PlusInterview

Documentaire over onwaarschijnlijke oase Oranjemund: ‘Ik wil die onverschilligheid laten voelen’

Als mijnbouwbedrijf Namdeb vertrekt uit Oranjemund kan de plaats zomaar een spookstad worden. Beeld
Als mijnbouwbedrijf Namdeb vertrekt uit Oranjemund kan de plaats zomaar een spookstad worden.

Ike Bertels toont in haar documentaire Desert Paradise een onwaarschijnlijke oase in de Namibische woestijn: een stadje dat werd gesticht voor diamantmijners en op het punt staat te vervliegen.

Enkele weken geleden genoot Ike Bertels een plezier dat maar weinig andere Nederlandse filmmakers het afgelopen jaar voelden: haar film Desert Paradise werd ­vertoond op groot doek, in een zaal vol publiek. Of nou ja, vol: vier vertoningen voor elk vijftig toeschouwers, op afstand en met mondkapjes. Maar toch.

Nee, dit was geen Fieldlabexperiment. Bertels’ film kreeg zijn eerste vertoningen, nog voor de officiële première afgelopen week op het (online) filmfestival Movies that Matter, in Namibië. In Oranjemund, om precies te zien, het plaatsje waar de film over gaat. “Als ik met mensen werk, wil ik dat zij het kunnen zien voordat de film uitgaat,” zegt Bertels. “Niet dat ze er nog iets aan mogen veranderen, maar ze moeten het wel zien.”

Verboden voor onbevoegden

Bertels stuitte bij toeval op het verhaal van Oranjemund, dat tot 2017 grotendeels afgesloten was van de rest van de wereld. Het plaatsje aan de monding van de Oranjerivier, op de grens tussen Namibië en Zuid-Afrika, werd in 1936 gesticht als woonplaats voor de mijnwerkers die de rijkelijk in het gebied aanwezige diamanten opgroeven.

Decennialang was de stad in handen van het mijnbouwbedrijf, dat tegenwoordig Namdeb heet. De wijde omtrek was ‘Sperrgebiet’, verboden voor onbevoegden. Inmiddels is dat gebied, in elk geval op papier, omgevormd tot een nationaal park dat de naam Tsau ǁKhaeb (Sperrgebiet) ­National Park kreeg. De wonderlijke schoonheid van dat gebied was een van de dingen die Bertels aantrok. “Ik wilde een stap maken als filmmaker, een meer visuele film maken. Ik heb heel veel voor televisie gewerkt, maar langzamerhand heb ik meer behoefte gekregen om film te maken, minder informatief en meer cinematografisch. Ik voelde me geholpen door die prachtige natuur. Ik dacht: daar kan ik wat mee, daar zit een metafoor in.”

Bertels was in 2015 voor het eerst in Oranjemund. Ze kwam er terecht via de vriendin van een bevriende filmmaker, die in Oranjemund was geboren. Zij vertelde Bertels in geuren en kleuren over het ‘paradijs’ waar ze opgroeide, waar alle voorzieningen gratis waren en waar wit en zwart harmonieus samenleefden. “Ik dacht: dat wil ik weleens zien,” zegt Bertels. “Stel je voor dat dat waar is, dan wil ik zien of dat een voorbeeld zou kunnen zijn.”

Het werd uiteindelijk niet de film die ze in Oranjemund maakte. Haar verhaal vond ze toen Namdeb aankondigde te vertrekken uit het gebied en Oranjemund in 2017 voor het eerst openging, zonder checkpoints of toegangspassen. Bertels: “Ik zag toen dat ik een verhaal kon vertellen over een microkosmos waarin hetzelfde gebeurt als wat in de hele wereld op grotere schaal gebeurt. Namelijk: dat mensenlevens afhangen van multinationals, van regeringen, van elkaar bevechtende partijen, en dat je als werknemer vooral een pion bent van beslissingen die door ­anderen genomen worden.”

Zwaard van Damocles

Bertels’ film richt zich op die pionnen. Vertegenwoordigers van Namdeb komen niet in beeld, die van de lokale overheid slechts mondjesmaat. “Namdeb en de gemeenteraad vechten het met z’n tweeën uit, en de mensen zitten daartussen. Dat bedrijf is natuurlijk een enorme macht, maar het werd me al snel duidelijk dat het sterker werkt als dat een anonieme, afwezige entiteit blijft. Voor mij was het interessanter om te zien hoe mensen dat zwaard van ­Damocles beleven, wat ze daaronder doen.”

In eerste instantie was een van Bertels’ beoogde per­so­nages overigens wel een medewerker van Namdeb, zegt ze. “Naftal, hun communicatieman. Dat was echt een prachtig verhaal. Maar zijn vrouw woonde ergens anders met hun zoontje, en toen hij op een dag voelde aankomen dat het slecht ging met Namdeb is hij teruggegaan naar zijn vrouw en kind. Logisch, maar ik was een belangrijk personage kwijt.” Zo verging het de regisseur vaker: prachtige personages gevonden, uitvoerig geresearcht, rijke verhalen te vertellen, maar voordat ze op film gezet konden worden, vertrokken de mensen uit Oranjemund. “De een na de ander ging weg. Ik moest wel vier keer terug voor ik de goeie mensen had gevonden.”

Niet dat Bertels het iemand kwalijk nam dat ze vertrokken. Vaak konden ze niet anders. Dankzij het eindeloze gesteggel van Namdeb en de overheid is volstrekt ­onduidelijk hoe de toekomst van Oranjemund eruit zal zien. Wat dat met de inwoners doet, daar lijkt niemand van hogerhand zich om te bekommeren. “Ze zien het niet, of het kan ze niet schelen. Het is eigenlijk die totale on­verschilligheid over wat er met mensen gebeurt die ik wilde laten voelen.”

Rode draadjes

Onverschilligheid is wel het laatste waarvan je Bertels kunt betichten. Ze maakt haar films vanuit betrokkenheid bij de mensen die ze filmt. Als die er niet is, werkt het niet. En die band is na het draaien niet zomaar verdwenen. “Met de families in Mozambique heb ik ook nog steeds contact,” zegt ze, verwijzend naar de drie voormalige verzetsstrijders en hun gezinnen over wie ze drie films maakte: Women of the War (1984), Het pensioen van de guerrilla (1995) en Guerrilla Grannies (2012).

Het is simpelweg hoe ze werkt, zegt ze. “De mensen die ik film worden rode draadjes in mijn leven, die ik af en toe oppak en die mij ontzettend dierbaar zijn. Zo zit mijn leven in elkaar. Ik kan alleen films maken met mensen als ik werkelijk contact met ze heb. Dat betekent dan direct ook zo veel, dat ik er geen seconde over denk om dat contact na het draaien te verbreken.”

Desert Paradise is te zien op Picl en Vitamine Cineville.

Onder woestijnzand

Ooit lagen de diamanten voor het oprapen rond het Namibische plaatsje Oranjemund. Maar die tijd is voorbij, en het mijnbouwbedrijf dat decennialang het dorp heeft bestierd staat op het punt te vertrekken. De documentaire Desert Paradise toont invoelend de gevolgen voor de Oranjemunders, die bang zijn dat hun paradijs onder woestijn­zand zal verdwijnen. Regisseur Ike Bertels observeert hun dagelijkse levens en laat hen zelf vertellen, zonder voice-over of andere uitleg. Dat is afwisselend een kracht en een zwakte. Soms was iets meer informatie welkom geweest. Maar licht absurdistische beelden, van een groep mannen die bergen zand van een gloednieuwe snelweg staan te vegen bijvoorbeeld, spreken voor zich.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden