessica Durlachers eerste roman in tien jaar. Net als in de vorige, De held, combineert ze grote sensationele gebeurtenissen met grote maatschappelijke vraagstukken. Zelda en Bor zijn tweede generatie Holocaustslachtoffers. De oorlog ís al nooit ver weg geweest, heeft hun jeugd en hun karakters getekend – maar hun 9/11-huwelijk schudt hen wakker uit hun westerse vredestijdnonchalance en hun naïeve vertrouwen in de mensheid.

Niet wakker genoeg, blijkt een paar jaar later. Als ze zich ontfermen over een vrome Somalische asielzoekster, die zich transformeert van charmante oppas met een enorm zangtalent tot landelijk beroemde anti-Islam-activiste met een enorme prijs op haar hoofd, dringt de oorlogsdreiging steeds verder het gezin binnen.

Moeizame formuleringen

Meer dan vijftien jaar later blikt Zelda terug op de noodlottige gebeurtenissen. Ze vertelt er aarzelend over, onthult langzaam het drama dat haar nog altijd pijnigt. Pas in de laatste hoofdstukken komen we te weten wat er precies is gebeurd – al hebben we daar al na de New Yorkse opmaat een angstig idee van.

Zelda’s aarzeling om haar grootste pijn te delen, voelt natuurlijk en geloofwaardig, en maar ten dele als een overduidelijke kunstgreep om de lezer nieuwsgierig te houden – wat het natuurlijk óók is.

De spanning en sensatie worden afgewisseld met scherpe gewetensvragen, bijvoorbeeld over de grijze gebieden tussen hulp en morele superioriteit, liberale welvaart en modern kolonialisme, opportunisme en activisme, publieke moed en theater. In die combinatie – kritische introspectie en een goed uitgewerkt plot – ligt de grootste kracht van De stem. Helaas legt die het te vaak af tegen Durlachers zwakten. In sommige hoofdstukken worden de rake inzichten en prikkelende wendingen bedolven onder een stortvloed aan moeizame formuleringen.

Zo muzikaal begaafd als de Somalische vluchtelinge Amal is, en zo ­zuiver haar stem, zo troebel, toondoof en aritmisch zijn veel van Durlachers zinnen. ‘Ik was als de dood voor het moment dat hij zou vergeten dat het koelen van een van zijn kolossale woedeaanvallen zijn toekomst kon verwoesten’ vertelt Zelda over haar oudste zoon. Durlacher raakt verstrikt in haar eigen nuanceringen. Veel – onweer, woedeaanvallen, verdriet, afstand, verlegenheid – is trouwens ‘kolossaal’ in De stem.

Vertraagde bus

Als ze wél kernachtig formuleert, gaat het ook niet per se goed. Zo vat ze de aanslag op de tweede toren samen: ‘De toren is weg. Het is hartverscheurend. Ik voel een immens verdriet.’ De grote gebeurtenissen verschrompelen dankzij haar grote woorden. Als Durlacher niet veel later een vertraagde bus en een chaotisch supermarktbezoekje beschrijft met dezelfde wereldvreemde verbijstering, wordt 9/11 met terugwerkende kracht opgenomen in de serie alledaagse hindernissen. Nét iets treuriger dan een kil busstation.

Het probleem van haar stijl is gek genoeg een overdaad én een tekort aan nuance. Misschien zijn dat twee kanten van dezelfde medaille, is de onderliggende kwaal een gebrek aan trefzekerheid – dat zich nu eens uit in bijzinnen vol mitsen en maren, en dan weer in veel te algemene typeringen.

Hoe dan ook leidt het continu tot omslachtigheid en onhandigheid, te veel om de missers af te doen als achtergebleven slordigheidjes die je met een beetje kwade wil in zowat elke roman kunt aantreffen. Een kleine greep, bijvoorbeeld, uit de pleonasmen: ‘Razend met zijn handen naar me gesticulerend’, ‘woordeloos en ongeduldig mimend’, ‘Sam knikte ter bevestiging’, en: ‘Rivieren van water joegen door de straten’.

Durlacher bewijst met De stem dat een veelbelovend, in grote lijnen prikkelend verhaal, pas écht tot leven komt – of doodslaat – in de zinnen waaruit het is opgebouwd. Als die niet lopen, worden zelfs complotten en geheime diensten, terreuracties en doodsbedreigingen vermoeiend.

Jessica Durlacher, De stem, De Arbeiderspers, €23,50, 432 blz. Beeld
Jessica Durlacher, De stem, De Arbeiderspers, €23,50, 432 blz.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden