Plus Interview

Dirigent Ton Koopman: ‘Ik ken geen slechte stukken van Bach’

Ton Koopman heeft wereldwijde roem verworven met zijn interpretaties van Bach. Woensdag werd hij 75 jaar. Dat wordt in het Muziekgebouw vrijdag muzikaal gevierd. ‘Ik leer telkens iets nieuws, zelfs over Bach.’

Ton Koopman: ‘Ik zou al blij zijn, mocht Bach ooit een uitvoering van me horen, dat hij zou zeggen: Jongen, je zit aardig in de buurt.’ Beeld Foppe Schut

Dirigent, organist en klavecinist Ton Koopman, wereldwijd erkend als een van de grote Bachinterpreten van onze tijd, werd woensdag 75 jaar. Zijn verjaardag wordt vrijdag muzikaal gevierd in het Muziekgebouw. Koopman dirigeert dan zijn Amsterdam Baroque Orchestra in werken van Bach, maar ook Haydn (een andere grote liefde) en Brahms.

Koopman ontvangt de verslaggever in zijn ruime werkkamer, waarvan twee wanden tot aan het plafond in beslag worden genomen door oude boeken. Tegen de andere muur staat een klavecimbel, met daarboven tientallen prenten. “Je kunt aan de hand van die prenten en uiteraard de boeken veel te weten komen over muziek uit de tijd van Bach.” Hij zegt minstens 85 procent van zijn enorme bibliotheek te hebben gelezen en kan het bewijzen ook. 

Voor in elk boek zit een zelfgeschreven index. “Veel kunnen lezen is een van de grote voordelen van veel reizen,” zegt Koopman, die de laatste jaren vaker in het buitenland werkt dan in Nederland. “Je leert telkens iets nieuws. Zelfs over Bach, ja. Er wordt veel over hem gepubliceerd, kleine deelonderwerpjes die diep worden uitgespit. Het Bach Jahrbuch is hier bijvoorbeeld zeer waardevol. De dingen die je daar vindt, hoef je dan niet zelf meer uit te zoeken.”

Koopman is dit jaar benoemd tot Präsident des Bach-Archivs Leipzig, een eervolle post die hem toekomt, omdat hij zich zijn leven lang (‘het begon op mijn zesde’) intensief met de muziek van Bach, zijn tijdgenoten en voorgangers heeft beziggehouden. Het resultaat is honderden cd’s (‘meer dan 400, dacht ik’) met niet alleen de complete Bach, maar ook de complete Buxtehude, Bachs held. Het zijn monumentale uitgaven, die veelvuldig in de prijzen zijn gevallen.

De zonen van Bach

“Het Archiv richt zich nu meer op de zonen van Bach, van wie je met overtuiging kunt zeggen dat ze nog steeds ten onrechte in de schaduw van hun vader staan. We zijn aan het overwegen een tijdschrift te beginnen dat De zonen van Bach zou kunnen gaan heten.”

Als Koopman Bachs zonen cijfers zou moeten geven, hoe zou het rapport er dan uitzien? Carl Philipp Emanuel krijgt natuurlijk een tien?

“Ja, een tien, maar het kan ook een vier zijn. Hij wordt in zijn tijd als een uniek genie gezien, maar je leest ook dat hij zo geïnteresseerd was in geld dat hij veel mindere werken heeft geschreven. Dat kun je van zijn vader niet zeggen. Ik ken geen slechte stukken van Bach. Wel stukken waarin hij hoorbaar een jonge componist is, de Neumeister Choralen om eens iets te noemen, maar dat is iets anders. Toen was hij twaalf, dertien. Maar elk stuk heeft wel een mooie maat! Wilhelm Friedemann hoort tot dezelfde categorie als Carl Philipp. Absoluut vergeten in onze tijd, maar hij was echt een groot virtuoos. Zijn klaviermuziek is veel moeilijker dan die van Carl Philipp. En hij heeft fantastische cantates geschreven. Echt heel mooi! Ik ben niet zo’n liefhebber van Johann Christian – mag je eigenlijk niet zeggen natuurlijk, maar ik doe het toch. Ik vind hem een beetje à la mode, modieus. Hij is hoogstens een zeven. Maar Johann Christoph Friedrich, de jongste zoon, is weer een acht. Daar hoor je nooit iets van, eigenlijk. Ik heb weleens een suite van hem uitgevoerd, met in het laatste deel duidelijk op zijn vader geënte contrapuntische passages. Daar leren we uit dat Bach zelfs zijn jongste zoon nog heeft opgeleid.”

“Van Wilhelm Friedemann wordt altijd gezegd dat hij aan lager wal raakte omdat hij niet tegen zijn vader op kon. Er doen lelijke verhalen over hem de ronde, maar omdat er nooit serieus naar is gekeken, weten we niet eens of die waar zijn. We zullen het beeld ernstig moeten bijstellen, is mijn voorspelling.”

Nu we toch opinions reçu aan het ontkrachten zijn: Koopman stelt vrij gedecideerd dat Bach, anders dan vrijwel iedereen denkt, ‘helemaal nooit een vergeten componist is geweest’. “Er is in de jaren 1770 gepoogd een opera omnia van zijn klavierwerken te maken. Als Mozart in Leipzig aankomt, wordt een cantate en een motet van Bach gespeeld. Het idee dat Bach ooit in de vergetelheid raakt om later een grootse comeback te maken past bij het idee van een genie, maar waar is het niet.”

105 keer Haydn

Hoeveel denkt hij nu, op zijn 75ste te weten van Bach en hoe je hem moet uitvoeren, uitgedrukt in een percentage? “Ik denk dat ik op 30, hoogstens 40 procent zit. Ik zou al blij zijn, mocht Bach ooit een uitvoering van me horen, dat hij zou zeggen: ‘Jongen, je zit aardig in de buurt.’”

Tot slot. Zou Koopman, als hij 150 zou worden, overwegen naast een integrale Bach en Buxtehude een volledige Telemann en Graupner op te nemen? “Dat zou niet kunnen omdat de cd-industrie in elkaar is gestort. Wel zou ik graag een poging doen alle 105 symfonieën van Haydn vast te leggen. Ik zit inmiddels op zestig. Dus dat zou nog kunnen lukken.”

Amsterdam Baroque Orchestra. Ton Koopman 75, Muziekgebouw, vrijdag, 20.15 uur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden