Uit het archief

Dit schreef Het Parool na de dood van Ramses Shaffy

De cover van Het Parool op 1 december 2009. Beeld Het Parool

Het is zondag 1 december tien jaar geleden dat zanger en acteur Ramses Shaffy op 76-jarige leeftijd overleed. Dit schreef Het Parool die dag over de man die beroemd werd als zanger van Nederlandse chansons. 

‘Zijn uitbundige levensstijl eiste zijn tol,’ zo valt te lezen op de cover van Het Parool van 1 december 2009. In het nieuwsbericht worden de klassieke nummers van Ramses Shaffy aangehaald: Pastorale, SammyWe zullen doorgaan en Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder. ‘Hij keerde nog enkele keren terug op het podium en scoorde in 2005 zelfs nog een hit met een nieuwe versie van Laat me,’ aldus de verslaggever.

Die ochtend van 1 december overleed Shaffy nadat in het voorjaar slokdarmkanker bij hem was geconstateerd. ‘Eind vorige week verslechterde zijn gezondheid aanzienlijk. Dinsdagochtend is hij rustig ingeslapen,’ aldus zijn management in een verklaring. 

In de krant schreef verslaggever Corrie Verkerk over bijna twee pagina’s een in memoriam over Shaffy, onder de kop ‘Ramses ging tot op de bodem’. Lees het volledige verhaal onder deze foto:

Ramses Shaffy in 1978. Beeld ANP

Wat anderen van hem dachten, interesseerde hem ‘geen reet’. Ramses Shaffy lééfde: onstuimig, met veel lawaai, omringd door legendes, zonder discipline, eigenwijs, onstuimig en spiritueel.

“Hij moet de wereld om zich heen gesloopt hebben. En hij bleef zelf overeind,” vatte Kees Fens het ooit bondig samen. Nu is die ‘niet kapotte krijgen’ Ramses dan toch geveld. Met dezelfde geestelijke veerkracht waarmee hij comebacks maakte, vocht hij tegen de slokdarmkanker die hem vorig jaar trof. In augustus 2008 vierde hij zijn 75ste verjaardag nog groots in Frankendael.

Ramses Shaffy was in de jaren zestig en zeventig een idool, een vernieuwer. Met zijn Shaffy Chantant (samen met onder anderen Polo de Haas, Loesje Hamel en natuurlijk Liesbeth List) veroverde hij de stad met een onstuimige mix van muzikale invallen, poëzie en cabaret.

Tijdens een serie optredens op een cruiseschip kwam zelfs een aantal Amerikaanse impresario’s kijken. Ze vonden het niks. Ramses’ soulmate Liesbeth List zei later: “Het was ook allemaal heel poëtisch, dromerig, met muziek van Satie, en Loesje Hamel of Ramses, die met kandelaren over het podium liep en gedichten voordroeg. Die Amerikanen vonden het maar getreutel.”

En ach, wat was roem? Waar het Ramses vooral om ging, was het plezier, het feest. Geld was er om uit te geven. Of, zoals hij wel eens door het café schalde: “Wat kunnen mij die rotcenten schelen. Ik ben bloedgelukkig. Een grote kwajongen, een revolutionair, een geile opdonder. Maar ik ga wel elke zondag naar de kerk. Tenzij ik me verslaap.” 

Het spirituele zou hij later bij Bhagwan vinden. “Het publiek heeft me dat vergeven,” zei hij ooit wel eens lachend. Soms trakteerde hij zomaar wildvreemde mensen op een diner. Zo snel rolde het geld, dat hij failliet ging. Een mooie aanleiding voor een nieuw lied: ‘De wereld heeft mij failliet verklaard/Het is een geschenk van god en niet van de maatschappij /De weg is nu, de weg is open, de weg is mateloos van mij /Zonder bagage kan ik weer lopen, want ik ben nu vogelvrij.’

Amsterdammer was hij van oorsprong niet, maar Shaffy omarmde de stad, en de stad hem. Hij werd in 1933 geboren in een voorstad van Parijs, als zoon van een Poolse aristocrate (met Russisch bloed) en een Egyptische diplomaat. Op de middag van haar huwelijk liep zijn moeder, al in verwachting, de deur uit om nooit terug te keren. Pas toen zijn vader 93 was, zag Ramses hem voor het eerst.

Op zijn zesde zette zijn moeder, die tbc had gekregen, hem op de trein naar een tante in het verre Utrecht. En via dat adres belandde hij in een kindertehuis. Ramses’rebelse geest kwam er in opstand. Later zong hij in Eens in de honderd jaar: ‘Al gauw belandt-ie in een kinderhuis, waarie ’m op de eerste dag al is gesmeerd / Ze vinden hem terug en straffen hem ongenadig/en denken, zo, dat heb je afgeleerd.’

Uiteindelijk werd hij geadopteerd door een Leidse familie, waar hij piano leerde spelen en voor het eerst concerten en theater bezocht. En in 1952 werd hij aangenomen op de toneelschool in Amsterdam. Het rusteloze talent haalde er de eindstreep niet. Wel kreeg hij een contract bij de Nederlandse Comedie, waar hij uiteindelijk ook de laan werd uitgestuurd. Het verhaal gaat dat Ramses tijdens een voorstelling eventjes het café binnenwipte waar hij – naar eigen zeggen–werd besprongen door ‘een aap’ die zijn kostuum aan rafels en zijn pruik van zijn hoofd trok. Gehavend betrad hij vervolgens het toneel. Het leverde hem een brief op van directeur Guus Oster: ‘Acteurs die zich door apen laten belagen, kunnen we volgend seizoen niet meer gebruiken.’

Soms kende een Ramsesverhaal meer dan één versie. Wie wilde weten welke de echte was, kreeg steevast te horen: “Het verhaal dat jij het mooist vindt.”

Er zijn critici die beweren dat hij nog groter had kunnen worden als hij meerregelmaat had gekend, zijn talenten minder had versnipperd en de fles vaker had laten staan. Maar Ramses wilde genieten van alles: van het leven, van de drank, het theater, het zingen. Tot op de bodem.

Shaffy in 1996. Beeld ANP Kippa

Als acteur en zanger excelleerde hij. Samen met Liesbeth List zong hij onvergetelijke chansons als Pastorale en Samen. En natuurlijk waren er de classics als Sammy en We zullen doorgaan

Van Toneelgroep Amsterdam tot Tros-shows als Op volle toeren: Ramses draaide er zijn hand niet voor om.

Er waren momenten dat men dacht dat het gedaan was met zijn carrière. Dat het leven en de drank hem eindelijk gesloopt hadden. Maar dan stond hij er ineens weer, stralend. Zoals in 1997 met het chansonprogramma Shaffy ’97. ‘De tred is wankel, de lever verwoest en de stemhapert zo nu en dan. Maar deze man is niet omver te kegelen,’ noteerde theaterrecensent Patrick van den Hanenberg.

Uiteindelijk belandde overlever Ramses in het Amsterdamse Sarphatihuis. Hoe hij daar terecht was gekomen? “Door een vervelende periode,” zei hijzelf. En na enige overpeinzing: “Het had te maken met drank, met het geheugen.”

Maar ook in het verzorgingshuis maakte hij er het beste van. Ramses resideerde er in het Atrium: kaarsrecht, een klein flesje rode wijn onder handbereik – goede wijn, geen azijn. Over zijn verblijf in het huis:

“Er gebeurt hier best veel, maar het blijft natuurlijk een rusthuis. Ik rust me rot.(...) In zo’n huis bestaat geen tijd. Het leven glijdt er voort. En het zijn niet alleen zonnige beelden die voorbij komen. Je krijgt hier wel een voorproefje op je oude dag.”

In 2003 vierde hij er zijn zeventigste verjaardag met het allereerste exemplaar van zijn verzamelde liedteksten: Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder. Een bijzonder boek. Of, zoals Jacques Klöters het die middag verwoordde: “Hier is iemand aan het woord die je deelgenoot maakt van zijn ervaringen, zijn verlangens, zijn driften. Er is een grote mate van intimiteit in die liedjes en dat dwingt je tot een gegêneerd afwenden of tot vriendschap.” Want een tussenweg bestaat bij Ramses niet: het is alles of niets.

Datzelfde jaar kwam ook de documentaire Ramses uit, van filmmaker Pieter Fleury. Bij het zien van zichzelf als jonge, sensuele man verzuchtte de oude Shaffy: “Wat waren we toch een verschrikkelijk mooie mensen.”

Wie? Hij en Liesbeth List natuurlijk. De laatste zei over de film: “Je ziet zijn grootsheid. Je voelt hoe zowel mannen als vrouwen van hem hielden. Maar er is ook de drank, de momenten dronken achter de piano. Ik heb het allemaal meegemaakt. Het was ook een stukje van mezelf.”

In het verzorgingshuis verbeterde Ramses’ gezondheidstoestand dermate dat er sprake was van een wonderbaarlijke comeback. Hij verscheen en zong weer op het podium. En in het najaar van 2005 stond hij voor het eerst sinds jaren weer in de hitparades met een nieuwe versie van Laat me (uit 1978), samen gezongen met – natuurlijk – Liesbeth List en de band Alderliefste. Een jaar later ontving hij de eerste Edison oeuvreprijs voor Kleinkunst en verscheen er een cd-box met zijn gehele oeuvre: Laat mijn liedjes nu maar zwerven.

Hij had het eerder al zelf voorspeld: “Als alles het nog doet en de aftakeling niet volkomen intreedt, dan zal ik een wonderlijke oude man worden, waar mensen misschien best nog plezier aan beleven.”

Ramses Shaffy en Liesbeth List in 2002.
Shaffy in het Concertgebouw, juli 1969. Beeld ANP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden