Plus Interview

Documentaire Mijn Rembrandt: ‘Ik wilde een epic art thriller maken’

Still uit de ­docu Mijn Rembrandt. Hier Rembrandtkenner Ernst van de ­Wetering.

In de documentaire Mijn Rembrandt laat Oeke Hoogendijk (58) zien hoeveel opwinding het werk van de schilder 350 jaar na zijn dood nog losmaakt.

“Rembrandt houdt ons een spiegel voor,” zegt Oeke Hoogendijk, regisseur van Mijn Rembrandt. “In mijn film zie je hoe zijn werk afstraalt op mensen en wat hij oproept: vriendschap, liefde, afgunst en mogelijk verraad. Mijn Rembrandt gaat dan ook niet over Rembrandt of wat wij met hem doen, maar over wat Rembrandt met ons doet.”

De documentaire die onder de naam My Rembrandt zondag in wereldpremière gaat tijdens Idfa, kwam bijna organisch voort uit Hoogendijks ­vorige film, Het nieuwe Rijksmuseum. Dat monumentale, met internationale prijzen overladen vierluik over de verbouwing van het Rijksmuseum had de regisseur bijna tien jaar gekost om te maken. Ze woonde praktisch in het museum. “Toen ik op het punt stond mijn koffers te pakken, merkte ik dat de directie zich mysterieus gedroeg. Later kwam ik erachter dat achter de schermen de onderhandelingen over de aankoop van Marten en Oopjen werden ­gevoerd. Ik besloot nog even te wachten met mijn vertrek en te kijken wat er zou gebeuren. Als filmmaker hoop je op dit soort momenten.”

“Vervolgens haakte alles in elkaar. Bij de tentoonstelling De late Rembrandt ontmoette ik Jan Six senior, die door de zalen liep en al wijzend naar portretten zei ‘en dat is ook ­familie’ – alsof het een fotoalbum was. Ik kwam ook in contact met zijn zoon, Jan Six junior, die toen al één nieuwe Rembrandt had ontdekt – hij noemde zichzelf Rembrandtdetective – en later claimde er nog een te hebben gevonden. Het verzamelen van materiaal voor een film gaat intuïtief. Je krijgt allemaal ingrediënten aangereikt en ziet later wel wat het wordt.”

Een man om op te eten

Het ‘leidende voorwerp’ van haar film scherpte Hoogendijks blik. Er zijn immers niet zo veel verzamelaars met een Rembrandt aan de muur en de regisseur wist een lijst met namen te bemachtigen. De volgens Hoogendijk allermooiste Rembrandt, Lezende oude vrouw, bevindt zich in het kasteel van de hertog van Buccleuch. Rijksmuseum-directeur Taco Dibbets regelde een afspraak in Schotland. Het klikte meteen tussen de documentairemaker en de oude aristocraat.

Still uit de ­docu Mijn Rembrandt. Hier de hertog van Buccleuch ­onder de Lezende oude vrouw.

“Hij kwam me bij het hotel ophalen in zijn rammelende Range Rover, gekleed in een spencer, corduroybroek en vissersjack. Hij is zo bescheiden en oprecht, spreekt met zo veel liefde over het schilderij, echt een man om op te eten. We kwamen nog drie keer terug. Wat meespeelde, is dat hij zelf ook iets wilde. Hij vond dat het schilderij niet goed hing en wilde een kamer voor de lezende vrouw inrichten. Hij is daarbij geholpen door Taco, die op zijn beurt de relatie met een potentiële schenker versterkte. Het was een win-winsituatie.”

Heel anders was dat met Thomas Kaplan, de Amerikaanse filantroop en met vijftien schilderijen de grootste particuliere Rembrandtverzamelaar ter wereld. “Ik vond het interessant om oud en nieuw geld naast elkaar te zetten. De hertog en zijn familie zijn van oudsher beheerders van erfgoed. Kaplan wordt ook wel ‘the hoover’ genoemd, als een stofzuiger plukt hij oude meesters van de markt en leent ze uit aan musea. Hij was duidelijk meer op zijn hoede, ging echt zitten voor het interview en was ook zo weer weg. Dat levert ander filmbeeld op.”

Stoom uit zijn oren

“Een groot deel van mijn werk gaat over het winnen van vertrouwen,” zegt Hoogendijk. En dat gold zeker voor het contact met Éric de Rothschild, die de portretten van Marten en Oopjen jaren aan weerszijden van zijn bed had hangen en ze in 2014 moest verkopen om de erfbelasting van zijn broer te kunnen voldoen. De baron geldt als mediaschuw en geeft zelden interviews.

“Maar hij voelde zich nu enigszins verplicht aangezien er veel publiek geld op tafel werd ­gelegd. De volle vier jaar dat ik aan de film heb gewerkt, ben ik bezig geweest een ontmoeting te regelen. De eerste keer ging het mis door protestacties van de Gele Hesjes, vlak bij zijn huis. Toen het ­later alsnog lukte, heb ik de cameraman gezegd dat hij alles moest filmen, tot de butler aan toe, want we zouden een uur krijgen en dat was onze enige kans.”

De verkoop van Marten en Oopjen was geen rechttoe rechtaan deal. Het Rijksmuseum wilde beide portretten kopen en had de 160 miljoen euro bijna bij ­elkaar toen de Franse overheid ging dwarsliggen. De zaak escaleerde tot diplomatieke rel en uiteindelijk werd een compromis ­gesloten: Frankrijk en Nederland kochten elk één schilderij en betaalden elk de helft van de verkoopprijs.

“Er waren geheime overlegjes met politici en veel kon ik niet filmen. Maar ik had het geluk op precies het goede moment in de kamer van Wim Pijbes binnen te stappen. Hij stond op het punt te vertrekken als directeur van het Rijksmuseum, maar de stoom kwam zowat uit zijn oren. Hij was echt in een vechtstemming.”

Kunsthandelaar Jan Six bij Portret van een jonge man, in de documentaire Mijn Rembrandt.

Hoogendijk koos er expliciet voor geen politici aan het woord te laten. “Politici zijn over het algemeen saai, Wim is een leuke hoofdpersoon; hij spreekt zich uit. Als ik Pechtold of Bussemaker had geïnterviewd, was het meer een reportage geworden.”

Om precies die reden zocht de regisseur ook geen contact met Sander Bijl, de kunsthandelaar die Jan Six junior in de media ervan beschuldigde met de Rembrandt ervandoor te zijn gegaan die ze samen zouden hebben gespot. “Ik kwam tussen twee vuren te zitten. Maar als ik Sander in de film had opgenomen, zou het een welles-nietesspelletje worden en zou Jan eruit zijn gestapt. Ik ben geen harde filmmaker en ik wil mijn hoofdpersonen altijd beschermen. Zij vertrouwen mij per slot van rekening. Mijn oordeel in de zaak is volstrekt onbelangrijk. Het gaat me om het persoonlijk drama.”

Speelfilmkwaliteit

“Ik vind steeds meer mijn stijl,” concludeert Hoogendijk. “Ik hou van de werkelijkheid, maar wil die tonen als een speelfilm. Niet sensationeel zoals Amerikaanse makers dat vaak doen, maar zeker met meer flair dan een BBC-­documentaire met talking heads. Ik wilde van Mijn Rembrandt een epic art thriller maken.”

Voor die speelfilmkwaliteit moest hard worden gewerkt. Hoogendijk werkte met enkel een camera- en geluidsman, zonder de technische hulpmiddelen van producties met grote budgetten. Na de draaiperiode volgden acht maanden in de montagekamer, waar 180 uur materiaal werd teruggebracht tot een film van 96 minuten. “Ik had zo veel verhaallijnen en die moesten elkaar niet in de weg zitten. Lang heb ik me afgevraagd of het niet een serie van vier korte documentaires moest worden.”

Hoeveel je van tevoren ook plant of voorziet, documentaires maken blijft een spel met onvoorspelbaarheid. “Soms ontstaat het verhaal, of een deel ervan, in de montage,” erkent Hoogendijk. “Zie bijvoorbeeld de openingsscène. De hertog had ons een rondleiding gegeven waarbij hij gepassioneerd over zijn collectie vertelde, maar een rondleiding wil je niet in je film. Toen hebben we hem voor de Rembrandt gezet, in feite als een acteur in een geënsceneerde setting. Onder een close-up van de Oude lezende vrouw hebben we zijn stem gemonteerd: ‘Zij is de krachtigste persoon in dit huis… Zie je wat ik bedoel?’ Het zijn die paar zinnen die het ’m doen.”

Mijn Rembrandt gaat zondag 24 november in première op Idfa.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden