PlusAchtergrond

Dit boek moeten alle liefhebbers van modern klassieke muziek aanschaffen

Een team van Vlaamse musicologen en musici en één Nederlander schreven Een kleine muziek­geschiedenis van hier en nu – een boek dat alle liefhebbers van modern klassieke muziek terstond moeten aanschaffen.

Componist John Cage, een van de grote vernieuwers van de moderne klassieke muziek, tijdens een concert  in 1943 in New York.  Beeld Eric Schaal/Getty Images
Componist John Cage, een van de grote vernieuwers van de moderne klassieke muziek, tijdens een concert in 1943 in New York.Beeld Eric Schaal/Getty Images

In het Engelse taalgebied zijn de afgelopen jaren diverse boeken verschenen over de ontwikkelingen in de moderne muziek sinds de eeuwwisseling. Te denken valt aan David Metzers Musical Modernism at the Turn of the Twenty-First Century (2009), Joseph Auners Music in the Twentieth and Twenty-First Centuries (2013) en Tim Rutherford-Johnsons Music after the Fall (2017).

In Nederland was er alleen Componisten van Babel (2016) waarin auteur Joep Christenhusz tien uitvoerige portretten schildert van de jongere generatie componisten uit Nederland en Vlaanderen. Die titel was goed gekozen. De componisten van nu spreken vele talen, dat wil zeggen, hanteren vele muzikale idiomen, en die bestaan allemaal naast elkaar, van neo-romantiek tot verregaand conceptualisme.

Onder de hoede van de Vlaamse hoogleraar in de muziekwetenschap Mark Delaere heeft een team van Vlaamse musicologen en musici, aangevuld met een Hollander (Joep Christenhusz) het Nederlandse taalgebied verrijkt met een boek dat een leemte vult. In Een kleine muziekgeschiedenis van hier en nu beschrijven dertien auteurs in achttien hoofdstukken de ontwikkelingen in de klassieke muziek sinds 1950, muziek die eigentijds, hedendaags, modern of actueel wordt genoemd. Het zijn allemaal woorden die tot begripsverwarring leiden, want hoe ‘hedendaags’ is muziek van zeventig jaar oud?

Eeuwig postmodernisme

Delaere houdt het in zijn inleiding dan ook op ‘westerse klassieke muziek die sinds de Tweede Wereldoorlog nieuwe esthetische tendensen ontwikkelde’. Of korter en wervender: ‘een handboek voor de ontdekkingsreiziger’. Daarmee stelt hij meteen een teer punt aan de orde, want er was een tijd dat eigentijdse klassieke muziek de enige klassieke muziek was die werd gespeeld; waarin voor het publiek ontdekken de norm was. Dat is alweer ruim een eeuw volledig anders. Nieuwe muziek is pakweg sinds de exploratie van de atonaliteit iets om met een grote boog omheen te lopen. De nog levende componist heeft het afgelegd tegen de dode.

Delaere c.s. leveren hier overvloedige historische context bij, waar weer een ander ‘probleem’ uit is af te leiden: sinds de vernieuwingen van het modernisme (Goeyvaerts, Stockhausen, Varèse, Cage) lijkt de muzikale ontwikkeling muurvast te zitten in een eeuwig postmodernisme, waarin eigenlijk alles is terug te voeren op de grote pioniers uit de jaren vijftig, zestig en zeventig (of veel eerder nog). Mooiste voorbeeld: de Amerikaan Cory Arcangel (1978), die het voor elkaar krijgt na minutieus speurwerk op YouTube een collage te maken van katten die pianotoetsen indrukken, die samen Schönbergs revolutionaire Drei Klavierstücke opus 11 (1909) – het begin van de atonaliteit – opleveren.

Zeer goed aan het boek is dat de geïnteresseerde lezer alle voor hem onbekende besproken muziek meteen op Spotify kan horen, waarbij de lees- en luistertips na elk van de hoofdstukken bijzonder behulpzaam zijn.

Geen dobbelstenen

Er staan in het boek veel doublures (vooral over Cage), maar omdat elke schrijver weer iets eigens heeft te melden, is dat nauwelijks serieuze kritiek. De historische overzichten zijn zonder uitzondering voortreffelijk en inzichtelijk.

Ondanks alle lof is er toch ook serieuze kritiek mogelijk. In het hoofdstuk over minimal music ontbreekt merkwaardig genoeg Dennis Johnson en zijn werk November (1959), een compositie die tot een herschrijving van de geschiedenis van het genre noopt. Ernstiger is dat Filip Rathé op pagina 70 ten onrechte beweert dat John Cage in zijn indeterminate music ‘alle controle loslaat’ en dat Ann Eysermans op bladzijde 92 van dobbelstenen rept, terwijl Cage’s Music of Changes met behulp van de I Tjing is gemaakt en er dus muntjes werden opgegooid. Ronduit suf is ook dat Yves Senden schrijft over Mikolaj Górecki, die de zoon is van de componist die hij bedoelt (Henryk). Strafregels voor de heer Senden.

Niettemin is dit een boek dat liefhebbers van moderne klassieke muziek onverwijld dienen aan te schaffen.

Mark Delaere (red.): Een kleine muziekgeschiedenis van hier en nu. Pelckmans Pro, €40

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden