Plus Interview

Dit is niet de film over profrenner Frank Vandenbroucke

Fatou N’Diaye als de prostituee Fae in Engel.

In zijn derde speelfilm vertelt de Vlaamse regisseur Koen Mortier over de laatste nacht van de getroebleerde profwielrenner Thierry. ‘Het is een film over een onmogelijke liefde, omdat deze persoon niet meer lief kan hebben.’

Een bijna minimalistische film, noemt de Vlaamse regisseur Koen Mortier zijn derde speelfilm Engel. Daar zit iets in, al is nog altijd iets te herkennen van de bombastische, maximalistische stijl die Mortier toonde in zijn videoclips (onder meer voor de Nederlandse band De Staat) en zijn eerdere speelfilms Ex Drummer (2007) en 22 mei (2010).

Maar Engel vertelt inderdaad een klein verhaal. Een verhaal van één nacht, één ontmoeting, die eindigt met de dood van de hoofdpersoon, de succesvolle maar getroebleerde wielrenner Thierry (Vincent Rottiers). Mortier: “De film draait om een heel klein moment in iemands leven, al is de gebeurtenis heel groot: sterven.”

Dat Thierry overlijdt is geen spoiler, want dat sterven was in zekere zin het uitgangspunt voor de film. Mortier baseerde zijn verhaal op de novelle Monoloog van iemand die het gewoon werd tegen zichzelf te praten van Dimitri Verhulst uit 2011, op zijn beurt een gefictionaliseerd verhaal gebaseerd op de roemloze dood van profrenner Frank Vandenbroucke, die in 2009 dood werd gevonden in een groezelige hotelkamer in Senegal.

Veel interessanter

Die stap naar fictie was belangrijk voor Mortier. “Het leven van Frank Vandenbroucke is niet te verfilmen op zo’n kort moment – zijn leven was veel meer dan enkel zijn sterven. Dat is al te lezen in zijn biografie en te zien in meerdere documentaires. Ik wilde een film maken over een onmogelijke liefde. Niet onmogelijk vanwege familie of andere praktische obstakels, maar omdat deze persoon niet meer kan liefhebben. Hij is alleen nog geïnteresseerd in zichzelf, wordt vooral verliefd op het feit dat hij verliefd is. Dat was voor mij veel interessanter dan een verhaal over de dood.”

Het verhaal van Verhulst wordt verteld door de Senegalese prostituee met wie de wielrenner zijn laatste nacht doorbracht, en Mortier probeerde dat perspectief vast te houden. “Je kunt een film niet als een monoloog maken, maar het is wel haar verhaal. Iemand die weinig kansen heeft in haar leven en op zoek is naar liefde. Ze vindt hem gek, maar is ook gecharmeerd door hem. Hij is op zoek naar iemand om zich aan te hechten en zij probeert diegene te zijn.”

Hoofddoek

Voor hij zijn scenario schreef, reisde Mortier zelf af naar Senegal. “Omdat ik er weinig besef van had. Het speciale aan het dorp waar deze prostituee leeft, is dat er heel veel gemengde koppels zijn.” Relaties dus van een blanke man uit het westen en een zwarte, Senegalese vrouw. “Enkele van hen zitten ook in de film. Veel mannen worden echt verliefd, en veel meisjes worden ook echt verliefd op een klant. Zij hebben de hoop om een beter leven te leiden in Senegal, en voor die mannen is er de hoop om liefde te vinden. Dat vond ik bijzonder en bizar.”

Tijdens die reis vond hij ook de inspiratie voor zijn tweede hoofdpersonage, prostituee Fae (Fatou N’Diaye) – al verkiest ze zelf het woord ‘gazelle’ om zichzelf te omschrijven. “We spraken veel met de plaatselijke bevolking, ook de prostituees. Zo ontmoette ik een meisje van 24, dat al vier jaar prostituee was. Een schoon kind, zoals we het hier zeggen, en een sterke vrouw. Ze beantwoordde op geen enkele manier aan het beeld van prostitutie in Afrika. Ze was niet op haar mond gevallen en had een vorm van joie de vivre in wat ze deed. Het is niet in de film terechtgekomen, maar zij was ook moslim – overdag droeg ze een hoofddoek en ’s nachts ging ze de deur uit in kort rokje. Een heel bijzondere gedaantewisseling.”

Het verhaal mag dan minimalistisch zijn, Mortier vat de coup de foudre tussen zijn twee personages nog altijd in uitbundige beelden die volop gebruik maken van het Afrikaanse kleurenpalet.

“Ik wilde een vorm van angst in het beeld creëren. Je beleeft mee wat de personages beleven, maar op een angstige manier. Er zijn veel lange shots, zodat je bijna de directe tijd meemaakt – behalve dat die momenten worden onderbroken door hysterische momenten of hersenspinsels van Thierry. Ze voelen soms aan als flashbacks, maar dat zijn het niet – het zijn angstaanvallen.”

Koen Mortier. Beeld -
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden