PlusTen slotte

Dr. Lonnie Smith (1942-2021): ‘Sultan van de hammond’ stond open voor alles en iedereen

De sultan van de hammond werd hij wel genoemd. Jazzorganist Dr. Lonnie Smith, die bij optredens altijd een tulband droeg, stond muzikaal open voor alles en iedereen.

In de jaren zeventig begon Dr. Lonnie Smith de tulband te dragen die een soort handelsmerk werd. Beeld Redferns
In de jaren zeventig begon Dr. Lonnie Smith de tulband te dragen die een soort handelsmerk werd.Beeld Redferns

Afgelopen voorjaar verscheen van hem nog Breathe, de zoveelste aanvulling op een toch al enorme discografie. Dr. Lonnie Smith liet op het album de muziek horen waarmee hij bekend werd: swingende en toegankelijke orgeljazz die zelfs iets ‘gezelligs’ had. Maar hij ging ook dieper, in een vindingrijke uitvoering van Thelonious Monks Epistrophy, en in twee nummers zong punklegende Iggy Pop mee.

Het tekent Dr. Lonnie Smith. De Amerikaanse hammondorganist, die dinsdag op 79-jarige leeftijd overleed aan longfibrose, stond open voor alles en iedereen. Hij trad op met jazzgrootheden als trompettist Dizzy Gillespie, bassist Ron Carter en collega-organist Jimmy McGriff, maar deelde net zo lief het podium met soulzangeressen Etta James en Gladys Knight.

Brede smaak

Zijn muzikale moeder had ook zo’n brede smaak. Thuis in Lackawanna, een voorstad van Buffalo in de staat New York, kreeg hij het via haar allemaal te horen: gospel, jazz, rhythm-and-blues én klassiek. De jonge Lonnie Smith speelde trompet en zong, nota bene enige tijd in een zanggroep die The Supremes heette, een paar jaar voor drie meiden uit Detroit onder diezelfde naam de wereld veroverden.

Op twintigjarige leeftijd ontdekte hij het hammondorgel, dat de grote muzikale liefde van zijn leven werd. In 1966, inmiddels verhuisd naar New York City, trad Smith toe tot het kwartet van George Benson, toen de ‘hotste’ gitarist in de jazz. Innig was ook Smiths samenwerking met saxofonist Lou Donaldson, een van de grondleggers van de zogeheten souljazz, muziek waarbij de organist zich erg thuis voelde.

Finger Lickin’ Good Soul Organ was in 1967 Lonnie Smiths eerste album onder eigen naam. Voor de vele albums die volgden, onder meer op het label Blue Note, wist hij moeiteloos muzikanten uit de meest uiteenlopen genres te strikken. Ook was hij veel te horen op platen van anderen.

Kenmerkende tulband

In de jaren zeventig begon hij de tulband te dragen die een soort handelsmerk werd. De doctorstitel die hij ongeveer tegelijkertijd voor zijn naam plakte, verwees niet naar academische prestaties (al beweerde Smith te zijn afgestudeerd in de groovology) maar was bedoeld om zich te onderscheiden van de net opgekomen bijna-naamgenoot Lonnie Liston Smith, toevallig ook een jazzorganist die allesbehalve een purist was.

In de jaren negentig werd Dr. Lonnie Smith in de wereld van de acid jazz (een uit de dance voortgekomen genre dat graag te rade ging bij oude jazz, soul en funk) gezien als een belangrijke voorloper. Het gaf zijn carrière een onverwachte nieuwe boost.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden