PlusOnverdoofd

DJ Dano was cokeverslaafd: ‘Sinds 1 januari ben ik voor 95 procent nuchter’

DJ Dano: ‘Als kind wilde ik net zo beroemd worden als Ben Liebrand, de legendarische dj, maar toen die droom werkelijkheid werd, scheet ik in mijn broek.’Beeld Marc Driessen

DJ Dano (Daniël Leeflang, 1970) was één van de grondleggers van de gabberhouse in Nederland. Hij ging gebukt onder een cokeverslaving, nu drinkt hij alleen nog af en toe. ‘Ik ben dit jaar twee keer in de fout gegaan, dat gaat niet nog een derde keer gebeuren.’

Aan mij is de ravecultuur in de jaren negentig voorbijgegaan, maar op Thunderdome en vergelijkbare dansfeesten was DJ Dano niets minder dan een god. Hij gaf het publiek wat het wilde: het hardste van het hardste. “Ik ging steeds meer experimenteren, voerde het tempo van de plaat almaar op en zette de bassdrum keihard. In plaats van plop, plop, plop, hoorde je: boem, boem, boem! Ik hield van dat snelle en dat harde, daar kreeg ik enorm veel energie van. Zeker in combinatie met coke, dan was ik drie dagen achtereen wakker en ging ik helemaal los.”

Godenstatus

De godenstatus kon Dano niet verdragen. “Als kind wilde ik net zo beroemd worden als Ben Liebrand, de legendarische dj, maar toen die droom werkelijkheid werd, scheet ik in mijn broek. Mensen klampten me aan als ik langsliep en ik begreep het niet. Ik dacht: jij werkt in de bouw, je zit de hele dag op je knieën om de straat te maken, ben ik beter dan jij? Ik herinner me hoe ik een keer in Amsterdam met mijn dochter over de Vijzelstraat liep en dat er een tram aankwam vol voetbalsupporters. Ze riepen ‘Ajax! Ajax!', maar toen ze mij in de gaten kregen werd dat ‘Dano! Dano!’. Probeerde ik me nog achter de kinderwagen te verschuilen, maar tevergeefs.”

Iedereen wilde Dano en het geld kwam met bakken tegelijk binnen. “Vond ik wat envelopjes in een platenkoffer: vijftienhonderd gulden hier, tweeduizend daar, konden we weer een dure vakantie boeken.”

Schaduwkant

Maar al vanaf het begin was er ook de schaduwkant, die uitvoerig wordt beschreven in de in 2016 verschenen biografie Wat de fok ouwe – het bizarre leven van DJ Dano bij uitgeverij ­Mary Go Wild, geschreven door Arne van Terp­hoven. “Het is weleens gebeurd dat ik me naar Heerlen liet rijden om te draaien, maar ik bij aankomst zo wasted was dat ik zei: keer maar weer om. Konden we weer terug naar Amsterdam. Ik reisde de hele wereld over, van hotel naar hotel. Soms dacht ik dat ik in Barcelona was, maar bleek ik ergens in Frankrijk te zitten. Het was te veel, ik kon het niet aan.”

Dano snapt wel dat dj Avicii tweeënhalf jaar geleden uit het leven stapte: “Ik zag die documentaire over hem en ik herkende de eenzaamheid. Net als ik zat hij erin voor de muziek, niet voor de roem. Die jongen had je lekker in z’n studio moeten laten zitten, misschien anoniem, zoals Daft Punk dat doet. Als al dat gedoe en dat getrek er niet was geweest, had hij denk ik nog geleefd. Avicii kon niet beantwoorden aan wat mensen van hem verwachtten, ik ook niet. Al heb ik dan geen zelfmoord gepleegd, maar soms dacht ik wel: wat doe ik hier nog? Uiteindelijk heb ik mezelf toch niet over dat randje willen duwen.”

Bouwbedrijf

Een manager had Dano niet en belasting betalen deed hij aanvankelijk ook niet, wat resulteerde in een schuld van drieënhalve ton. “Als ik dj’s van nu zie, zoals Armin van Buuren en Martin Garrix, die geen coke meenemen naar een optreden, maar een appel en een peer, dan denk ik: die bedrijven echt topsport, zoals ze het aanpakken. Ik denk ook: had ik het ook maar zo gedaan. Ik heb er nu een bouwbedrijf naast, om rond te komen. Niet dat ik me daar voor schaam overigens. Een huis opknappen is net zoiets als een liedje maken: je begint met niks en uiteindelijk wordt het heel mooi.”

Rond 2000 was de periode van de gabberhouse ineens voorbij. “Er kwam happy hardcore voor in de plaats, met die hit Gabbertje, dat vond ik vreselijk. Ik voelde me in de maling genomen, alles waar ik zo hard voor had gewerkt werd ineens belachelijk gemaakt. Mijn beroemdheid, waar ik het zo moeilijk mee had gehad, was verdwenen. Toen ging ik het missen. Eerlijk gezegd begin ik me nu pas, op mijn vijftigste, te realiseren wat ik de mensen in de jaren negentig gegeven heb.”

Acht halve liters

Dano heeft een dochter van 27 (Anouk) en een zoon van zes (Jari). Met de moeder van zijn zoon is hij vorig jaar juli getrouwd: “We deden het ’s ochtends, want dan kon ik ’s middags nog werken. Ik was niet gelukkig in die relatie. Elke dag dronk ik acht halve liters bier per dag, maar dat schoot niet op, want ik word pas een beetje tipsy bij de negende. We gingen er ook weer bij snuiven, maar ik ben al mijn hele leven kno-patiënt en kreeg enorme last in mijn holtes. Soms lukte het me niet om ’s ochtends vroeg uit mijn bed te komen, terwijl ik ergens moest klussen. Dan belde ik met een of andere lulsmoes, dat mijn zoon in zijn bed gepiest had of zo.”

Het huwelijk was geen lang leven beschoren en inmiddels is Dano gelukkig met zijn nieuwe liefde, die hij leerde kennen omdat ze de videoclip maakte bij het nummer Wat de fok, ouwe, een samenwerking tussen Dano en nederhoppionier Def P. “Ze belde me en tijdens dat telefoongesprek wist ik: bij jou wil ik zijn. Toen ben ik ook van de ene op de andere dag weer met de coke gestopt.”

Grijze gebied

Sinds 1 januari dit jaar leeft Dano ‘voor 95 procent’ nuchter. “Ik drink nog af en toe een biertje, voor de smaak. Elke dag hoeft niet meer, want ik heb zoveel gebruikt in mijn leven, mijn lichaam is moe. Zes jaar geleden nam ik voor het laatst een hijs van een joint van mijn dochter, toen hebben we vijf minuten hard gelachen samen en daarna viel ik in slaap.”

In het gesprek vraag ik Dano of hij dat wel kan, af en toe een biertje drinken. Zelf drink ik al acht jaar geen druppel meer, niet omdat ik vind dat dat moet, maar omdat het overzichtelijk is. Ik snap véél drinken en ik snap niet drinken, maar het grijze gebied ertussenin vind ik lastig.

Of hij naar nul zou willen, weet Dano niet. In de afgelopen maanden ging het twee keer fout qua matigheid. “De eerste keer was eind augustus. Ik had eindelijk weer eens een boeking, een fan uit Kampen die zijn veertigste verjaardag vierde. Of ik voor dertig man wilde draaien. Stond ik daar, biertje erbij. Ik kreeg coke aangeboden, maar die weigerde ik. Toen bood die man me een glaasje veertig jaar oude whisky aan om mee te proosten. Ik weet dat ik als ik drink niet verschillende dingen moet drinken op één avond, want dan gaat het mis. Maar hij bleef aandringen en toen nam ik het toch, om hem te pleasen.”

“Van de reis terug herinner ik me niets meer, ook niet hoe ik thuis enorme stennis ben gaan schoppen en allemaal dingen heb geroepen tegen mijn vriendin. Ik ben anderhalve dag laveloos geweest, van één glas whisky!”

Gemaskerde politieagenten

De tweede keer was in september, toen Dano over de A10 reed en vanachter door een bestelbus werd geramd. “Mijn zoon lag bovenop me, ik had de klap voor ’m opgevangen. Er kwamen twee gemaskerde politieagenten op me af met getrokken wapens. Bleek dat die een boef in hun auto hadden zitten en dachten dat ik een poging deed om die te bevrijden. Ik was net die serie Fauda op Netflix aan het volgen, dus ik dacht: ik ga eraan! Allemaal goedgekomen, ze deden snel hun bivakmutsen af, maar de dag erna ben ik helemaal in elkaar gestort.”

“Toen heb ik dus ook te veel gedronken, kwam toch weer de oude Daan in mij naar boven. Nu heb ik bij de apotheek Refusal gehaald, een hulpmiddel om van de alcohol af te komen. Dat heb ik ook weleens geslikt in de jaren negentig, maar toen dronk ik er gewoon bij door. Dit keer niet, ik wil niet nog een tweede Kampen meemaken. Ik ben dit jaar twee keer echt in de fout gegaan, dat gaat niet nog een derde keer gebeuren.”

Spijt heeft Dano niet van het leven dat achter hem ligt. “Ik had qua drugs wel wat vaker op de rem mogen trappen. Dan had ik er financieel wat aan overgehouden en je weet het niet, misschien was ik nog wel samen geweest met de moeder van m’n dochter. Ik heb een boel verneukt en dat is jammer. Met mijn dochter heb ik een goede band, zij is inmiddels ook moeder, dus ik ben opa, al voel ik me nog altijd 28. Anouk zei pas tegen mij: ik ben zo blij dat Jari nu zo’n ander leven heeft dan ik vroeger met jou heb gehad. Ik zou willen dat ik haar dat ook had kunnen geven, vroeger, al is het ook weer zo dat ze genoeg mooie dingen heeft meegemaakt. Het was niet allemaal donker, maar het zijn wel vaak de dingen die fout gaan die je onthoudt.”

Podcast

Deze aflevering van Onverdoofd, een productie van Het Parool en De Stroom, is als podcast te beluisteren op de website van Het Parool en via alle podcastkanalen. Reacties zijn welkom op onverdoofd@parool.nl

Onverdoofd

Paroolcolumnist Erik Jan Harmens (1970) stopte acht jaar geleden met drinken en schreef daar onder meer de autobiografische roman Hallo muur over. Hij leeft niet langer in het donker, maar het licht is eigenlijk té licht en het verlangen naar bedwelming nooit helemaal weg. In gesprekken met veelgebruikers en gematigden, te lezen in de krant en te beluisteren als podcast, zoekt hij antwoord op de vraag: Is het mogelijk om onverdoofd te leven?

Praten over zelfmoordgedachten kan 24/7 via 113 of 0800-0113 en de chat op 113.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden