Plus

Dochter Lucebert: 'Laat zijn werk voor zichzelf spreken'

Wat betekent het vurige antisemitisme van de jonge Lucebert voor de waardering van zijn werk? Die vraag stond centraal tijdens een debat in het Stedelijk Museum.

Deborah Campert, Remco Campert en Wim Hazeu tijdens de presentatie van de biografie over Lucebert in het Stedelijk Museum. Beeld Bas Czerwinski/ANP

Meer dan duizend schilderijen, tekeningen en gedichten van Lucebert heeft het Stedelijk Museum in tientallen jaren aangekocht.

Dat was een belangrijk en zorgeloos bezit, tot de beheerder van het archief, Suzanne Héman, twee weken geleden de drukproef van de biografie van Wim Hazeu over Bertus Swaanswijk alias Lucebert ter lezing kreeg aangeboden.

De inhoud van de voorheen onbekende oorlogsbrieven waarin de jonge kunstenaar zich ontpopt als antisemiet en aanhanger van Adolf Hitler, veroorzaakten een schok in het museum dat zich vanaf de jaren vijftig met veel enthousiasme had ontfermd over Lucebert.

Héman: "De man in wiens werk de demon bepaald geen vreemde is, bleek zelf ook demonische uitspraken te hebben gedaan."

Jeugdzonde?
Het was Héman meteen duidelijk dat de geplande presentatie van de biografie in het museum vergezeld moest gaan van een debat over de betekenis van deze onaangename ontdekking voor de waardering van de persoon Lucebert en zijn oeuvre.

Moeten die nu met andere ogen worden bekeken of kunnen de foute jaren worden beschouwd als een jeugdzonde van een 18-jarige?

Biograaf Hazeu merkte zondag op het jammer te vinden dat deze korte episode uit het leven van Lucebert de afgelopen dagen zo ontzettend veel aandacht heeft gekregen. De periode beslaat in zijn boek slechts 80 pagina's.

"Lucebert liep in stilte achter het verkeerde vaandel aan," aldus Hazeu. "Als zijn vader hem niet van de Rietveld Academie had gehaald, was hij waarschijnlijk enthousiast communist geworden."

Hazeu, die letterlijk beroerd was geworden na het lezen van de brieven, stelde verder dat Lucebert in zijn latere werk als schilder en dichter duidelijk maakte een diepe afkeer van oorlog te hebben.

"In 1956 zag hij in dit museum het schilderij Guernica van Pablo Picasso over de gruwelen van de burgeroorlog in Spanje. Daarvan was hij diep onder de indruk. Een half jaar later kwam hij met eigen werk over dat thema."

Emile Schrijver, directeur van het Joods Cultureel Kwartier, nam deze zienswijze van de biograaf graag over, maar verzette zich tegen de neiging om de kwestie af te doen als een jeugdzonde.

"Sorry, maar deze brieven zijn echt fout. Ze zijn pikzwart. De brieven zijn geschreven in de jaren dat zo'n beetje alle Joden uit het land waren weggevoerd. Door een jongeling die een groot kunstenaar wil worden, en dat ook werd."

Wat ook gewicht in de schaal legt, is het gegeven dat Lucebert later nooit openhartig heeft willen spreken over zijn vroegere overtuiging. Als hem werd gevraagd naar zijn werk voor de Arbeitseinsatz, vertelde hij dat hij daartoe gedwongen was en niet dat hij zich vrijwillig had gemeld.

Dat daar nooit kritisch op is doorgevraagd, zegt volgens Schrijver ook veel over de sfeer in het land in de jaren vijftig en zestig.

Schrijver: "Er was hier na de oorlog een ontzettend sterke neiging om vooruit te kijken. Dat speelde ook binnen de Joodse gemeenschap. Dat leidde tot een enorme stilte, waar vooral de tweede en derde generaties veel last van hebben gehad. Ik denk dat je ook kunt stellen dat een coming-out van Lucebert hem zeer zwaar zou zijn aangerekend. Het had zijn positie als kunstenaar zeker tijdelijk aangetast."

Pijnlijk zwijgen
Lucebert maakte bovendien deel uit van een groep kunstenaars voor wie de oorlog belangrijk was in hun kijk op de wereld. Enkele vrienden van vroeger, zoals Remco Campert, waren zondag ook aanwezig.

De bundels van Lucebert werden uitgegeven door De Bezige Bij, een uitgeverij die was voortgekomen uit het verzet. Het was daarom misschien comfortabeler om te zwijgen, giste Schrijver.

Nu de waarheid over de oorlogsjaren boven water is gekomen, is dat zwijgen pijnlijk. Een bewonderaar in de zaal zei dat ze het schrijven van de brieven als jongeman minder erg vond dan het zwijgen daarna.

Dat was voor de aanwezige dochter van de kunstenaar aanleiding om het woord te vragen. "Mijn vader was een ongelooflijk bange man," gaf zij als waarschijnlijke reden aan. "Hij had enorme angsten."

De dochter pleitte ervoor het werk van Lucebert voor zichzelf te laten spreken. Dat was Schrijver met haar eens. "We weten nu meer over zijn vroege periode. Daar zal vanaf nu anders naar worden gekeken. Van de week hadden wij in het Joods Historisch een discussie over de vraag of we wel of niet een werk van Lucebert moeten opnemen in een komende tentoonstelling over Joodse mystiek."

De ophef over de gevonden oorlogsbrieven leidde binnen het museum tot twijfel, legde Schrijver uit. "Wij krijgen veel Joodse bezoekers over de vloer. Moeten we dat ons publiek wel aandoen? Ik heb ervoor gepleit het wel te doen. Iemand heeft ooit gezegd dat de musea bij uitstek veilige plekken kunnen zijn voor onveilige ideeën. Ik ben het daar hartgrondig mee eens."

Lees ook Theodor Holman: Ook schoften kunnen prachtig werk maken

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden