Plus Ten slotte

Dr. John (1941-2019): icoon van de New Orleans-blues

Stoppen met drugs was een ding, maar stoppen met muziek was voor Dr. John geen optie. Vrijdag overleed hij aan een hartaanval.

Dr. John. ‘Er is toch geen pensioenregeling voor musici’ Beeld Redferns

Toen Malcolm John Rebennack zichzelf opnieuw uitvond als Dr. John kwam eind jaren zestig zijn solocarrière van de grond. Hij werd de icoon van de New Orleans-blues, won zes Grammy Awards en vond dat een muzikant moest blijven spelen tot hij erbij neerviel. Vrijdag overleed ‘The Night Tripper’ op 77-jarige leeftijd aan de gevolgen van een hartaanval.

Rebenack groeide op in een muzikantenfamilie. Als tiener speelde hij al in de bars en stripclubs van New Orleans, waar zijn vader, geluidsman, hem al van jongs af aan mee naartoe had genomen.

Hij begon als veertienjarige bij platenmaatschappij Ace Record als talentenscout- en begeleider en profileerde zich steeds meer als songwriter, producer en sessiemuzikant. Zijn gitaar moest hij verruilen voor de piano nadat hij bij een schietpartij in het ruige nachtleven door een niet voor hem bedoelde kogel was geraakt – het zou ook niet de laatste schietpartij zijn waarbij hij gehavend raakte.

Hij stond in de studio met Jerry Lee Lewis, Fats Domino, Phil Spector en Sonny & Cher, maar raakte ook verstrikt in drugs- en sjacherpraktijken en belandde voor korte tijd in de gevangenis. Naar Californië vertrokken, koos hij de artiestennaam Dr. John The Night Tripper, naar een legendarische voodoo-dokter die rond 1800 in Louisiana zijn praktijken had uitgeoefend. Zijn eerste solo-album Gris-Gris, vol voodoo-gezangen en psychedelische soul,werd een cultsucces dat hij bij zijn optredens bestendigde met voodoo-rituelen, extravagante kostuums en pruiken.

Zonder heroïne

Begin jaren zeventig sloeg hij een andere weg in met een eigenzinnige mix van rhythm-and blues, Americana, jazz, de Mardi Gras-muziek van New Orleans, boogie-woogie en funk – of ‘fonk’, zoals hij het uitsprak Met het nummer Iko Iko van het album John’s Gumbo (1972) haalde hij de Billboard Hot 100. Tot zijn grootste successen hoorde ook het album In the Right Place (1973), waarvan de songs Right Place Wrong Time en Such a Night echte Dr. John-klassiekers werden.

Hij bleef actief als solomuzikant en als sessiemuzikant voor onder meer de Rolling Stones, Van Morisson, Carly Simon en James Taylor. Hij maakte meer dan dertig platen, componeerde filmmuziek en nummers van hem werden ook gebruikt in films als The Blues Brothers. In The Last Waltz van Martin Scorsese speelt en zingt hij Such a Night op het legendarische afscheidsconcert van The Band.

In 2010 keerde hij met het album Tribal, waarvoor hij weer samenwerkte met de even legendarische producer Allen Toussaint, terug naar The Night Tripper en de sferen van Gris-Gris. ‘Honderd procent terug naar N’Awlins’, zoals hij zelf zei in een interview met muzieksite The Quietus – maar dan zonder de heroïne waarin hij tot zijn vijftigste verslaafd was geweest.

Stoppen met drugs was een ding, stoppen met muziek was voor hem geen optie. “Wat een muzikant moet doen is doorspelen tot het laatste nummer is gespeeld en hij omvalt en sterft. Op die manier hoeft de band geen toegift meer te spelen en krijgen ze toch betaald voor de gig – en er is trouwens toch geen pensioenregeling voor musici.” In 2011 werd Dr. John opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame. Op Twitter bedankte zijn familie vrijdagochtend iedereen die ‘zijn muzikale reis heeft meegemaakt.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden