Plus

Documentaire over de film Cha Cha is een mooi tijdsbeeld van de Hollandse muziekscene

Deze zomer is het twintig jaar geleden dat Herman Brood van het Hilton sprong. Stefano Bertacchini werkt aan de documentaire Knockin’ on Herman’s Door, gebaseerd op door hem teruggevonden, niet eerder vertoonde beelden uit de film Cha Cha.

Herman Brood en Nina Hagen, zijn liefje destijds, in 'Cha Cha'. Beeld -
Herman Brood en Nina Hagen, zijn liefje destijds, in 'Cha Cha'.Beeld -

Cameraman Stefano Bertacchini leerde Cha Cha, de speelfilm uit 1979 met in de hoofdrollen Herman Brood en zijn toenmalige liefje Nina Hagen, kennen toen hij als vrijwilliger werkte in Eye.

“Een dag in de week hielp ik in Eye met het inventariseren van de collectie Nederlandse films. Ik bekeek die films en maakte een rapport op van de staat waarin ze verkeerden. Hartstikke leuk werk, ik kom uit Italië en kende de Nederlandse filmgeschiedenis niet zo goed. Nu zag ik alles: comedy’s, maar ook serieus werk. Ik heb inmiddels veel films met Willeke van Ammelrooy gezien.”

Naar eigen zeggen werd hij ‘weggeblazen’ toen hij Cha Cha zag, de film van Herbert Curiël, met camerawerk van Frans Bromet. “Ik woon en werk sinds de jaren negentig in Nederland. Ik had wel van Herman Brood gehoord, maar kende zijn muziek niet goed. Ik vind Cha Cha echt een geweldige muziekfilm. Ik ben 57 – in de tijd dat Brood in ­Nederland populair was, hield ik in Italië van dezelfde muziek: punk, new wave. In die tijd was ik als geluidsman actief voor bandjes. Ik herkende in Cha Cha de sfeer en de energie.”

Nederlandse muziekscene

Toen men bij Eye zag hoe enthousiast Bertacchini was over Cha Cha, werd hem aangeraden ook eens een kijkje te nemen in het archief dat regisseur Curiël in 2015 had geschonken aan Eye. In verhuisdozen vol documenten, knipsels en papieren vond hij ruw beeld- en geluidsmateriaal van Cha Cha. Een regelrechte schat, vond de Italiaan, die nu werkt aan de documentaire ­Knockin’ on Herman’s Door, met veel nooit eerder vertoonde Cha Cha-beelden.

Het filmblik van 'Cha Cha' (1979). Beeld -
Het filmblik van 'Cha Cha' (1979).Beeld -

Bertacchini zegt dat zijn documentaire niet zozeer over Herman Brood zelf gaat, als wel over de toenmalige Nederlandse muziekscene. “De draaidagen van Cha Cha waren heel chaotisch en er werd veel geïmproviseerd. Dat heeft veel bijzonder materiaal opgeleverd waar indertijd niets mee is gedaan, maar dat nu een prachtig beeld van die tijd geeft.”

Voor Cha Cha werd onder meer een dag lang gefilmd in Paradiso. Er traden bands op die bevriend waren met Brood en zijn Wild Romance en vaak ook eenzelfde soort muziek speelden. “Er waren bands bij als White Honey, Phoney and The Hardcore en The Meteors, maar ook de punkgroep Inside Nipples. Jan Rot speelde er met zijn groep Streetbeats. De Streetbeats hebben de film niet gehaald en Rot is jaren op zoek geweest naar de beelden van toen. Ik kon ze hem eindelijk laten zien. Ook leuk is dat er veel shots van het publiek zijn.”

Behalve al die bands kwam in Cha Cha ook Broods complete coterie opdraven: Sjef van Oekel deed mee, de Britse zangeres Lene Lovich, de schrijvers Jules Deelder en ­Simon Vinkenoog, Ramses Shaffy, Hans Dulfer en zelfs de Hell’s Angels. Er is een vage verhaallijn met een bankoverval, maar erg terzake doende is die niet. “Het is een heel aparte film. Het is geen film die van A naar B gaat, met een brug en een plot. Alles loopt door elkaar en het verhaal wordt telkens onderbroken door optredens.”

Bloeiende filmcultuur

Knockin’ on Herman’s Door is Bertacchini’s ­regiedebuut. Waarom kwam hij in de jaren negentig als cameraman eigenlijk naar Nederland, Italië heeft toch een veel bloeiender filmcultuur? “Als het gaat om speelfilms wel, maar mijn toenmalige partner, die regisseerde, en ik wilden documentaires maken. Daar zijn ze in Nederland juist goed in. Ik ging weg uit Italië in de tijd van Berlusconi. Het was ook de tijd waarin commerciële televisie daar heel groot werd, voor serieuze documentaires was nauwelijks plek.”

Bijzondere vondst in de schatkamers van Eye

Een van de bijzonderste vondsten in het omvangrijke archief van Eye was Love, Life and Laughter uit 1923. Het meesterwerk van de Britse filmpionier George Pearson, dat decennialang op de most wanted-lijst van het British Film Institute stond, werd in april 2014 gevonden tijdens het ­catalogiseren van een schenking uit november 2012. De kopie maakte deel uit van de inventaris van een bioscoop in Hattem, die slechts van 1929 tot 1932 open is geweest.

Toen de inventaris in 2012 dreigde te worden weggegooid, ontfermde een werknemer van een lokaal tv-station zich over het filmmateriaal en bracht het naar Eye. De gevonden, getinte kopie – in Nederland was de film uitgebracht onder de titel Tip-Toes, de koningin van de musichalls – bleek in opvallend goede staat. Love, Life and Laughter werd in een gespecialiseerd laboratorium in het Italiaanse Bologna gerestaureerd en gedigitaliseerd, onder auspiciën van het BFI National Archive, in innige samenwerking met Eye Filmmuseum. De film, over een jonge vrouw die het op het podium wil maken en een even ambitieuze, verarmde schrijver, ging in oktober 2019 opnieuw in première op het London Film Festival.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden