PlusInterview

Documentaire over Amsterdamse punkband: waar Panic ging, was het een puinhoop

Panic was in de jaren zeventig de wildste punkband van Nederland. Op muziekdocumentairefestival In-Edit, dat woensdag in Amsterdam begint, gaat een documentaire in première over de legendarische groep. ‘Ik ben een keer als Sinterklaas opgekomen met vuurwerk onder mijn mijter. Dat ging behoorlijk fout.’

Opnames van het concert van Panic in 1978 in zaal Kunstmin in Gouda vormen de basis van Jimmy is punk.  Beeld
Opnames van het concert van Panic in 1978 in zaal Kunstmin in Gouda vormen de basis van Jimmy is punk.

In zijn jaren als zanger van punkband Panic had zanger Peter ten Seldam een dealtje met iemand van de brandweer. De man zag erop toe dat brandblusapparaten voldeden aan de voorschriften. Waren ze voorbij de houdbaarheidsdatum, dan nam hij ze in beslag. Om ze vervolgens voor 10 gulden per stuk door te verkopen aan Ten Seldam, die er tijdens optredens wel raad mee wist.

Bij elke show van Panic spoot hij zo’n afgekeurd brandblusapparaat leeg. Waar Panic ging, was het een puinhoop. Dus ook die avond dat de groep in 1978 optrad in zaal Kunstmin te Gouda. Maar die keer was er ook een filmploeg aanwezig. Opnames van het concert van toen vormen nu de basis van Jimmy is punk – the story of Panic, de documentaire van Duco Donk die vrijdag in première gaat op filmfestival In-Edit.

Peter ten Seldam had indertijd zelf geregeld dat er een filmploeg aanwezig was bij het optreden in Gouda. ”Elke show was een sensatie. Ik dacht: dit moet worden vastgelegd. Uit eigen zak heb ik die filmploeg betaald. Professionele jongens, die werkten in Hilversum. Een van hen is later om het leven gekomen bij die beschieting in El Salvador. Een stukje van de opnames uit Gouda is ooit in de Mazzo vertoond, daarna is dat materiaal bij mij op zolder terechtgekomen.”

Afgetraind lichaam

Ten Seldam is nu 77 en je moet goed kijken om in hem de voormalige zanger van Panic te herkennen. Het ooit zo afgetrainde lichaam, dat hij bij optredens als een Nederlandse Iggy Pop graag in grotendeels ontblote staat toonde, is vele kilo’s zwaarder geworden. “Ja, ik krijg een kindje,” zegt hij, strelend over zijn buik.

Maar de rollator waarmee hij zich meldt op het Amsterdamse terras waar we hebben afgesproken, is niet van hem, zegt hij. ”Die is van mijn vriendin, die hartpatiënte is en voor wie ik mantelzorger ben. Ik heb de rollator bij me omdat ik zo boodschappen ga doen, daar is zo’n ding hartstikke handig voor.”

Ten Seldam was in de Amsterdamse punkscene van tweede helft van de jaren zeventig een vreemde eend in de bijt. Hij was als dertiger veel ouder dan de rest, deed fanatiek aan atletiek (als hardloper liep hij elke week minstens 120 kilometer) en had een vaste baan, als leraar Nederlands nota bene.


”Ik was een oude punker met een jong hart. Ik kwam uit Zuid, maar zat na de scheiding van mijn ouders vanaf mijn twaalfde in een tehuis in Haarlem. Verschrikkelijke dingen meegemaakt daar. Geslagen, mishandeld. Ik ben een keer bijna doodgevroren toen ze me een hele nacht op een koude gang hadden gezet. In de punkscene was ik anders, maar ik was wel echt. Ik straalde uit: die heeft iets meegemaakt.”

Al in de jaren zestig zong Peter ten Seldam in bandjes. “We speelden een heel ruige vorm van rock-’n-roll. Het heette nog geen punk, maar was het al wel. Ik rolde over het podium, liet me in het publiek vallen. Na een optreden voor 5000 soldaten kwam een militair naar de kleedkamer: ‘Zeg, als die zanger van net nog in leven is, dan willen we hem graag een biertje en een kroketje aanbieden.”

Blauw oog

Na zijn studie Nederlands werd Peter ten Seldam in de jaren zeventig leraar aan de Rijksmiddelbare Landbouwschool in Gouda. Wisten zijn collega’s dat hij ook punkzanger was? “Ja, en die deden daar heel meewarig over. De directeur zei dan: ‘Ach, meneer Ten Seldam heeft ook nog een bandje.’ Mijn leerlingen wisten er ook van. Bij dat optreden in Kunstmin waren de nodige jongens van school aanwezig.”

null Beeld

Hij moet lachen bij een herinnering. “Bij een ouderavond niet lang daarna werd ik bestormd door een moeder: ‘Nou meneer Ten Seldam, nog bedankt voor dat blauwe oog van mijn zoon laatst!’ Bij het optreden in Gouda waren ook Hell’s Angels. Die jongen, een heel vervelende gast, zei tegen een Moluks lid van de Angels: ‘Zo spleetoog.’ Ja, dat moet je niet doen natuurlijk.”

Het geweld kon in die dagen behoorlijk uit de hand lopen bij punkconcerten, was Ten Seldam weleens bang? “Ik ben een keer als Sinterklaas opgekomen met allemaal vuurwerk onder mijn mijter. Dat ging behoorlijk fout, mensen dachten dat ik eraan ging. Er heeft ook weleens iemand met een knipmes op me in staan steken. Maar bang? Niet echt. Bij een andere probleemmaker op het podium schoof ik op mijn knieën naar hem toe en deed ik net of ik hem wilde pijpen. Weg was ie.”

Eén album nam Panic op, het door muziekjournalist Peter van Bruggen geproduceerde 13, met daarop het omstreden nummer Requiem for Martin Heidegger. ”Na mijn studie Nederlands ben ik filosofie gaan doen. De hoogleraar daar was nogal bezeten van Heidegger. Daar moest ik me dus uitgebreid in verdiepen. Pas gaandeweg kwam ik erachter dat Heidegger een nazi was geweest. Dat was een bittere teleurstelling. Zo kwam ik tot dat nummer.”

Bij de live-uitvoering ervan sjouwde Ten Seldam vaak in Ramonesstijl rond met borden met daarop de tekst ‘Hai! Dikke! Hai!’ “Dat werd allemaal weer verkeerd begrepen natuurlijk. Sommige mensen dachten zelfs dat we neonazi’s waren of zo. Totale onzin. We waren helemaal niet bezig met politiek.”

Smerig hol

In hetzelfde jaar waarin Panic in Gouda het optreden gaf dat nu te zien is in de documentaire Jimmy is Punk, gaf de Amsterdamse groep ook een concert in de New Yorkse club CBGB’s, een van de ontstaansplekken van de punkmuziek en het thuishonk van bands als de Ramones, Blondie en Television.

null Beeld

”Het was een heel smerig hol, maar ze hadden een geweldige geluidsinstallatie. Panic heeft nooit zo goed geklonken als die avond in New York. Het idiote is dat bezoekers er aan tafels met bediening zaten. Wij deden het voorprogramma van de Dead Boys. Toen zij speelden, wilde er een chick met me dansen. Nou, dat wilde ik ook wel, het was een ongelooflijk mooie vrouw. Zij stond al half tegen me op te rijden, toen ik op mijn schouders werd getikt: ‘Meneer, tijdens het optreden mag niet worden gedanst.’ Ben je in ’s werelds beroemdste punktent.”

Peter ten Seldam lag indertijd goed bij de vrouwen. ”Oh man, dat was een tijd. Als ik in Amsterdam had gespeeld, werd er regelmatig midden in de nacht bij me aangebeld. Ja, dat vonden de meisje enig, zo’n wilde punkzanger.”

De voorstelling van Jimmy is punk – the story of Panic op vrijdagavond in het Ketelhuis is uitverkocht. Die van zaterdag in de Melkweg nog niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden