PlusInterview

Documaker Feras Fayyad: ‘In Syrië valt elke twee seconden een bom’

In The Cave, portret van een Syrische arts in het belegerde Oost-Ghouta, verbindt maker Feras Fayyad de gruwelen van de oorlog met het belang van vrouwenemancipatie.

De Syrische Amani Ballour (midden) tijdens een operatie.Beeld Cinema Delicatessen

“Eindelijk, een vrouwelijke journalist!” zegt Feras Fayyad als hij de verslaggever ziet. “Ik klaagde gisteren nog tegen mijn agent: ik heb alleen nog maar mannen gesproken.” En dat terwijl zijn film juist gaat over vrouwenemanci­patie.

In The Cave portretteert de documentairemaker (Last Men in Aleppo) de Syrische Amani Ballour, kinderarts en manager van een ondergronds ziekenhuis in het door Syrische troepen en Russische bondgenoten belegerde Oost-Ghouta. In een observationele stijl zet hij de vernietiging van Syrië onder mannelijke leiding af tegen het grotendeels door vrouwen bemande ziekenhuis, een baken van hoop voor Syriërs.

Fayyad is in Amsterdam voor documentairefestival Idfa, waar zijn film met een gemiddelde beoordeling van een 9,6 de publieksfavoriet werd. Inmiddels staat de documentaire op de shortlist voor een Oscar. Ook buiten de bioscoopzaal waar hij net zijn film heeft ingeleid, is de kolossale soundtrack te horen. Het verschaft Fayyads van feiten doordrongen relaas over de situatie in Syrië – ‘In het Westen noemen ze het een crisis of een conflict; in Syrië noemen we het genocide’ – extra gewicht.

“Cinema is gebouwd op stilte, maar dat werkt alleen in Europa, omdat het daar zo stil is,” zegt Fayyad. “Als ik dat zou doen in mijn film, omdat ik nou eenmaal een kunstenaar ben, dan zou ik de misdaden verbergen. Het is het geluid dat voor trauma’s zorgt, dat van generatie op generatie zal worden doorgegeven. In Syrië valt elke twee seconden een bom. Tijd lijkt daardoor niet te bestaan. Normaal gesproken laat je het verstrijken van de tijd filmisch zien door bijvoorbeeld een shot van sneeuw in je film te verwerken. Dat doe ik bewust niet.”

Genderrevolutie

Fayyad benadrukt het belang van spontaniteit in zijn filmproces. Hij was alleen zeker van het onderwerp, maar heeft niet met een script gewerkt. “Ik wist dat ik een film wilde maken over vrouwen in ziekenhuizen, omdat het aan de ene kant de genderrevolutie weerspiegelt en aan de andere kant een documentatie is van de oorlogsmisdaden,” zegt Fayyad. “De Russische bondgenoten bombarderen, zogenaamd per ongeluk, geregeld ziekenhuizen. Het zijn namelijk de ziekenhuizen die ervoor zorgen dat Syriërs hun land niet ontvluchten. Niet alleen omdat ze de fysieke gezondheid waarborgen, maar ook omdat ze voor mentale veiligheid zorgen. Het ziekenhuis is een baken van hoop, een geruststelling. Daarmee wilde ik laten zien wie echt achter de zogeheten vluchtelingencrisis zitten: het Assadregime en de Russen.”

Zelfs de uiteindelijke locatie en hoofdpersonages waren vooraf onbekend. Fayyad verzamelde een enorme hoeveelheid beeldmateriaal, geschoten in zeven ziekenhuizen over een periode van drieënhalf jaar. Zelf filmde Fayyad met een team in het noordwesten van Syrië, op het platteland rondom Aleppo. Deze beelden kwamen uiteindelijk niet in de film. “Ik riskeerde mijn leven door te filmen, en opnieuw, toen ik het beeldmateriaal de grens over smokkelde, maar ik heb er niets van gebruikt,” zegt Fayyad, die vanwege zijn films eerder achttien maanden in een Syrische gevangenis zat, waar hij ‘bijna tot overlijdens toe’ gemarteld werd. “Maar dat doet er niet toe,” zegt hij snel. “Ik probeer mezelf altijd onzichtbaar te maken in mijn films. Het gaat niet om mij. Mijn subjecten zijn belangrijk, want zij hebben geen stem.”

In het montageproces besloot hij dat de film over dokter Ballour moest gaan, zonder haar medeweten. “Daar kwam ze pas achter toen ze de film zag.” Tijdens het productieproces wist überhaupt niemand van zijn of haar rol in de uiteindelijke film. “Mijn cameramensen wisten niet dat de beelden waarom ik vroeg op deze manier in de film zouden worden gebruikt. De dokters wisten niet dat ze het hoofdonderwerp zouden worden. Veiligheid was daarbij belangrijk, maar ook de onvoorspelbaarheid. We wisten niet welke gebieden zouden worden binnengevallen. Dus bleef ik verschillende ziekenhuizen filmen.”

Met behulp van satellietinternet stuurde Fayyad het team in Oost-Ghouta aan. “Via Dropbox stuurden ze de beelden – in lage resolutie, want internet is veilig, maar heel traag – en ik stuurde de mijne terug, zodat ik kon laten zien hoe ze het moesten aanpakken.” De drie mannen die het ondergrondse ziekenhuis in de buitenwijk van Damascus filmden, waren fotografen, zonder ervaring in het vastleggen van beweging, zeker niet in een chaotische en onvoorspelbare omgeving als een ziekenhuis. “Ik moest hen niet alleen observatiecinema leren, maar ook hoe om te gaan met vrouwelijke subjecten.”

Fayyad spreekt gepassioneerd over vrouwenrechten. “In het begin weigerden mijn cameramannen vrouwen te filmen. Ik heb ze gezegd: deze vrouwen willen gefilmd worden. Ik heb ze uitgelegd wat discriminatie is. Ze hadden geen kwade bedoelingen, maar zijn het slachtoffer van een slecht onderwijssysteem. In het onderwijs wordt het patriarchische systeem verkondigd, waarin we naar de vader moeten luisteren. Zo noemen we Assad ook: vader.”

Daartegenover zet Fayyad de democratisch verkozen dokter Ballour, die in de film haar dertigste verjaardag viert. De jonge arts is de eerste vrouwelijke ziekenhuismanager in de Syrische geschiedenis. “Ze geeft niet alleen leiding aan 140 mensen, ze moet deze baan ook verdedigen. Te midden van bombardementen en gifgasaanvallen verschaft ze een model voor een ander soort verzet tegen Assad, dat van de gelijkwaardige democratie.”

Fayyad zag deze verandering, tot zijn eigen verbazing, ook in het filmproces. “Door te filmen, begrepen de cameramannen het belang van wat dokter Amani aan het doen was. En de aanwezigheid van de camera gaf haar aanzien, waardoor ze ineens wel werd gerespecteerd.”

Gelooft hij in de kracht van de cinema? “Ik denk dat film een indruk achterlaat. Ik vraag mijn kijkers om te denken, niet alleen om te huilen. Het is geen emotioneel verhaal dat je in het bioscoopcafé, met een glas wijn in de hand, weer kunt vergeten. Ik roep mijn mannelijke kijkers op om zich bewust te zijn van hun positie en hun rol in het dichterbij brengen van gendergelijkheid. Door het werk te laten zien dat de vrouwelijke dokters verzetten aan de frontlinies, laat ik zien wat vrouwen kunnen.”

De film wijst een duidelijke dader aan, maar laat het aan de kijker om dit breder te trekken. “Het is de opkomst van het individualisme, waaronder de gendergelijkheid, dat Assad de kop wil indrukken. We zien hetzelfde in de Verenigde Staten, waar Trump het hebben van een mening inperkt. Hij wil dat iedereen hetzelfde denkt, maar we moeten de diversiteit juist vieren.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden