PlusInterview

Duncan Laurence: ‘Met nieuwe muziek bracht ik de balans in mijn hoofd terug’

Bij het verschijnen van zijn debuutalbum Small Town Boy wil Duncan Laurence maar één ding: doorgaan waar zijn prijsnummer Arcade eindigde.

Duncan Laurence: ‘Voor mij is Arcade echt het begin van mijn carrière.’Beeld Paul Bellaart

Nog steeds moet hij zichzelf af en toe in de arm knijpen. De Eurovisiezege van Duncan Laurence is inmiddels anderhalf oud, maar het bestaan van de 26-jarige singer-songwriter kent – zelfs tijdens een gedeeltelijke lockdown – nog steeds onverwachte wendingen. “De veranderingen waren soms niet bij te houden,” zegt hij. “Afgelopen week nog dacht ik bij mezelf: ik ben nu gewoon met Armin van Buuren aan het appen. We hebben samen een track gemaakt. Ook zoiets onwerkelijks.”

En er is meer: Laurence viert morgen het verschijnen van zijn debuutalbum Small Town Boy. Op de plaat staan onder meer zes liedjes die zijn geschreven met de Amerikaanse songwriter Jordan Garfield. De muzikale samenwerking strekte zich al snel ook uit naar het persoonlijke vlak en leidde deze zomer tot een huwelijksaanzoek van Garfield. Laurence zei ja.

Maar natuurlijk, in tijden van pandemie kent zelfs een Songfestivalwinnaar z’n teleurstellingen. Door zijn concert in de Ziggo Dome, gepland voor volgende week, werd een streep gehaald. “Ik had er zo naar uitgekeken. Van optreden op zo’n plek heb ik mijn leven lang gedroomd. Maar goed, er zijn ook voordelen. Alle energie die in die show of een tweede tour door Europa zou zijn gaan zitten, heb ik nu in het album kunnen steken.”

Je stelde het concert eerder zelf uit om meer tijd te hebben voor het schrijven van nieuwe muziek. Je wilde per se niet naar de Ziggo Dome met alleen de liedjes die je schreef voordat je aan het Songfestival meedeed? Met dat materiaal stond je wel op Pinkpop.

“Nee, voor mij is Arcade echt het begin van mijn carrière. Die liedjes van toen vind ik ook goed, hoor, maar ik wil ze liever apart houden voor concerten. Ze staan geen van alle op het album. Daarop wilde ik vooral mijn groei laten horen.”

Toen je tweede single Love Don’t Hate It verscheen, zei je dat je graag wilde laten horen dat er meer is. In hoeverre kwam dat gevoel voort uit de druk van het opvolgen van zo’n monumentale song?

“Uiteraard waren er verwachtingen na Arcade. Hoe voeg je daar iets aan toe? Zou iedereen mijn verhaal ook zonder de introductie van het Songfestival begrijpen? Maar ik ontdekte iets belangrijks. Vroeger, in de tijd dat ik op middelbare school werd gepest, vluchtte ik als reactie op een slechte dag vaak mijn slaapkamer in om muziek te maken. Daar vond ik een veilige wereld. Dat bleek nog steeds te werken. Met nieuwe muziek bracht ik de balans in mijn hoofd terug als de verwachtingen even met me op de loop gingen.”

De eerste regels van het album zeggen veel over je nieuwe bestaan: Everybody knows me/ Everybody sees me.

“Dat gaat over wat er het afgelopen jaar allemaal is gebeurd, over de vrienden die me al langer kennen en er gelukkig nog steeds zijn. Ik wilde graag zeggen hoe belangrijk zij voor me zijn. Want ik voel me soms nog steeds die small town boy die in een heel grote arcade terecht is gekomen. Mensen denken van buitenaf soms ineens dingen van je te weten. Veel van wat ik doe, komt uiteindelijk op straat te liggen. Gelukkig geen gekke situaties, maar soms denk ik wel: ‘O, iedereen weet nu al dat ik naar Amsterdam ben verhuisd. Ik kan het verhuisbericht achterwege laten.’ Als je online mijn naam intypt komt er een hele waslijst van dat soort nieuwsberichtjes naar boven.”

Is dat beklemmend?

“Ik heb wel dagen gehad waarop ik er iets meer moeite mee had. Een onzeker gevoel: hoeveel controle heb ik nog over wat er wel en niet naar buiten komt? Ik weet wat voor mij privé is. Ik deel wat ik kan, maar ik houd ook dingen voor mezelf. Zo probeer ik de balans te houden. Net zoals ik probeer op te letten niet te veel uren werk in een dag te stoppen en fit te blijven.”

Wat gebeurde er in mei bij de alternatieve uitzending van het Songfestival? Je zou live zingen, maar er moest op het laatste moment repetitiebeeld worden gebruikt. Waarom?

“Vlak voor het optreden kreeg ik minder goed nieuws. Wat dat was, houd ik voor mezelf, maar ik was heel blij dat de mogelijkheid er was een eerdere opname te gebruiken. Maar ja, toen verschenen er online dus berichten dat ik overspannen zou zijn. Je wilt dan het liefst zeggen: ‘Hallo, dat is helemaal niet zo.’ Maar dat had ik dus niet meer helemaal in de hand. Gelukkig ging die laatste repetitie hartstikke goed. Volgens mij heeft niemand het toen gemerkt.”

Niet alle oud-winnaars van het Songfestival bouwden los van het festival carrières op. Heb je daar een strategie voor?

“Er is zeker een strategie. Ik geloof dat er kansen komen als je muziek maakt waar je volledig in gelooft. Ik hoop het komende jaar meer samenwerkingen te mogen doen zoals nu met Armin. Met andere, internationale, dj’s bijvoorbeeld. Maar daarvoor moet ik blíjven schrijven. Niet zeggen: ‘Hoi, ik ben Duncan, wil je samenwerken?’ Maar: ‘Hoi, ik heb een goeie song, luister er eens naar’.”

Hoe wil je je in de toekomst verhouden tot het Songfestival?

“Ik verheug me op volgend jaar, op Rotterdam, op het gevoel van thuiskomen op het festival. Ik hoop dat ik in Ahoy behalve Arcade ook iets nieuws kan laten horen. Daarna ga ik zelf de koers weer uitzetten. Je moet niet te lang blijven leunen op dat platform, vind ik. Uiteindelijk wil ik verder als muzikant.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden