PlusTen Slotte

Doodgewone dingen werden bijzonder door de lens van Eddy Posthuma de Boer (1931-2021)

Eddy Posthuma de Boer groeide uit tot een van de meest gewaardeerde fotografen van Nederland. Posthuma de Boer richtte zijn blik vooral op het leven van alledag en kroop in de rol van de nieuwsgierige buitenstaander.

Eddy Posthuma de Boer: ‘Ik ben een man met twee geheugens. Mijn eigen geheugen en mijn archief.’ Beeld Edyy Posthuma de Boer
Eddy Posthuma de Boer: ‘Ik ben een man met twee geheugens. Mijn eigen geheugen en mijn archief.’Beeld Edyy Posthuma de Boer

“Ik begon pas echt te leven na de Tweede Wereldoorlog: 1948, bij wijze van spreken. Voor die tijd was het allemaal gedoe.” In dat bewuste jaar ontdekte Eddy Posthuma de Boer de fotografie, hoewel hij aanvankelijk eigenlijk iets met film wilde doen. De in Amsterdam geboren Posthuma de Boer, die zondag op 90-jarige leeftijd overleed, ging aan de slag bij het ANP en groeide uit tot een van de meest gewaardeerde fotografen van Nederland.

Als fotojournalist werkte Posthuma de Boer onder andere voor Het Parool, de Volkskrant, Time Life en Avenue. Zijn foto’s vonden hun weg naar tientallen boeken, waarvan hij een flink deel zelf heeft samengesteld. Reizen werd Posthuma de Boers tweede natuur. Hij maakte in meer dan 85 landen reportages, vele daarvan met de schrijver Cees Nooteboom.

Zijn werk uit de jaren vijftig, zestig en zeventig was vorig jaar nog onderwerp van een grote tentoonstelling in het Fotomuseum Den Haag. Twee foto’s die hij maakte op Tenerife noemde hij toen zijn beste foto’s, mede omdat Nooteboom er zulke prachtige gedichten bij had geschreven.

Door zijn onderwerpskeuze werden de foto’s van Posthuma de Boer vaak vergeleken met tijdgenoten Ed van der Elsken (1925-1990) en Johan van der Keuken (1938-2001). Zelf zag hij dat niet, zei hij tegen de Belgische krant De Tijd. “Dat waren tijdgenoten, maar hun werk was anders. Ik leerde vooral van mensen als Eva Besnyö en door te kijken naar het werk van André Kertész en Henri Cartier-Bresson.”

Nieuwsgierige buitenstaander

Hij noemde nieuwsgierigheid als zijn grote drijfveer en wilde verre reizen maken om reportages te maken. Posthuma de Boer richtte zijn blik vooral op het leven van alledag en kroop in de rol van de nieuwsgierige buitenstaander met een scherp oog. Hij zag dingen waar anderen aan voorbijgaan. Twee meisjes met vrijwel identieke geruite minirokken, een dode hond, een jongetje dat tussen het winkelende publiek een plasje doet, twee vrouwen die met kerstbomen slepen. Doodgewone dingen werden door zijn lens bijzonder.

De twee meisjes met identieke geruite minirokken. Beeld Eddy Posthuma de Boer
De twee meisjes met identieke geruite minirokken.Beeld Eddy Posthuma de Boer

Daarnaast maakte Posthuma de Boer veel portretten, vooral van Nederlandse schrijvers. Hij was getuige van de opkomst van de jongerencultuur met de jazz en rock-’n-roll. Hij was er bijvoorbeeld bij toen The Beatles in 1964 een historisch bezoek aan Nederland brachten. Posthuma de Boer maakte foto’s van de aankomst op Schiphol, de twee concerten in Blokker en de rondvaart door de Amsterdamse grachten. Als jazzliefhebber kende Posthuma de Boer de muziek van The Beatles eigenlijk nauwelijks, maar hij had meteen door dat er iets bijzonders aan de hand was.

Prachtig tijdsbeeld

Voor de wereldtentoonstelling van 1970 in Osaka fotografeerde hij een dwarsdoorsnede van de Nederlandse maatschappij, met jonge gezinnen, directieleden van een bedrijf, Amsterdammers op de fiets, de bemanning van een vliegtuig en modieuze tieners. Ze vormen een prachtig tijdsbeeld van hoe Nederland er in 1969 uitzag.

Onder zijn eigenzinnige waarnemingen hoorden ook ruim honderd kranten lezende mensen. “Toen ik er eenmaal op ging letten, kwam ik ze overal tegen: staand op straat, zittend op een trap of op een bankje in het park, in hun winkeltjes, aan een cafétafeltje.”

Eddy Posthuma de Boer werkte tot op hoge leeftijd door. Omdat hij als zelfstandig fotograaf geen pensioen had opgebouwd, maar vooral omdat hij niets liever deed. De tweede verdieping van zijn huis in Amsterdam-Oost, waar hij sinds 1961 woonde, noemde hij ‘museum Eddy’. Daar had hij duizenden boeken en mappen met foto’s en dia’s. Dat archief werd de basis voor de boeken en tentoonstellingen die hij samenstelde. “Ik ben een man met twee geheugens,” vertelde hij. “Mijn eigen geheugen en mijn archief.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden