PlusAchtergrond

Dit is Kantemir Balagov, hét filmtalent van Rusland

Kantemir Balagov is hét filmtalent uit Rusland. Zijn film Beanpole duikt in het Leningrad van na de oorlog, maar gaat net zo goed over nu.

Kantemir Balagov.Beeld AFP

Hij heeft pas twee speelfilms op zijn naam, maar toch werd Kantemir Balagov in Cannes gebombardeerd tot de grote nieuwe hoop voor de Russische cinema. Het is veel eer, te veel misschien, al zijn beide films – Tesnota uit 2017 en het nieuwe Beanpole (Dylda) – inderdaad zelfverzekerde, ­gelaagde werken vol stilistische bravoure.

Op letterlijk niveau is er in ieder geval wel wat af te dingen op het etiket; om precies te zijn op de woorden ‘hoop’ en ‘Russisch’. Hoop is namelijk schaars in de verhalen van Balagov – niet compleet afwezig, wel zuurverdiend. Hoop is er in kleine sprankjes, in werelden die verder getekend worden door ellende.

En dan dat Russisch. Strikt genomen klopt het, maar zelf identificeert Balagov zich als Kabardisch. Hij komt uit het landje Kabardië-Balkarië in de noordelijke Kaukasus, een autonome republiek binnen de Russische federatie. Dat thuisland eist een hoofdrol op in zijn debuut ­Tesnota, een verhaal over strijdende clans dat zich ­afspeelt in de buitenwijken van hoofdstad Naltsjik in de ­late jaren negentig.

Voor Beanpole gaat hij verder van huis: de film speelt in Leningrad (tegenwoordig Sint-Petersburg), kort na de Tweede Wereldoorlog. Daar worstelen de jonge vrouwen Iya en Masha met de fysieke en geestelijke littekens die ze overhielden aan hun tijd aan het oorlogsfront, met de dood van een kind en de hardvochtige wens om nieuw leven als drijvende krachten. Ook hier speelt Balagovs afkomst metaforisch een rol. De complexe weergaves van het moederschap in zijn films laten zich moeiteloos vertalen naar een commentaar op hoe ‘moedertje Rusland’ met haar lidstaten omging en omgaat. Wat dat betreft is het niet licht vertaalbare woord ‘tesnota’ ­tekenend: een omhelzing die zowel liefdevol als verstikkend is.

Quentin Tarantino

Balagov leerde het filmmaken tussen twee uitersten. Hij groeide op met Hollywood, zoals iedereen van zijn generatie. Eerst het plattere werk – komedies als Ace Ventura en The Naked Gun, of metahorrorfilm Scream. Toen volgden Hollywoodauteurs als Christopher Nolan en Alejandro Gonzalez Iñarritu. Zijn vader kocht op de markt elke ­videotape met een Oscarsymbooltje erop – dat moest wel goed zijn. Tiener Balagov beet zich intussen vast in Pulp Fiction en maakte met wat vrienden een webserie geïnspireerd door Quentin Tarantino’s ironische en geweld­dadige misdaadverhalen.

Die serie heeft de regisseur later weer van YouTube verwijderd – inmiddels vindt hij het ondermaats. Maar het was genoeg om hem toegang te verschaffen tot de filmschool die de Russische grootmeester Alexander Sokoerov in Balagovs thuisstad Naltsjik opzette. Daar leerde Balagov cinema met een hoofdletter C kennen – Bresson, de Franse nouvelle vague, Alexei German, de Vlaamse broers Dardenne.

Iya (Viktoria Mirosjnitsjenko, midden) en Masha (Visilisa Perelygina) in Beanpole.

Zo vormde Balagovs artistieke identiteit zich ergens tussen allerlei uitersten. Tussen kunst en kitsch, tussen verheffen en vermaken. Maar ook tussen het individualistische Westen en het collectieve Oosten. Balagovs films draaien om complexe individuen, die symbolen zijn voor grotere sociale groepen: moeder en dochter, meester en onderdaan.

Die dualiteit wordt treffend gesymboliseerd door de tatoeages op de armen van de jonge filmmaker. In een uitgebreid interview met een jonge Moskouse vlogger dat op YouTube te vinden is, geeft Balagov uitleg over het complexe lijnenspel dat zijn rechterarm bedekt. Het is gebaseerd op de beroemde zin uit Goethes Faust over ‘twee zielen in één borst’. Maar elders op zijn lichaam prijkt ook de spreuk ‘Hakuna matata’ uit The Lion King, dat zoveel betekent als ‘levenslange zorgeloosheid’.

Uit dat interview, opgenomen ten tijde van de première van Beanpole in Cannes vorig jaar, ontstaat het beeld van een even speelse als bedachtzame jonge kunstenaar, die zelf gelukkig maar half gelooft in de hype rondom zijn werk. We zien hem in een smal Frans steegje, kort nadat de première van de film werd ontvangen met een minutenlange staande ovatie. Maar Balagov heeft het over hoe hij ‘verliefd werd’ op het jongetje die het kind van Iya en Masha speelt. “Naar hem kijken, maakte dat ik zelf ook een kind wil,” glimlacht hij.

Nieuw leven

Ook die kinderwens is een draadje in het rijke weefsel van Beanpole. Gevraagd naar de oorsprong van de film wijst Balagov consequent naar het boek De oorlog heeft geen vrouwengezicht van Svetlana Aleksijevitsj, de Wit-Russische schrijfster die in 2015 een Nobelprijs voor Literatuur kreeg. In haar journalistieke boek, dat oorspronkelijk in 1983 verscheen, verzamelde Aleksijevitsj de getuigenissen van honderden vrouwelijke veteranen over hun ervaringen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ervaringen die verdwenen waren uit de geschiedenisboeken, waarin oorlog vaak als een exclusief mannelijke aangelegenheid wordt weggezet. Ook voor Balagov was het boek een eyeopener, een die hij wilde delen met zijn generatiegenoten.

Aleksijevitsj noemt Balagov in vrijwel ieder interview over de film. Minder vaak spreekt hij over een andere, waarschijnlijk net zo belangrijke inspiratiebron voor de film: een vriendin die hem vertelde hoe graag ze een kind wilde baren, in de hoop dat dit nieuwe leven tegenwicht kon bieden tegen de dood die ze overal om zich heen zag in de wereld.

Het is een van de vele manieren waarop Beanpole, ­ondanks zijn setting in het verleden, nadrukkelijk ook een film over nu is. Maar Balagov spreekt zich daar niet expliciet over uit. Sowieso houdt hij er niet van zijn films uit te leggen – dat heeft hij goed van Sokoerov en de andere leermeesters op diens filmschool afgekeken. Hij wil als maker zijn intenties niet opdringen, om ruimte te houden voor de vele mogelijke interpretaties van het publiek. Of zoals Balagov zelf in interviews zegt: “Alleen in afwezigheid van betekenis kan betekenis ontstaan.”

Beanpole

Regie Kantemir Balagov
Met Viktoria Mirosjnitsjenko, Vasilisa Perelygina
Te zien in Cinecenter, Eye, Filmhallen, Ketelhuis, Rialto, Studio K

Prijzenregen

De twee films van Balagov werden in Cannes geselecteerd voor het programma Un Certain Regard, het naast de hoofdcompetitie belangrijkste podium, en beide wonnen er de prijs van de internationale filmkritiek; voor Beanpole sleepte hij ook de prijs voor beste regie in de wacht. In beide gevallen was dat het startschot voor een zegetocht langs kleinere festivals over de hele wereld.

Viktoria Mirosjnitsjenko en Vasilisa Perelygina maken hun speelfilmdebuut in Beanpole. Perelygina (1996) speelt Masha, een jonge, getraumatiseerde Sovjetsoldate die haar leven moet zien te hervinden in het naoorlogse leven. Mirosjnitsjenko (1994) is Iya, een verpleegster die zich tijdens het beleg van Leningrad heeft ontfermd over Masha’s zoontje. Beide actrices vergezelden regisseur Kantemir Balagov vorig jaar mei op het festival van Cannes, waar Beanpole in première ging.

Perelygina: “Ik kende de geschiedenis niet heel goed. Mijn grootouders of andere familieleden hebben er nooit over verteld. Wel hebben we beiden natuurlijk De oorlog heeft geen vrouwengezicht gelezen, het boek dat Svetlana Aleksijevitsj over de oorlog heeft geschreven.”

Mirosjnitsjenko: “Het was moeilijk om dit te spelen, om alles uit mezelf te halen, omdat de oorlog zoiets groots en onvoorstelbaars was. Gelukkig wist Kantemir precies wat hij van ons wilde.”

Perelygina: “Maar het boek was ook een belangrijke bron. Aleksijevitsj heeft veel mensen gesproken die het beleg van Leningrad hebben meegemaakt. Haar boek maakt invoelbaar hoe ze hebben geleden en wat er omging in hun hoofden. Het was angstaanjagend en verontrustend, maar tegelijkertijd ook interessant om te ontdekken wat een mens kan doorstaan, hoe erg de omstandigheden ook zijn. De vrouwen moesten dingen doen waar ze niet voor waren opgeleid of uitgerust, maar ze hadden geen keuze.”

Mirosjnitsjenko: “De mensen in het boek praten met verslagenheid over de gebeurtenissen. Maar hoe treurig het ook was, er spreekt ook een enorme levenslust uit hun verhalen. Ze hadden de kracht om door te gaan en hun leven weer op te bouwen. Dat was een belangrijke houvast tijdens de opnamen.”

Perelygina: “Tijdens de opnamen had Kantemir het vaak over het lef om stil te zijn. We moesten van hem op zoek naar iets in onszelf, zodat de kijker iets in je ogen of in je houding ziet, en je niet door een dialoog hoeft duidelijk te maken wat jouw personage voelt. Die lange takes waren daarom juist prettig; omdat het wel even duurde voordat ik het juiste gevoel te pakken had, met name in de dramatische scènes.”

Mirosjnitsjenko: “Om dit soort scènes te spelen, heb je eigenlijk veel levenservaring nodig – meer dan wij hebben, denk ik. Ik heb ook wel het een en ander meegemaakt, maar dat staat in geen enkele verhouding met wat mijn personage moet doorstaan.”

Mirosjnitsjenko: “Toen ik het las in het script had ik geen idee hoe ik dat moest aanpakken. Ik heb daarom veel gelezen, boeken en medische studies, maar toen wist ik het nog niet. Op een gegeven moment zei Kantemir: probeer het maar gewoon.”

Mirosjnitsjenko: “Ik zag details waar ik niet zo blij mee was; dingen die ik beter had kunnen doen, maar ik was vooral intens gelukkig. Voor mezelf en voor de film.”

Perelygina, met een lach: “Het is alsof ik een grote doos met juwelen heb gekregen – maar ik weet nog niet zo goed wat deze film voor me zal betekenen en wat hij me gaat brengen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden