Plus Voorbeschouwing

Dit kun je allemaal zien op het Over Het IJ Festival

Tijdens het Over het IJ Festival wordt de NDSM-werf overgenomen door jonge theatermakers. Ze spelen in loodsen, pleinen, op de werf en dieper in Noord.

De managers van La Isla Bonita is een geestige kantoorslapstick die onverwacht grimmig wordt. Beeld Bas de Brouwer

Performancecollectief La Isla Bonita was vrijdagavond een van de openingsvoorstellingen van het Over het IJ Festival 2019. In hun vijfde voorstelling hanteren de jonge makers hun vaste formule, waarbij ze maatschappelijk engagement koppelen aan een fysieke sport – zoals in hun debuut La Isla Bonita (vluchtelingencrisis en ritmische gymnastiek), La Lucha Libre (gendernormen en Mexicaans worstelen) en Atlantis (‘hydrofeminisme’ en zeemeerminzwemmen).

Ditmaal verenigen ze machtsuitoefening met horsing (het rijden op een stokpaardje, een sport die vooral in Scandinavische landen serieus in opmars is) in een aanvankelijk geestige kantoorslapstick die onverwacht grimmig wordt.

Vergaderzaal

Aan de rand van het IJ staat een grote vergadertafel in carréopstelling. Door het weidse uitzicht doet het denken aan een hip kantoorpand met panoramaview. Lange tijd draait de voorstelling vooral om de kolderieke satire. Al bij het doornemen van de agenda (vol trendgevoelige termen als ‘crunchtime’) wordt de holle managersretoriek vrolijk belachelijk gemaakt. Bij enige (potentiële) onenigheid gaan dingen ‘in de ijskast’ of overstemt een van hen de rest met een simpel: ‘Klap erop!’

Dat ze gaandeweg hun stokpaardjes erbij pakken en gaan horsen komt wat uit de lucht vallen, maar doet denken aan hippe managersfilosofieën als staand vergaderen of tafeltennisoverleg. Uiteindelijk transformeert de ruimte tot heuse paardenbak en oefenen de onderlinge leden al horsend dezelfde onderdrukkingsstrategieën, vernederingen en uitputtingsslagen op elkaar uit als in de vergaderzaal. Als een potje ‘oorlogje spelen’ vervolgens volledig uit de hand loopt, besef je ineens dat die managers vanachter hun bureaus precies hetzelfde doen: oorlogje spelen, totdat je het punt voorbij bent waarop je nog terug kan.

De performers doen in De managers niet veel anders dan onze wereldleiders: ze verleiden elkaar en hun publiek (in leuke, droogkomische scènes) maar voor je het weet zit je te lachen om iets waar niet meer om te lachen valt. Een spannend besef in een verder vermakelijke, maar wat te uitgesponnen kantoorparodie.

Zeecontainers

Dit jaar is het kenmerkende festivalhart met de vele zeecontainers – waarin aanstormende theatermakers kort werk presenteren – opgebouwd rondom sociëteit Sexyland. Vandaaruit vertrekken ook de voorstellingen die na aanschaf van een festivalbandje gratis te bezoeken zijn.

Een van die voorstellingen is Beige van Sheralynn Adriaansz. Ze viel de afgelopen twee edities al op met korte, persoonlijke voorstellingen in een zeecontainer in het festivalhart. Dit jaar mocht ze een langere voorstelling maken, waarin ze onderzocht hoe je trots kunt zijn op iets waarop je geen enkele invloed kunt uitoefenen: je roots.

Bij binnenkomst is Adriaansz druk bezig met de voorbereidingen van een ritueel, waarbij ze ook een aantal mensen uit het publiek om hulp vraagt. Het ritueel is ontsproten uit haar zoektocht naar haar culturele identiteit: haar moeder is Surinaamse, haar vader Tanzaniaans.

In Beige vertelt ze hoe ze zich wilde verdiepen in de tradities van haar Afrikaanse culturen, maar voortdurend werd geconfronteerd met het feit dat ze er eigenlijk niet bij hoort. Op de Tanzaniaanse markt noemen ze haar ‘de witte’, van de Surinaamse sieraden kent ze de betekenis niet en in Nederland begint iedereen voort­durend weer over de schattige ‘halfbloedjes’ die ze zou krijgen als ze kinderen zou krijgen.

Tijdens haar eerdere korte performances viel Adriaansz al op door de rust die ze durft te pakken en ook in deze wat langere boog is dat een grote kwaliteit – waarmee ze zich van veel andere jonge makers onderscheidt. Zeer trefzeker, met een fijne afwisseling van onverwachte humor en ontroerende anekdotes, vertelt ze haar slim opgebouwde verhaal, dat uiteindelijk de inleiding blijkt voor haar zelfbedachte ritueel: een combinatie van het Surinaamse wasritueel en een Tanzaniaans sinaasappelritueel. Voor alle ‘beige’ kindertjes die meerdere culturen in zich dragen, legt ze uit. Op de valreep ont­zenuwt ze bovendien op slimme wijze de heiligheid omtrent dat ritueel, in een prettig-banale onthulling die de slotsom van haar performance alleen maar waardevoller maakt.

Gigantische jerrycans

In de museale choreografie Mensen dragen dingen ontregelt Lotte Boonstra de publieke ruimte door de mens te exposeren als ‘dragend wezen’. Op een leeg plein tussen de scheepsbouwloodsen en filmende hangjongeren toont ze de mens, haast bezwijkend onder het gewicht van uitpuilende backpacks, gigantische jerrycans en zelfs betonblokken; of stoïcijns winkel­wagentjes voortduwend, afval meezeulend of verdrinkend in gigantische kostuums. Altijd de uitputting tegemoet. Zo weet Boonstra, in een wat willekeurige en dus iets te vrijblijvende choreografie, met haar poëtische en prettig absurde beeldtaal ons perspectief op onszelf zo nu en dan voor een kort moment te kantelen.

Over het IJ Festival 2019, t/m 14/7, festivalhart op NDSM-werf

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden