PlusInterview

Documentaire over The Style Council: Goede muziek, mooie kleding

Zaterdag zendt de VPRO de documentaire Long Hot Summers over The Style Council uit. Superfan Phil Tilli beschouwt voor. ‘Het was een herdefiniëring van de modcultuur.’

Paul Weller (rechts) in de videoclip bij het nummer Long Hot Summer uit 1983. Beeld Getty Images
Paul Weller (rechts) in de videoclip bij het nummer Long Hot Summer uit 1983.Beeld Getty Images

De scooter voor het huis in Ilpendam laat er geen misverstand over bestaan: hier woont een mod. Phil Tilli viel voor de typisch Britse modcultuur, waar alles draait om goede muziek en mooie kleding, als fan van Paul Weller, ook wel bekend als de Modfather.

Het laat zich moeilijk meten natuurlijk, maar Tilli (49) – ooit gitarist in de groep Moke, nu artiestenmanager – zou weleens de grootste Wellerfan van Nederland kunnen zijn. Drie perioden zijn te onderscheiden in Wellers carrière: eerst was er het punktrio The Jam, vervolgens richtte hij The Style Council op, waarna een tot op heden durende sololoopbaan aanving.

The Style Council (1983-1989) is Phil Tilli het liefst. Geschikte figuur dus om mee te kijken naar Long Hot Summers, de Britse documentaire die zaterdag op zijn voorspraak wordt uitgezonden op de Nederlandse televisie.

Maar eerst maken we een rondje door zijn huis. Veel gitaren, een platencollectie waarin Paul Weller vanzelfsprekend domineert, een gouden plaat van The Style Council aan de wand. Wellers jongste album, Fat Pop, heeft Tilli in zeven versies, inclusief muziekcassette. Het is de plaat waarmee Weller (63) onlangs in eigen land de eerste plaats van de albumlijst haalde – niet veel andere artiesten kunnen zich erop beroemen die positie in vijf decennia te hebben bereikt.

Phil Tilli, ex-gitarist van Moke en groot fan van Paul Weller. Beeld Dirk-Jan van Dijk
Phil Tilli, ex-gitarist van Moke en groot fan van Paul Weller.Beeld Dirk-Jan van Dijk

Tilli beschikt niet over een walk-in closet, maar over een hele walk-in basement. In de kelder van zijn huis hangen Fred Perryshirts keurig op een rek en staan tegen een wand vele schoenendozen opgestapeld. “Ik ben de meest verwijfde ­hetero die bestaat,” zegt Tilli. “Je-weet-wel-wie heeft ook zo’n ordentelijke kledingcollectie.” (Voor de niet-ingewijde: die je-weet-wel-wie is Weller).

Traantje wegpinken

Long Hot Summers heeft Tilli al een keer of drie gezien – de eerste keer pinkte hij een traantje weg toen de documentaire bleek te besluiten met een reünie van The Style Council – maar hij zet hem voor het bezoek graag nog een keer op. Prima docu, vindt hij: ”Er zit genoeg in dat spannend is voor verstokte fans, maar hij is ook interessant voor mensen die helemaal niet zo bekend zijn met de groep.”

The Style Council was een radicale breuk met The Jam, waarmee Weller vooral thuis in het Verenigd Koninkrijk enorm populair was. Ook The Jam was een modgroep, maar de muziek was vaak heel stevig. Met The Style Council stortte Weller zich ook op soul en – iets voorzichtiger – jazz, allebei muziekvormen die ook door de originele mods van de jaren zestig al werden gewaardeerd. Invloeden ontleende hij verder aan de klassieke muziek (prachtig hoe Weller in de documentaire met plat Engels ­accent de namen Debussy en Satie uitspreekt) en in de nadagen van The Style Council zelfs aan house.

“The Style Council was een herdefiniëring van mod. Echt revolutionair,” zegt Tilli. Veel fans van The Jam snapten er niets van. Het duurde bij mij ook even voor ik dat housealbum, dat zijn platenmaatschappij indertijd niet wilde uitbrengen, begreep. En pas de laatste jaren koop ik jazzplaten: Art Blakey, Stan Getz. Dat is het mooie van Weller: als je je verdiept in zijn muziek, leer je ook andere dingen kennen en waarderen.”

Vriendschap

The Jam deed het vooral goed bij jongens. “Bij The Style Council kwamen ook de meisjes erbij,” zegt Tilli. Echt haaks op het toch wel stoere imago van The Jam stond de clip die regisseur Tim Pope voor The Style Council maakte bij Long Hot Summer (het nummer waar de documentaire zijn titel aan ontleent): een filmpje met een onmiskenbaar homo-erotische sfeer. “Sommige fans van The Jam zijn er nog kwaad over.”

Phil Tilli kent Paul Weller al jaren persoonlijk. “Met het woord vriendschap moet je voorzichtig zijn, maar altijd als hij in Nederland is, zien we elkaar. We hebben elkaar leren kennen toen hij in 2004 in Amsterdam zijn album Studio 150 opnam en veel in café De Koe kwam. Om vier uur ’s middag raakte we aan de praat, om vier uur ’s nachts zaten we nog te lullen. Bij een volgende gelegenheid stelde hij me aan een landgenoot voor met: This is the guy that drank me under the table.”

Long Hot Summers – The Story of The Style Council, NPO 3, zaterdag, 23.05 uur.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden