Ten slotte

Dirigent James Levine (1943-2021): wonderkind met grote MeToo-smet

James Levine was meer dan veertig jaar chef van de Metropolitan Opera in New York en daarmee de grootste machtsfactor van de klassieke muziek in de Verenigde Staten. Hij stierf al op 9 maart, maar zijn dood werd woensdag pas bekendgemaakt.

Conductor and pianist James Levine photographed in New York City in 1982. (Photo by Jack Mitchell/Getty Images) Beeld Getty Images
Conductor and pianist James Levine photographed in New York City in 1982. (Photo by Jack Mitchell/Getty Images)Beeld Getty Images

Hij maakte of brak zangcarrières. Hij schaafde net zo lang aan zijn orkest tot het een van de beste, zo niet het allerbeste ter wereld was. Hij bekleedde daarnaast buitengewoon goed betaalde leidende functies bij de Münchner Philharmoniker (1999-2004) en de Boston Symphony Orchestra (2004-2011). Zijn carrière verliep zo voorspoedig en zijn reputatie was zo groot, dat hij er stilletjes vanuit was gegaan dat hij Herbert von Karajan kon opvolgen als chef van de Berliner Philharmoniker. Dat de musici niet hem, maar de Italiaan Claudio Abbado kozen voor de koningstroon, beschouwde hij als een nare smet op zijn blazoen.

In 2018 kwam er een oneindig veel grotere, onuitwisbare publieke smet bij, toen hij bij de Metropolitan Opera (Met) werd ontslagen na verdenkingen van en onderzoeken naar seksueel wangedrag en machtsmisbruik, waarvan jonge mannen het slachtoffer waren. Verhalen over zijn gedrag deden al decennia de ronde in de muziekwereld, maar pas in 2017, in de slipstream van #MeToo, traden drie mannen naar buiten met voor Levine schadelijke verhalen. Na een onderzoek meende de Met voldoende grond te hebben voor een ontslag, dat de dirigent aanvocht. Uiteindelijk werd de zaak geschikt. De Metropolitan Opera moest 3,5 miljoen dollar betalen, maar dat geld kon niet voorkomen dat Levine’s reputatie voorgoed bezoedeld was.

En nu is hij dood. Hij was 77 en al jaren fysiek zo gammel dat hij zijn laatste concerten dirigeerde vanuit een rolstoel. Heel vaak zegde hij ook concerten af, op het laatste moment. Hij stierf al op 9 maart. Waarom het bericht van zijn overlijden zo lang op zich heeft laten wachten, is nog onduidelijk.

Wonderkind

James ‘Jimmy’ Levine, zoon van Lawrence Levine en Helen Goldstein, was een wonderkind, dat al op zijn tiende het eerste pianoconcert van Mendelssohn uitvoerde met het orkest van Cincinnati, de stad waar hij in 1943 werd geboren. Op zijn veertiende wist hij dat hij dirigent wilde worden. Na de middelbare school ging hij in New York aan de Juilliard School of Music in de leer bij Jean Morel. Hij maakte de studie niet af, want in zijn derde jaar werd zijn talent opgemerkt door de grote dirigent George Szell, die hem aanstelde als zijn assistent bij het Cleveland Orchestra.

In Cleveland richtte hij het University Circle Orchestra op, bestaande uit jonge musici met een grote belangstelling voor eigentijdse muziek. Over die periode kwamen later onsmakelijke getuigenissen naar boven van musici die destijds door Levine werden vernederd en seksspelletjes moesten doen.

In 1971 maakte hij zijn debuut bij de Met, met Puccini’s Tosca. Zonder te kunnen repeteren met de grote sterren in de hoofdrollen (Grace Bumbry als Tosca en Franco Corelli als Cavaradossi) dirigeerde hij een onvergetelijke voorstelling. Twee jaar later, na het vertrek van Rafael Kubelík, werd hij aangesteld als eerste dirigent. Hij zou uiteindelijk 2552 keer een opera in de Met dirigeren, waarbij hij met evenveel gemak Mozart, Verdi, Wagner of Berg op de lessenaar legde.

Unieke klank

Het orkest was in de eerste jaren niet van wereldniveau, maar met Levine aan het roer, die net zo lang musici ontsloeg en verving totdat hij het door hem gewenste keurkorps bijeen had, veranderde dat. Onder zijn leiding, die nooit uitbundig of showy was, maar altijd in dienst stond van de muziek, kreeg het orkest van de Met een unieke klank, gekenmerkt door totale kleurversmelting, adembenemende ruimtelijkheid en zuiverheid en een volle, fluwelen aanschijn, die met name de opera’s van Wagner tot unieke gebeurtenissen maakten.

Veel nieuwe muziek dirigeerde hij niet. Hij was van mening dat sinds Wozzeck van Berg of The Rake’s Progress van Stravinsky, die tot zijn paradepaardjes behoorden, er weinig opera’s van datzelfde niveau waren gecomponeerd. Zijn traditionele instelling bleek ook uit zijn verzet tegen boventiteling van de opera’s, een gevecht dat hij uiteindelijk moest opgeven.

Zijn roem in de VS mocht dan alles en iedereen in de schaduw stellen, zijn concerten in München werden vaak bekritiseerd, en niet alleen omdat zijn jaarsalaris van ruim een miljoen op gespannen voet stond met de bezuinigingen die het orkest moest doorvoeren. Bij het Concertgebouworkest kwam hij nooit langs.

In 2017 gaf hij met Verdi’s Requiem zijn laatste concert in de Met. Hij was toen geen schaduw meer van zijn ooit zo blakende en inspirerende zelf.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden