Plus

Discipelen van de straat: het daklozenkoor repeteert voor een opera

Filmmaker Ramón Gieling documenteert de repetities van leden van het Amsterdamse daklozenkoor die een opera spelen die op hun leven is gebaseerd. 'Het is elke keer afwachten wie er komt opdagen. Ik mis onze hoofdrolspeler nog.'

De 'acteurs' fleuren op door de film. 'Het doet ze goed. Bij het schminken merk je dat ze lange tijd niet zijn aangeraakt.' Beeld Charlotte Odijk

Half elf vrijdagochtend: het een na het andere lid van daklozenkoor De Straatklinkers druppelt binnen in de repetitieruimte op de zolder van de Protestantse Diaconie. Ze storten zich meteen op de plakken cake en muffins die op een tafel liggen.

Het is elke keer afwachten wie er komt opdagen. "Ik mis onze hoofdrolspeler nog, Marcel," merkt regisseur en filmmaker Ramón Gieling (62) op, die ook de Cruijffdocumentaire En un momento dado maakte. Niemand is verbaasd, het is alom bekend dat Marcel Bergmeyer 's ochtends moeilijk uit bed komt.

Gieling wil toch graag een scène uit de opera repeteren waarin Bergmeyer meespeelt. Hij heeft de rol van dakloze Julian, die na drie jaar gevangenschap op vrije voeten is en zich terug moet vechten in de groep daklozen waar hij vroeger deel van uitmaakte. De crew is inmiddels wel gewend te improviseren. Een ander lid van De Straatklinkers neemt de hoofdrol tijdelijk over.

Weerstand

Gielings operafilm De Discipelen, een zwerversopera documenteert het daklozenkoor, dat al maandenlang repeteert voor een speciaal voor hen geschreven opera. De opera, geproduceerd door KeyDocs, is gebaseerd op de levens van de spelers, die inmiddels een eigen huis hebben, in de opvang wonen of bij iemand op de bank slapen.

Ze worden niet geportretteerd als een stel zielenpieten, maar als groep die moet overleven en daarbij allerlei (soms criminele) middelen aangrijpt. "Het zijn mensen die in hun nek zijn gebeten en gewond zijn geraakt," zegt Gieling, die merkt dat zijn 'acteurs' opfleuren door de film en de aandacht die ze krijgen. "Het doet ze goed, zelfs als ze bij de grimeur zitten. Bij het schminken merk je dat ze lange tijd niet zijn aangeraakt."

Hannie Stap (64) krijgt net een pruik aangemeten. "Ik moet er goed uitzien," grapt ze. "Ik zoek nog verkering."

Haar rol van Martha, het liefje van Julian, loopt een beetje parallel met haar eigen leven. "Een deel van Martha zit in mij. Ik heb in kraakpanden geslapen en bij mannen op de bank. Ik maakte berovingen mee en op mijn achttiende raakte ik zwanger," zegt Stap, ex-heroïneverslaafde. "De instanties wilden dat ik mijn kind afstond, maar ik wilde haar absoluut niet kwijt. Mijn dochter is nu vijfenveertig en ik heb twee kleinkinderen, plus een mooi huis aan het IJ."

Thuis was er nooit aandacht. Toen haar ouders op haar zestiende overleden, belandde ze op straat. "En daar was het best heftig."

Die heftigheid zit ook in de opera. In het begin stuitte dat wel op weerstand. Volgens De Straatklinkers was het te negatief en bevatte het te veel geweld. Waarom speelden ze geen vrolijke musical?

Stap: "Er waren bezwaren, omdat er een beroving en een moord in zitten. Sommigen vonden het te negatief als we No dope, no God zingen. Maar ik weet dat God weet dat ik in een film speel."

Beeld Charlotte Odijk

Man van de straat

Tegen elven staat iedereen op de 'set', die een hangplek onder een viaduct verbeeldt. Er staan ijzeren hekken, een winkelwagentje, van plastic zeil gemaakte tentjes en veel rommel. Ben van Overmeeren (66), die de blinde Simon speelt, zit vooraan. Vanuit zijn rolstoel schalt hij door de ruimte: "Blind people have nothing to lose." Als hij even uit zijn rol valt en vragend achterom kijkt naar Youssef, de verteller van de opera, reageert deze als door een bij gestoken: "Je moet mij niet aankijken. Je bent blind, man!"

Van Overmeeren blijkt zijn tekst even te zijn vergeten. "Waarom heb je je tekst niet in je hoofd?" vraagt regisseur Gieling. "Ik kan geen tekst meer zien," antwoordt Van Overmeeren en zoekt naar zijn leesbril. Zingen kan hij daarentegen als de beste. Vroeger zong hij vaak in cafés op en rond de Zeedijk en werd dan in natura betaald, zegt hij.

Joie de vivre
Van Youssef Boucenna (52), die naar eigen zeggen 'een klein crimineeltje' was en verslaafd was aan alcohol, leert Van Overmeeren nu met geld omgaan. "Boucenna is de armste van het stel. Die heeft werkelijk niets. Hij leert me waar je kleding kunt halen en hoe je beheerst met geld moet omgaan en toch joie de vivre kunt behouden."

Het duurt even voordat de scène met Simon echt op gang komt. Een van de acteurs werkt nog snel een boterham naar binnen, terwijl een ander zijn mobiele telefoon opneemt. Regisseur Gieling laat het gelaten over zich heen komen. Hij heeft eerder met De Straatklinkers gewerkt voor de film Erbarme dich.

Als Simon door speler Alfredo Grinate (55) uiteindelijk in een wurggreep wordt genomen en beroofd wordt, gaat het koor echt los en zingt het enthousiast: "Hit him on the head, hit him on the head." Het hondje van Grinate, dat voortdurend dwars door de repetities heen loopt, springt enthousiast tegen de rolstoel op.

De scène gaat een paar keer over. "Die beroving kan best wat echter. Probeer in zijn zakken te graaien en pak hem eens goed vast als je hem berooft," zegt Gieling.

Van Overmeeren: "Dat kan hij best hoor, Alfredo is een man van de straat."

Beeld Charlotte Odijk

Ruig type

Grinate, die Staps zoon Kevin speelt, kent het klappen van de zweep. Na lang dakloos te zijn geweest, heeft hij inmiddels zijn eigen 'huisje'. Toch gaat hij elke dag even naar zijn maatjes in het Sarphatipark om een biertje te drinken.

Het is inmiddels na twaalven als hoofdrolspeler Marcel Bergmeyer (50) mompelend binnenstapt. "Ik had nog wat dingetjes te doen." In een hoekje trekt hij zijn toneeloutfit aan: een slobberbroek met een touw erom. De regisseur neemt nog een paar scènes met hem en enkele anderen door, terwijl de rest van de groep wat liedjes instudeert.

Dan is het tijd voor een pauze. Op stafel staan broodjes, beleg en pakken sap klaar. Koorlid Gesina Hoogsteen - 'liever geen leeftijd' - krijgt een blauwe pruik op, om er wat woester uit te zien. Bergmeyer heeft weinig nodig. "Ze hebben me juist voor deze rol gevraagd omdat ik het image heb van een ruig type."

Hij zit al een jaar of zes bij De Straatklinkers en werkt inmiddels op een boerderij. "Er waren wel verboden vruchten in mijn leven. Vroeger deed ik veel drugs, nu alleen nog alcohol. Het begon allemaal in de jaren tachtig. Ik blowde veel, had een huurachterstand en werd uit mijn studentenflat gezet. Ik sliep bij vrienden, op galerijen en bij junkies in de Staatsliedenbuurt. Ik heb ook wel eens in de bak gezeten, voor iets stoms als boetes."

Stap komt bij hem staan en gaat half op zijn schoot zitten. "We hebben ook nog een vrijscène," zegt ze schalks. Bergmeyer lacht. Meespelen in de opera vindt hij fantastisch. "Alleen met die structuur heb ik wel eens moeite."

Half vier, de opnames zijn na deze intensieve dag klaar. Een acteur ploft neer op een stoel. Tijd voor een blowtje.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden