PlusAchtergrond

Documentairereeks Cannabis: hoe ook Nederland een plant criminaliseerde

In de zesdelige documentairereeks Cannabis van producent Robert Oey wordt de geschiedenis van het Nederlandse gedoogbeleid geschetst. ‘Ergens is Nederland de positie van tolerant pioniersland kwijtgeraakt,’ aldus regisseur Arjen Sinninghe Damsté.

Gerard Spong (R), advocaat van voormalig coffeeshophouder Johan van Laarhoven, laat in coffeeshop The Grass Company een delegatie van Thaise advocaten zien hoe het Nederlandse gedoogbeleid voor softdrugs werkt.Beeld ANP

Wat is er nog over van dat aanvankelijk zo sympathiek bedoelde, liberale Nederlandse gedoogbeleid van softdrugs? De coffeeshop, waar sinds de jaren zeventig wiet en hasj mogen worden verkocht, bezorgde Nederland de koppositie van landen met een realistische kijk op drugs. Van die voorsprong is weinig meer over en eigenlijk valt de logica van het systeem nauwelijks nog uit te leggen.

Toch wordt een dappere poging ondernomen in de zesdelige documentairereeks Cannabis, waarvan de eerste aflevering op 30 september op NPO 2 wordt uitgezonden. Het Openbaar Ministerie is boos over de serie, vanwege de ‘tendentieuze en suggestieve toon’. 

De serie schetst uitgebreid de historie van het gedoogbeleid en wisselt dat af met de huidige problemen rond softdrugs. In het bijzonder zoomen de makers in op de zaak van coffeeshophouder Johan van Laarhoven, die in Thailand werd opgepakt en veroordeeld tot meer dan honderd jaar gevangenisstraf.

Producent Robert Oey vroeg regisseur Arjen Sinninghe Damsté in 2018 om de serie te maken. “Oey volgde de zaak-Van Laarhoven al een paar jaar. Wat er met hem is gebeurd, staat in zekere zin symbool voor de veranderende houding van Nederland tegenover softdrugs.” 

Houding

Van Laarhoven verdiende zijn geld met een goedlopende coffeeshop in Tilburg, verhuisde naar Thailand en werd daar op instigatie van het Nederlandse Openbaar Ministerie met zijn vrouw opgepakt op verdenking van onder meer witwassen en het leidinggeven aan een criminele organisatie. Volgens Sinninghe Damsté valt de zaak niet los te zien van de veranderende houding van Nederland ten opzichte van drugs: “We zijn een war on drugs gaan voeren die haaks staat op hoe het gedoogbeleid eigenlijk bedoeld was.”

Hoe Nederland het beleid ooit bedoelde, wordt in de eerste afleveringen van Cannabis fraai in beeld gebracht. Historische beelden van de flowerpowertijd worden ondersteund door smakelijke anekdotes van enkele ‘henneppioniers’, zoals The Bulldog-oprichter Henk de Vries, eigenaar van Sensi Seeds Ben Dronkers en het Hash Marihuana & Hemp Museum op de Wallen. 

Beiden verkochten vijftig jaar geleden op het popfestival in Kralingen al stukjes stuff en zijn daar de rest van hun leven niet meer mee opgehouden. Heerlijke figuren voor een documentairemaker, zegt Sinninghe Damsté. “Ze hebben een enorme eigenheid en een onstuitbare drang naar onafhankelijkheid. En ze houden oprecht van dat plantje.”

Het Nationale Monument op de Dam was eind jaren zestig, begin jaren zeventig, een van de drukst bezochte ontmoetingsplaatsen voor jongeren uit de hele wereld die low budget hun zomervakantie in de tolerante hoofdstad kwamen doorbrengen.Beeld Hollandse Hoogte / Paul van Riel

Dealers en junkies

Maar de aanvankelijke onschuld waarmee de hippies hun jointjes rookten, ging er snel af. Halverwege de jaren zeventig ontdekten snelle jongens dat er goed geld te verdienen viel aan de verkoop van hasj en wiet. De handel was in handen van louche types, grammetjes werden onzen, onzen werden kilo’s. Tegelijkertijd werd Amsterdam overspoeld door een nieuwe drug: heroïne veranderde de Zeedijk in een no-goarea waar dealers en junkies de dienst uitmaakten.

Tegen die achtergrond ontstonden de eerste coffeeshops in Amsterdam, eerst Mellow Yellow en daarna The Bulldog. Intussen zorgde een jonge Dries van Agt er in de Tweede Kamer voor dat er onderscheid kwam tussen soft- en harddrugs. Maar het succes van de coffeeshops legde ook de kiem voor nieuwe problemen. 

Door het onlogische systeem van een achter- en een voordeur – coffeeshops mogen wel verkopen, maar niet bevoorraad worden – ontstond er een juridisch schemergebied. Bovendien stortte de georganiseerde misdaad zich op grootschalige wiethandel en kwam het Nederlandse beleid onder vuur te liggen vanuit het buitenland. Onder meer door Frankrijk wordt Nederland als ‘narcostaat’ betiteld.

Enigma

Terwijl andere landen als Uruguay en Canada, en veel Amerikaanse staten, marihuana legaliseren, is het tolerante Nederland de laatste twintig jaar juist de teugels aan het aantrekken. Grote coffeeshops in de grensregio worden gesloten, de belastingdienst en het Openbaar Ministerie openen de jacht op coffeeshopeigenaren, met de zaak-Van Laarhoven als hoogte- dan wel dieptepunt.

In zes afleveringen pluist de serie dat dossier grondig uit. Zo grondig, dat de ingewikkelde juridische details en vele zijpaden over het functioneren van het OM soms lastig te volgen zijn. Maar volgens Sinninghe Damsté zijn deze essentieel om het hele verhaal te vertellen. “De serie belicht het enigma van het gedoogbeleid,” zegt de regisseur, die behalve historische beelden zowel fictie als non-fictie in de scènes verwerkte. Zo wordt onder meer de liquidatie van hasjkoning Klaas Bruinsma voor het Hilton Hotel nagespeeld.

Een politiek pamflet is de serie niet, zegt Sinninghe Damsté. Maar dat het Nederlandse gedoogbeleid meer kritiek dan lof oogst, raakt hem wel. “Uiteindelijk gaat het over de geschiedenis van een plant die gecriminaliseerd is. En het gaat over hoe Nederland ergens de positie van tolerant pioniersland is kwijtgeraakt.”

Cannabis is vanaf woensdag 30 september te zien bij KRO-NCRV om 20.25 uur op NPO 2.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden