Plus Interview

Documentairemaker Louis Theroux pelt nu eens zichzelf af

Documentairemaker Louis Theroux geeft na 25 jaar voor het eerst een inkijkje in zijn leven en werk. ‘Ik schommel tussen diepe twijfel en overdreven zelfverzekerdheid.’

‘Het hoofdstuk over Nancy en onze ruzies was vreemd genoeg het makkelijkst te schrijven’ Beeld Linda Stulic

Wie denkt dat de memoires van Louis Theroux (49) een soort handleiding zijn tot succes, of dat hij eindelijk de fijne kneepjes van zijn werkwijze uit de doeken doet: vergeet het maar. 

Theroux mag dan een van de beroemdste en succesvolste journalisten en ­televisiemakers ter wereld zijn, overladen met prijzen en belachelijk hoge kijkcijfers: Geen ­taboe voor Theroux is vooral een openhartige parade van mislukkingen, moeizame projecten en gênante voorvallen in zijn leven en werk. 

Van hoe hij op 23-jarige leeftijd zijn sollicitatiegesprek met de Amerikaanse filmmaker Michael Moore bijna verknalde door te bluffen dat hij diens speelfilm geweldig vond, (Theroux had ’m niet gezien), tot een rampzalig interview met Joe Jackson, de vader van Michael en het floppen van een documentaire over Islamitische Staat. De reden, vertelt hij in een Amsterdams hotel: “Ik vind mislukkingen veel interessanter dan successen.”

In de 25 jaar dat Theroux documentaires maakt, heeft hij een onwaarschijnlijke hoeveelheid bijzondere mensen geportretteerd. Hij begon zijn loopbaan met Amerikaanse weirdo’s (mensen die in ufo’s geloven, bodybuilders, swingers) en stapte daarna over naar beroemdheden, zoals de Britse presentator Jimmy Savile – van wie later bekend werd dat hij honderden mensen seksueel heeft misbruikt – en Michael Jackson. De laatste jaren focust hij op maatschappelijke onderwerpen als alcoholisme of moeders met psychiatrische problemen.

Na al die jaren anderen portretteren voelt het heerlijk om eens zelf het onderzoeksonderwerp te zijn, vertelt Theroux. “Een beetje alsof je een korstje afkrabt: dit is the real me.” Want waar hij op televisie vrijwel nooit iets over zichzelf prijsgeeft, kon hij nu eens zichzelf uitdiepen. “Ik heb het schrijven hetzelfde aangepakt als mijn programma’s: daarin probeer ik iemand laagje voor laagje af te pellen, om er langzamerhand achter te komen waar diegene mee worstelt. Die standaard wilde ik ook aan mezelf opleggen.”

Wilt u uw ‘echte ik’ laten zien omdat vaak gesuggereerd wordt dat u een rol speelt op televisie? Dat u helemaal niet zo ongemak­kelijk of naïef bent als u doet voorkomen?

“In het begin hoorde ik dat erg vaak: is he really like that? Ik blijf verrast als mensen denken dat ik totaal anders ben dan die man op televisie. Natuurlijk zie je op het scherm een professio­nele versie van mij, en is het in die zin een vertolking. Maar ik ben écht een beetje onhandig en verstrooid, ik maak me snel zorgen en ik kan me niet echt gladjes gedragen. Maar ik heb dit boek niet geschreven om dat beeld recht te zetten; het is meer een poging om te ontdekken hoe mijn menselijke tekortkomingen op een of andere manier toch een positieve invloed hebben op mijn werk.”

Dat uw sociale onhandigheid bijvoorbeeld wel lekker werkt op tv?

“Ja, dat denk ik wel. Ik werk met een team dat toegang regelt tot zo’n gevangenis of instelling. Als ik dan voor het eerst in zo’n wereld stap, dan stommel ik een beetje rond en ben ik heel erg uit mijn context. Op een of andere manier voelen mensen die kwetsbaarheid, en praten ze daarom makkelijk met me. Maar ik heb natuurlijk wel een journalistieke focus, ik zoom steeds in op wat ik interessant vind. It’s not just me flopping around.”

In het boek geeft u zichzelf behoorlijk bloot. U schrijft dat u op jonge leeftijd veel wiet rookte, dat u er later niet was voor uw jonge gezin, hoe u veel ruziede met uw vrouw Nancy.

“Ik moest eerlijk zijn, vond ik. Ik lees zelf het liefste over de moeilijke gedeeltes: wanneer je verward of eenzaam bent, en geen idee hebt welke kant je leven op gaat of wat je überhaupt met dat leven moet beginnen. Het hoofdstuk over Nancy en onze ruzies was vreemd genoeg het makkelijkst om te schrijven: ik had het in een ochtendje op papier, omdat we ontelbare versies van die ruzie hebben gehad. Ik hoefde niet eens mijn best te doen om het grappig te maken. Op een akelige manier zijn die huise­lijke ruzietjes dat al: tenenkrommend, gênant: je wordt zó kleinzielig, echt de slechtste versie van jezelf. En toch vaak heel komisch.”

Wat vond Nancy daarvan?

“Zij had een eerste versie gelezen, en zei juist: het beste spul is het persoonlijke. Mijn vader (de Amerikaanse schrijver Paul Theroux, red.) had me al aangeraden te beginnen met mijn jeugd en opvoeding, maar halverwege ging ik meer in op mijn televisieprogramma’s. Nancy zei dat ik ook in de tweede helft meer persoonlijke stukken moest toevoegen. En daarmee gaf ze me min of meer toestemming om al die stomme ruzies op te schrijven.”

Uw boek gaat meer in op mislukkingen dan uw succes. Zo beschrijft u uitgebreid hoe u in de periode dat u programma’s maakte over celebrity’s, afwijzing na afwijzing kreeg.

“Dat is een van de slechtste ervaringen die ik heb gehad. Ik maakte een format dat niet zo goed bij mij paste; ik moest mensen portretteren in wie ik niet bijster geïnteresseerd was. En dan had ik ook nog een heel productieteam om me heen – vijf à zes mensen die min of meer de hele dag aan de telefoon hingen, faxten en mailden, en continu nee te horen kregen. Dat voelde zo futiel. Tegelijkertijd had ik contact met Jimmy Savile; een verwarrende periode.”

Uw documentaire over en met Jimmy Savile is uit 2000. Na zijn dood in 2011 werd bekend dat hij vele kinderen had misbruikt. In het boek beschrijft u uw kant van het verhaal, had u behoefte er nog op terug te komen?

“Ik vond dat een kant die ik van hem kende verdween toen het misbruik naar buiten kwam. Hij werd tot een monstrueus figuur gemaakt, tot het punt dat hij puur kwaadaardig was. Ik twijfel geen moment aan zijn daden, maar ik denk niet dat je goed kunt begrijpen hoe het seksueel misbruik en grooming konden plaatsvinden als je niet ook weet hoe hij mensen kon charmeren, dat hij ook positieve kanten had en een herkenbare, grappige man was. Ik wilde dus vooral vertellen dat hij een veel gecompliceerder figuur was dan hij nu lijkt.”

“Wat de zaak voor mij complex maakt, is dat ik aan de ene kant, van alle journalisten die met hem te maken hebben gehad, wel degene ben die een enorm onthullend portret van hem heeft gemaakt. Het is ook waar dat ik dagenlang met hem heb doorgebracht en hem nooit heb ontmaskerd als seksueel misbruiker. Ik kan eeuwig doorgaan met me afvragen of dat een mislukking is of niet. Met de kennis van nu zou ik het natuurlijk heel anders aanpakken.”

U schrijft dat u erg aan uzelf twijfelt. Als de BBC u uw allereerste programma geeft, Louis Theroux’s Weird Weekends, schrijft u dat u zich daar extreem voor heeft gegeneerd. En twintig jaar later, als uw film over een Amerikaanse gevangenis door zes miljoen mensen is gezien, merkt u op dat er op de andere zenders niet veel interessants was – dat ze dus niets beters hadden om naar te kijken.

“Ja, dat klopt wel, he? Ik ben nou eenmaal wat onzeker en heb de neiging om te focussen op dingen die ik beter of anders had kunnen doen. Als ik faal, neem ik de schuld op me, maar als ik succes behaal, denk ik vaak: ik heb geluk gehad, daar ben ik maar mooi mee weggekomen, of het komt door het goede team waarmee ik samenwerkte.”

“Dat is misschien charmant, maar er gebeurt nog iets anders. Toen ik bijvoorbeeld mijn allereerste tv-item maakte voor TV Nation – dat ging over groepen millennials die zich aan het voorbereiden waren op het einde der tijden – dacht ik voortdurend: ik heb geen flauw idee wat ik aan het doen ben. Maar niet veel later kreeg ik door dat mijn onhandigheid mensen wel charmeerde, en dat ik daardoor veel vragen kon stellen. Toen dacht ik juist: dit is grandioos, dit wordt het beste stukje televisie dat de mens ooit gemaakt heeft! Dit zou een bioscoopfilm moeten worden, en geen itempje van acht minuten!”

“Ik schommel steeds tussen die gevoelens van diepe twijfel en overdreven zelfverzekerdheid – daar zal vast een klinische term voor zijn. Al neig ik vooral naar het eerste. Ken je die quote van Groucho Marx, I would never join a club that would have me as a member? Dat gevoel.”

Dat is best treurig.

“Het probleem is ook dat je de mensen om je heen niet waardeert; dat je gaat denken: als zij denken dat ik leuk ben, dan moet er wel iets mis met ze zijn. Dat gevoel van welt­schmerz, die negativiteit, infecteert alles om je heen. Dat is ook een van de redenen dat ik lange tijd de goede kwaliteiten van Nancy niet heb ingezien.”

Die negativiteit heeft in ieder geval geen slechte invloed gehad op uw populariteit, die misschien wel groter is dan ooit. Verbaast dat u weleens?

“Ah, dat vind ik wel leuk om te horen. Is dat ­werkelijk zo?”

Ik zag dat iemand recent een tatoeage van u heeft genomen. Die maffe, oude foto waarop u halfnaakt poseert met een veren stola om.

“O, er zijn zeker tien of vijftien mensen die een tatoeage van mij hebben. Dat voelt gek genoeg als een grote verantwoordelijkheid: ik kan me niet ineens gaan gedragen als een klootzak. Dan zou iemand rondlopen met een tattoo van mij, en denkt diegene: waarom in hemelsnaam heb ik die gast op mijn lijf getatoeëerd? En dan is er weer die andere versie van mij, die denkt: maar natuurlijk, ik ben zo speciaal; waarom nemen eigenlijk niet meer mensen een tattoo van mij? Dat is het gevaarlijke van succes: je krijgt te maken met inflatie. Het werkt net als heroïne: je hebt elke keer weer een grotere shot nodig om high te worden. Maar dat is maar een klein gedeelte van me hoor!”

Louis Theroux, Geen taboe voor Theroux
Vertaald door Rob Kuitenbrouwer en Pon Ruiter. Ambo Anthos, 448 blz., € 24,99 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden