PlusOverzicht

Dit zijn de beste boeken van 2020 (en één springt eruit)

Tijd genoeg om al die boeken te lezen die al zo lang in de kast stonden, het afgelopen jaar. En één boek in het bijzonder. Daarnaast geven onze acht boekenrecensenten hun visie op de vijf beste boeken van 2020.

Beeld Linda Stulic

Boekenjaar 2020 valt op veel manieren te ­benoemen: het jaar van het thuis lezen en de daarop losgelaten campagnes met hippe hashtags, het jaar van koop boeken bij de (online-) boekhandel. Hoe het de fysieke winkels zal vergaan, nu ze tijdens de hoogtijdagen van liveboekverkoop en tot in het nieuwe jaar dicht moeten, is een zorgwekkende gedachte op zich.

Maar laten we 2020, los van alle virusbeslommeringen, ook vooral vieren als het Jaar van Marieke Lucas Rijneveld (29). Als eerste Nederlandse de jongste winnaar van de International Booker Prize met haar door Michele Hutchison als The Discomfort is Evening vertaalde De avond is ongemak; haar in november met amper aankondiging vooraf verschenen opvolger Mijn lieve gunsteling eveneens prominent in alle bestsellerlijsten.

Het valt goed voor te stellen hoe de internationale literaire wereld plat ging voor haar genre van gereformeerd plattelandsproza dat bij ons toch wat meer gesneden koek is. Rijneveld was nog voornemens geweest in haar tweede boek géén koeien te laten figureren, zei ze in een interview in de Volkskrant, tot daar zich – best logisch in het verhaal over een veearts en zijn obsessie voor de veertienjarige dochter van een koeienhouder – in zin één de blaarkoppen alweer aandienden.

Rijneveld borduurt voort op dezelfde thema’s als in haar eerste roman – een dood broertje, seksuele ontluiking en verwarring, misbruik – maar onderscheidt zich in literair opzicht steeds meer met haar rijke, door de Bijbel gevoede taalgebruik. Zoals recensent Dieuwertje Mertens het formuleerde: ‘Kolkende, door komma’s aaneengeregen zinnen, vol lyrische bijzinnen, zonder adempauzes.’

Dwingend en nietsontziend, schrijft Marieke Lucas Rijneveld, de doem van meet af aan voelbaar en haar lezers meetrekkend in een haast hermetisch zwart, waarbij ze maar heel weinig lichtpuntjes geeft: zoals hoofdpersoon Jas zich in De avond is ongemak vastklampt aan mevrouw Dieuwertje Blok van het Sinterklaasjournaal, is het in Mijn lieve gunsteling weerman Gerrit Hiemstra die met zijn voorspellingen het proza nog een beetje lucht geeft. Maar de ster van Rijneveld, die straalt.

Dries Muus

1. Esther Gerritsen - De terugkeer  (De Geus) 

Het is haar eigen schuld: Esther Gerritsen schrijft met zó’n regelmaat geweldige romans dat je bijna niet meer opkijkt van weer een instantklassieker. De terugkeer – een als thriller vermomde familietragedie – is de beste roman van misschien wel de beste Nederlandse auteur van het moment, en het beste boek van 2020.

2. Wytske Versteeg - Verdwijnpunt  (Querido)

Hoe schrijf je over ervaringen waar eigenlijk geen woorden voor bestaan, gevoelens die elke ­beschrijving al bij voorbaat doen verschrompelen? Zo dus: met een verbluffend moedig non-fictieboek, even analytisch sterk als emotioneel intelligent. Verdwijnpunt is hartverscheurend intiem, maar ontstijgt het puur persoonlijke verslag met elke zin.

3. Jeroen Olyslaegers - Wildevrouw  (De Bezige Bij) 

Wie het Antwerpen uit de Tweede Wereldoorlog en zijn vorige roman Wil al gruwelijk en fascinerend vond, moet eens vier eeuwen terug in de tijd gaan. Olyslaegers schetst met Wildevrouw een springlevend, veelvertakt portret van een stad in diepe crisis; een universele afbeelding van een bijzonder specifieke plek; een tijdloze historische roman.

Rob van Essen – Een man met goede schoenen.Beeld rv

4. Rob van Essen - Een man met goede schoenen  (Atlas Contact) 

De hoofdpersoon van het langste verhaal uit de bundel laat zich overrompelen door een grensoverschrijdende therapeut, bindt zijn bejaarde ouders vast aan een stoel, pist een kruiwagen van een tuinkabouter vol. Via zulke bizarre taferelen dringt Van Essen in vrijwel elk verhaal door tot alledaagse, pijnlijk herkenbare, juist daardoor sterk aangrijpende worstelingen.

5. Ewoud Kieft - De onvolmaakten  (De Bezige Bij) 

Niet de enige indrukwekkende ­debuutroman van 2020: ook die van Klaas Knooihuizen en Simone Atangana Bekono overtuigden. Maar Ewoud Kiefts even spannende als genuanceerde, even speelse als donkere toekomstdrama, over een heilstaat met ­dystopische trekjes – of andersom – was misschien wel hét romandebuut van dit jaar.

Dirk-Jan Arensman

1. David Mitchell Utopia Avenue  (Meulenhoff)

Virtuoos en in 2020 zéér welkom vermaak, deze roman over opkomst en ondergang van de ‘psychedelische jazzfolkrockband’ Utopia Avenue anno 1967-68. Met vier fantastische personages/ bandleden die smakelijke pop­biografieavonturen beleven. ­Cameo’s van onder meer Leonard Cohen en The Rolling Stones. En zulke swingende concertbeschrijvingen dat je je spontaan in Paradiso waant. (Zucht.)

2. Ali Smith - Zomer  (Prometheus)

In het slotdeel van Smiths magis­trale, op de polsslag van de tijd ­geschreven vierseizoenencyclus kwam alles voorbij. Van Covid-19, lockdown en zoomvergadering tot cancelcultuur en de wurgdood van George Floyd. Maar, onderstreepte Zomer, dit hecht gecomponeerde vierluik vierde ook het belang én de kracht van kunst, vriendschap en generositeit.

Beeld -

3. Sigrid Nunez - Wat scheelt eraan  (Atlas Contact)

Eveneens potentieel deprimerende kost, want dit meanderende meesterwerkje draait deels om een terminale (jeugd)vriendin van de vertelster die haar hulp vraagt bij euthanasie. Gelukkig is er de droogkomische, onnadrukkelijk erudiete stem van de laatste, om het geheel verrassend licht en troostrijk te maken. De troost van bijzonder prettig gezelschap.

4. Hilary Mantel - De spiegel & het licht  (Meridiaan Uitgevers)

Nog een waardig slotdeel van een prachtreeks. In 1250 pagina’s beleef je mee hoe Thomas ‘Crumb’ Cromwell, briljante arbeiderszoon, politiek meesterstrateeg en rechterhand van Henry VIII, in zijn laatste vier jaar de macht door de vingers glipt. Die even koortsachtige als vreemd elegische tocht naar het schavot: wát een finale.

5. Ta-Nehisi Coates - De waterdanser (Meulenhoff)

De debuutroman van gelauwerde essayist over Afro-Amerikaanse pijn Coates is grotendeels een gruwelijk realistische slavernijroman in de traditie van Toni Morrison. Magische vondst: hoofdpersonage Hiram Walker bezit een teleportatiesuperkracht die wordt gevoed door traumatische herinneringen en gerechtvaardigde woede. Een hoopgevend en overtuigend (!) symbool in het jaar van Black Lives Matter.

Dieuwertje Mertens

1. Lionel Shriver - De weg van de meeste weerstand  (Atlas Contact)

Shriver is een van de meest interessante en onbevreesde schrijvers van deze tijd. In deze ­satirische roman portretteert ze niet ­alleen een moeilijk én liefdevol huwelijk, maar werpt ze ook ­kritische vragen op rond het identiteitsdebat. Een fascinerende roman die nazindert.

Lionel ShriverDe weg van de meeste weerstandBeeld rv

2. Namwali Serpell - De rook die dondert  (Atlas Contact)

De Zambiaanse Serpell schreef een wilde, rijke, fantasievolle ­dramatische vertelling over de ­geschiedenis van drie families (zwart, wit en bruin) en drie generaties in Zambia. De roman is zowel op stilistisch als verhalend vlak een spektakel.

3. Vivian Gornick - Onvoltooid werk  (Nijgh & Van Ditmar)

Zonder twijfel zijn alle teksten die uit Gornicks pen vloeien meer dan de moeite waard om te lezen. In deze essaybundel onderzoekt de Joods-Amerikaanse hoe literatuur bij herlezing verandert – rijker of juist minder diepgaand wordt. Of eigenlijk hoe de lezer is veranderd. Gornick weet navelstaren tot intellectuele kunst te verheffen.

4. Jérôme GommersMomentums laadklep  (Tijloos)

Gommers creëert in dit rijke poëziedebuut een totaal eigenzinnig taaluniversum. Hij dicht in klankrijke bedwelmende zinnen, waarin je je oneindig wil onderdompelen. Zijn taal zingt: ‘En inderdaad: ik opende mijn mond tot klankkast./O keel, steelse verhefboom en beerput, monding monding én bron.’

5. Tove DitlevsenKopenhagen-trilogie  (Das Mag)

De betoverende (autobiografische) verteller van Kindertijd weet de kinderblik op natuurlijke wijze te verenigen met de wijsheid van een filosoof. Ze reflecteert op een indrukwekkend mooie en droeve manier op haar kindertijd in zinnen als: ‘Je kindertijd is lang en smal als een doodskist en je kunt er niet zonder hulp aan ontsnappen’.

Joukje Akveld (jeugd)

1. Benny Lindelauf - Hele verhalen voor een halve soldaat (Querido)

Fenomenale raamvertelling waarin zes ten oorlog trekkende broers verhalen vertellen aan een wachter die de grens met het strijdtoneel bewaakt. Benny ­Lindelauf overtreft zichzelf met magisch-realistische vertellingen in een taal die fonkelt en gloeit. De frêle pentekeningen van Ludwig Volbeda vervolmaken het boek.

2. Charlotte DematonsAlfabet (Hoogland & Van Klaveren)

Niet eerder knetterde een boek zonder woorden zó van het taalplezier. Charlotte Dematons ving het alfabet in minutieus getekende letterspreads vol duizelingwekkende vondsten. Een zoekboek dat het kijkende kind achterlaat met een overweldigende woordenschat. Alfabet zou het leesprobleem in ons land in één keer moeten oplossen.

3. Oliver JeffersHet fortuin van Fausto (De Fontein)

Parabel van de internationaal gelauwerde illustrator van De krijtjes staken! Fausto, een expressief mannetje in krijtstreepbroek, wil de natuur overheersen. Met bloem, schaap, boom en berg komt hij een eind, maar uiteindelijk blijkt ook hij niet oppermachtig. Een prentenboek – even naïef als schitterend geïllustreerd – dat ­nederig stemt.

4. Ruta Sepetys - Stilte heeft een eigen stem (Luitingh-Sijthoff)

Epische youngadultroman over onmogelijke liefde in Madrid in de nasleep van de Spaanse burgeroorlog. Sepetys weet als geen ander aangrijpende historische gebeurtenissen om te zetten in meeslepende fictie. Stilte heeft een eigen stem verbindt een ­grimmige periode uit de recente geschiedenis met een wervelend, menselijk verhaal.

5. Rebecca SteadDe lijst van dingen die niet zullen veranderen (Querido)

De vader van Bea gaat trouwen met een man, maar dit is geen boek dat het homohuwelijk op de kaart wil zetten. Rebecca Steads afgewogen zinnen zuigen je mee in een verhaal dat scherp raakt aan de emoties van een tienjarige. Een onalledaagse knap portret van een alledaags meisje.

Hans Renders

1. Manu van der Aa - Bedelen bij Picasso (Vrijdag)

Manu van der Aa schreef een schitterende biografie van de inmiddels vergeten Paul Méral. Deze Vlaamse kunstenaar en ­oplichter was in het interbellum een beroemdheid, bevriend met André Gide, Max Jacob, Pablo Picasso, Jan Greshoff en E. du Perron. Enkele van zijn boeken werden met hulp van een rijke Britse minnares zeer luxueus uitgegeven. Tijdens WOII was hij zowel verzetsstrijder als collaborateur.

2. Sally Bedell Smith - Koningin Elizabeth II (Nieuw Amsterdam)

Bedell Smith doet aan ‘high biography’, degelijk onderzoek en prachtig geschreven. Hoewel ­Elizabeth maar 1.63 meter lang is straalt ze een immens gezag uit.

Ze leest alles, inclusief de giftige Britse tabloids, maar zal nooit haar mening openbaar maken. Al heeft ze wel meermaals laten blijken dat van de zestien premiers die onder haar diende, de eerste, Winston Churchill, een speciaal plekje in haar hart inneemt.

3. Jonathan Lopez - De laatste Vermeer (Prometheus)

Geweldige biografie van ‘meestervervalser’ Han van Meegeren. Niet de eerste, maar Lopez is wél de eerste die de mythe vermorzelt van Van Meegeren als een Robin Hood die wraak nam omdat de kunstwereld hem nooit had geaccepteerd. Het schilderen van De Emmaüsgangers, zogenaamd een verloren gegaan schilderij van ­Johannes Vermeer, was inderdaad een stunt. Toch was hij in de eerste plaats een nazicollaborateur.

4. Heather Clark - Rode Komeet (Het Getij/De Arbeiderspers)

De ‘vermenselijking’ van legende Sylvia Plath is het doel van deze mooie biografie. Nauwkeurig ­beschrijft Clark de familiegeschiedenis. Over Plaths Duits-Poolse overgrootouders en haar grootmoeder die in 1919 in een psychiatrische inrichting is gestorven, zonder dat Sylvia daar ooit weet van heeft gehad. Clark heeft een eeuw later de nooit opgehaalde urn met haar as getraceerd.

5. Henry Hemming - Onze man in New York (Omniboek)

De Britse spionagehistoricus Henry Hemming schreef over de geslaagde poging om de publieke opinie in de Verenigde Staten tijdens de Tweede Wereldoorlog rijp te maken voor militaire steun aan Europa. Daarvoor werd het ‘Sib Committee’ ingezet, een afdeling van de Britse geheime dienst die tot taak had ‘sibs’ oftewel ‘geruchten’ te verspreiden. Dat maakt dit boek over propaganda angstwekkend actueel.

Marjolijn de Cocq

1. Judith Schalansky Inventaris van enkele verliezen (Meridiaan Uitgevers)

Judith Schalansky schrijft over wat verloren is gegaan, resteert en wordt teruggevonden in een boek waarbij haar eigen vormgeving bepalend was voor de inhoud. Twaalf ‘vakjes’ van elk zestien pagina’s – gescheiden door donkere pagina’s met illustraties als een diapositief – gaf de Duitse zichzelf om verschillende werelden te betreden in verschillende genres. Over elke letter, illustratie en naaisteek is ­nagedacht in deze wonderschone Wunderkammer.

Beeld -

2. Sasa Stanisic - Herkomst  (Ambo Anthos)

Sinds zijn veertiende woont Sasa Stanisic in Duitsland, zijn familie in diaspora door de oorlog in Joegoslavië. Duits is zijn taal, aanpassing zijn mantra. Tot hij zich, mede door het dementeren van zijn grootmoeder, genoodzaakt voelt zijn herkomst en identiteit te bevragen. Niets is wat het lijkt bij de schrijver die in Herkomst meandert en associeert en de lezer tenslotte zelf de afloop laat bepalen.

3. Julia Phillips - Verdwijnende Aarde (Meulenhoff)

De caleidoscopische debuutroman Verdwijnende aarde van de Amerikaanse Julia Phillips speelt op het Oost-Russische schier­eiland Kamtsjatka. Over de verdwijning van twee meisjes die in twaalf hecht verweven verhalen na-echoot in een nauw vervlochten gemeenschap. Het leven op een even geïsoleerd als uitgestrekt schiereiland waar inheemse volkeren en Russen in wankel evenwicht leven, geschetst met de polsslag van een whodunnit.

4. Gerda Blees - Wij zijn licht (Podium)

Ze geeft boterhammen een eigen stem en toon, de nacht, de plaats delict, twijfel, de slowjuicer, het licht, twee sigaretten, geitenwollen sokken. En ook het lichaam van Elisabeth, het aan zelfopgelegde uithongering bezweken lid van woongroep Klank en Liefde die hogere spiritualiteit nastreeft. Voor het aangrijpende en soms droogkomische Wij zijn licht liet Gerda Blees zich inspireren door een nieuwsbericht uit 2017 over een soortgelijk sterfgeval.

5. Elif Shafak - 10 minuten 38 seconden in deze vreemde wereld - (Nieuw Amsterdam)

In 10 minuten en 38 seconden in deze vreemde wereld van de Turks-Britse Elif Shafak kijkt de vermoorde prostituee Tequila Leila met haar laatste beetje ­hersenactiviteit vanuit een vuilcontainer terug op haar jeugd, de familie die ze is ontvlucht en haar zelfverkozen familie. Over incest, mensenhandel en het lot van vrouwen in een rechteloze maatschappij – waar vriendschap zelfs de dood overwint.

Thomas Verbogt

1. Benjamin Taylor - Here We Are (Penguin Books)

In Here We Are schrijft Benjamin Taylor over zijn vriendschap met Philip Roth (1933-2018). Een ­buitengewoon portret van de Amerikaanse roman- en verhalenschrijver, ontroerend, geestig, soms ook onthullend. Taylor schrijft onbevangen intiem, wat hoort bij hoe hartsvrienden met ­elkaar omgaan. Er komt een biografie van Roth, maar dit kleine boek is er ook al een.

2. Heather Clark - Rode Komeet (De Arbeiderspers)

Van de vele boeken die er over Sylvia Plath zijn geschreven, heb ik ook een plank vol. Daarvan kunnen er een paar weg nu Rode komeet van Heather Clark er is. Meeslepend geschreven, prikkelend helder, door en door informatief. Met ook een paar foto’s die niet overbekend zijn.

3. Marieke Lucas Rijneveld - Mijn lieve gunsteling (Atlas Contact)

Ja, het jaar van Marieke Lucas ­Rijneveld. Mijn lieve gunsteling schreef ze in korte tijd. De roman vreet zich in je, het is een gebeurtenis waarvan je je niet wilt losmaken, ook omdat het boek je die ruimte niet geeft: je móet het meemaken. Haar avontuurlijke stijl is betoverend.

4. Alma Mathijsen - Bewaar de zomer (De Bezige Bij)

Alma Mathijsen schreef een tere roman. Bewaar de zomer is een boek over rouw, over opgroeien en pogingen woorden te vinden voor wat je overkomt. Mathijsen heeft het allemaal heel licht op­geschreven en dat versterkt de veelzeggendheid. Als er ooit een bloemlezing komt van briljante slotpassages, die van deze roman hoort er stralend in thuis.

Beeld -

5. Konstantin Paustovski - De muziek van de herfst (Van Oorschot)

Hoogtepunt van dit najaar: De ­muziek van de herfst van ­Konstantin Paustovski, een koele bundel verhalen, tintelend proza van een diepe schoonheid. Vaak wil je na een zin niet verder, wil je die zin opnieuw lezen en er even in blijven hangen.

Peter de Brock

1. Naoko Abe Sakura (Thomas Rap)

Duiding van de Japanse obsessie met kersenbloesem, die niet altijd fraai was. Met de kersenbloesemdoctrine werd Japan klaargestoomd om te sterven voor de keizer, zoals kersenbloesem ­verwelkt na een korte, glorieuze bloei. Miljoenen bomen werden aangeplant, van een enkele variëteit. Redding voor de andere soorten kwam uitgerekend van een Engelsman.

2. Marjolein Bierens - Hotel Schiller (Meulenhoff)

Met oog voor detail en gevoel voor drama heeft Marjolein Bierens een monument geschreven over opkomst, bloei en verval van het ooit roemruchte hotel en zijn gasten. Tevens een kleine geschiedenis van het Amsterdam tussen de beide wereldoorlogen. Een buitengewoon verzorgde uitgave ook, heerlijk om langdurig in te verblijven.

Beeld -

3. Ton Denters - Stadsflora van de Lage Landen (Fontaine Uitgevers)

Stedelijke natuur werd lang als minderwaardig beschouwd. Toen Ton Denters in 1977 in Amsterdam ging studeren was hij stomverbaasd over de desinteresse van de Amsterdammers voor de bijzondere plantenrijkdom in de stad. Met deze fascinerende studie, ­inclusief nieuwe ontdekkingen, neemt hij wraak. Een standaardwerk, handig voor stadswandelingen of straatobservaties.

4. Willem van BennekomVoorzichtig manoeuvreren (Genootschap ­Amstelodamum)

Joodse leden van het Genootschap Amstelodamum moesten in 1941 op last van de Duitse bezetter hun lidmaatschap opzeggen. Desondanks bleef het maandblad verschijnen en werden tot diep in de oorlog excursies ondernomen. Nu, 75 jaar na de bevrijding, heeft de oudste historische vereniging van de stad eindelijk de eigen oorlogsjaren laten doorlichten.

5. Wim WillemsDe Wereldwandelaars (Querido)

Ze waren jonge twintigers. Pacifistische wereldverbeteraars bovendien, die afzagen van alcohol, tabak en vlees. Bram Mossel, Frans van der Hoorn en Gerard Perfors vertrokken in 1911 vanaf de Dam, voor een voettocht rond de wereld. Reconstructie van een pacifistische droom, die ruw uiteenspatte met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden