Plus

Documentaire Alles Komt Terug: 'Ik liep op love'

Na het Joodse werkkamp kwam Max Stodel in negen concentratiekampen. Zijn verhaal is de rode draad in de documentaire Alles Komt Terug over de Joodse werkkampen.

Max Stodel wijst op een foto zichzelf aan in werkkamp Kremboong. Beeld still uit Alles Komt Terug

De 95-jarige Max Stodel kijkt naar een foto van het Joodse werkkamp Kremboong, ten noorden van Hoogeveen. Hij wijst naar een man in een wit hemd met pullover. "Dat ben ik," zegt hij. Na een korte pauze volgt een grap: "Ik heb nog steeds dezelfde onderbroek."

In de woonkamer in Los Angeles van oud-Amsterdammer Stodel hangen twee schilderijen: eentje van het Waterlooplein en een van de Magere Brug. De camera zoemt in op zijn linkerarm met kampnummer.

Stodel heeft negen concentratiekampen overleefd, waaronder Dachau, Buchenwald en Blechhammer, een buitenkamp van Auschwitz-Monowitz. "Het is niet te beschrijven wat wij hebben meegemaakt," zegt Stodel in de documentaire Alles Komt Terug van Ronald Bos en Jeroen Bos over de Joodse werkkampen in Nederland.

Aan het begin van de documentaire komen de feiten in beeld: 'De Duitse bezetter legde eind 1941 de Joden in Nederland een werkverbod op. Vanaf begin 1942 werden ze gedwongen in de werkverschaffingskampen in Oost- en Noord-Nederland te werken. Eind september dat jaar zaten er welgeteld 4348 Joodse mannen in 37 werkkampen.'

Keurige kleding
De Joodse werkkampen waren het voorportaal van kamp Westerbork. Van daaruit gingen de tewerkgestelde Joden, met hun families, door naar de vernietigingskampen. In totaal ruim 12.000 mensen.

De camera glijdt over een stuk omgeploegd veld. Ooggetuigen herinneren zich hoe de Joden aankwamen. "Magerachtige mensen, geen boerenmensen. Aan de manier van aardappelrooien zagen we dat dat niet echt ging."

Het waren 'mannen met keurige kleren' aan. Op foto's van Joodse werkkampen staan de mannen in pak en das. Max Stodel staat er ook op. In kamp Kremboong moest hij een bos ontginnen tot landbouwgrond. "Loodzwaar werk," zegt hij.

Stodel woonde met zijn ouders, broers en zussen in de Valkenburgerstraat 110. Zijn vader was huidenzouter. Zijn moeder had een snoepwinkeltje met toverballen en 'gelukstoffees'. Zelf was hij als perser werkzaam in een kleermakerij op de Oudeschans.

"Ik kreeg ineens een briefje dat ik moest komen naar de Duitse instantie."

Rondedansje door de kamer
Ontkomen aan de oproep voor tewerkstelling in een 'werkverruimingskamp' was moeilijk, tenzij je onderdook, maar daar had niet iedereen de middelen voor. Of Stodel een vermoeden had welk lot hem boven het hoofd hing?

"Absoluut niet." Van een gaskamer had hij destijds nooit gehoord, zegt hij.

Tussen de interviews door zet hij een elpee op en zingt hard mee: 'Louise zit niet op je nagels te bijten.' Hij maakt een rondedansje door de kamer.

Op 30 april 1945 werd Stodel bevrijd nadat hij wekenlang in de sneeuw de dodenmars had gelopen. "Ik liep op love," zegt hij, nog onwetend dat zijn vrouw Jeannette Stodel-van Praag, net als zijn vader en tante, het kamp niet had overleefd. Op 95-jarige leeftijd is Stodel vorige maand zelf overleden.

Alles Komt Terug (EO) wordt vandaag om 23.10 uur uitgezonden op NPO 2.

Beeld still uit Alles komt terug
Beeld still uit Alles komt terug
Beeld still uit Alles komt terug
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden