Edo de Waart: ‘Ik vergat de muziek weleens.’

Plus Interview

Dirigent Edo de Waart is bijna orkestloos: ‘Ik geniet nu veel meer’

Edo de Waart: ‘Ik vergat de muziek weleens.’ Beeld Jesse Willems

Na bijna een halve eeuw chef-dirigentschap is Edo de Waart binnenkort orkestloos. Eind dit jaar loopt zijn contract af bij het New Zealand Symphony Orchestra (NZSO). Vanuit Nieuw-Zeeland blikt De Waart terug.

Voor Beethoven reist Edo de Waart met alle liefde naar de andere kant van de wereld. Voor de uitvoering van alle negen symfonieën van de componist staan de steden Wellington en Auckland op zijn programma. De eerste cyclus heeft hij net afgerond en dat is de 78-jarige dirigent niet in zijn koude kleren gaan zitten. “Achttien symfonieën van Beethoven in twee weken hakt erin, ongeacht je leeftijd.”

De Waart kreeg halverwege de eerste reeks griep, waardoor hij de Achtste en Negende zittend dirigeerde. “Ondanks dat ik me niet fit voelde, heb ik intens genoten. Beethoven is voor mij de allergrootste. Als ik één componist kon kiezen van wie ik de muziek mocht meenemen in mijn graf, zou het Beethoven zijn.”

Wat betreft werkplek, had De Waart het slechter kunnen treffen. Het Michael Fowler Centre in Wellington, de thuisbasis van het New Zealand Symphony Orchestra, ligt aan een schilderachtige baai die is omringd door bergen. Na het Beethovenfestival doet De Waart in november nog twee programma’s met zijn NZSO, daarna is hij chef-dirigent af.

Na bijna vijftig jaar non-stop vaste aanstellingen bij orkesten als het Rotterdams Philharmonisch Orkest, het San Francisco Symphony Orchestra, het Sydney Symphony Orchestra, het Radio Filharmonisch Orkest en het Hong Kong Philharmonic Orchestra, is De Waart dan een vrij man. “Dat vind ik best eng, geef ik toe. Ik ga graag een verbintenis aan voor een langere periode. Als gastdirigent is het een weekje hier en een weekje daar. Ook leuk, maar zo bouw je natuurlijk niet echt iets op.”

Achter de geraniums kruipt hij voorlopig niet. De Waart werkt nog altijd zo’n 26 weken per jaar. Orkesten als het Radio Filharmonisch Orkest, het Antwerp Symphony Orchestra en het Milwaukee Symphony Orchestra verleenden hem de titel eredirigent, waardoor hij er regelmatig terugkeert.

“Deze nieuwe rol voelt gelukkig wel meer goed dan griezelig. Ik moet er alleen nog aan wennen.”

Koppensneller

Om zijn reputatie als orkestbouwer wordt hij alom geroemd. Toch maakten de saneringen die hij bij een aantal orkesten doorvoerde, hem niet altijd even geliefd. Het leverde hem de bijnaam ‘koppensneller’ op. “Maar als chef-dirigent heb je de verantwoordelijkheid het beste uit een ­orkest te halen. Ik heb daardoor keuzes moeten maken die niet altijd even makkelijk waren. Een toegewijde musicus de deur wijzen deed ik echt niet voor mijn lol. Gelukkig beseften mensen achteraf wel dat het een verstandige keuze was geweest.”

Op de vraag of de jaren hem milder maken, antwoordt hij gekscherend: “Je bedoelt suffer zeker?” En vervolgt: “Ik geniet nu veel meer. Vroeger dacht ik dat het allemaal van korte duur zou zijn. Ik voelde me verantwoordelijk voor alles en iedereen en vergat daardoor de muziek weleens. Het blijft lastig voor me om alle blokkades te laten wegvallen, maar dat is wie ik ben.”

Op zijn hotelkamer kijkt De Waart graag naar filmpjes van bewonderde collega’s als Claudio Abbado en Carlos Kleiber. “Gisteren zag ik Kirill Petrenko en de Berliner Philharmoniker. Wat een pure manier van dirigeren heeft die man: een musicus zonder filters. Misschien bel ik hem weleens om te vragen of ik bij zijn repetities mag zitten.”

De Waart woonde en werkte overal ter wereld. Wanneer hij het over thuis heeft, bedoelt hij Madison, in Amerika. Hij is er gelukkig met zijn vrouw Rebecca en twee kinderen – Olivia, 18 en Sebastiaan, 15.

Zijn eerste kennismaking met de Verenigde Staten dateert uit 1964, toen hij op zijn 23ste het Dimitri Mitropoulos Concours won. Het leverde hem een jaar lang assistentschap op bij de New York Philharmonic onder Leonard Bernstein. “Ik had nog nooit voor een beroepsorkest gestaan, dus het was een ongelofelijke ervaring. Toch had ik het best moeilijk in New York. Ik vond de Amerikanen maar oppervlakkig. Bovendien was mijn toenmalige vrouw hoogzwanger van mijn oudste dochter.”

Acceptatie

Tegenwoordig kan hij de positieve instelling van de meeste Amerikanen wel waarderen. “Het is zo makkelijk negatief te zijn, terwijl je er ook het beste van kunt maken. Dat heeft veel te maken met acceptatie. Wij Nederlanders – en Nieuw Zeelanders trouwens ook – kunnen erg goed mopperen. We zouden best eens wat vaker tegen elkaar kunnen zeggen: “Wauw, wat heb je dat goed gedaan.”

Dat hij als Amsterdammer geen chef-dirigent werd van het Koninklijk Concertgebouworkest, heeft De Waart al lang geleden geaccepteerd. “Toen Haitink in 1988 wegging bij het orkest, vielen mijn naam en die van Hans Vonk. Ik wist meteen dat ik het niet zou worden. Ik wilde ook helemaal niet, om verschillende redenen, maar ook omdat ik me er niet capabel genoeg voor voelde. Ik geloof dat Hans en ik uiteindelijk allebei één stem kregen.”

In december is De Waart weer even in Nederland voor een project met het Radio Filharmonisch Orkest, waarvan hij tussen 1989 en 2004 chef-dirigent was. “Bij dat orkest heb ik de beste tijd van mijn leven gehad. Onze Wagner- en Mahlercycli waren een absoluut hoogtepunt. Het voelt nog steeds als een warm bad.”

Wanneer De Waart in Nederland is, logeert hij bij zijn zus in het centrum van Amsterdam. Dan halen ze samen een kroketje in Noord of eten ze poffertjes in Laren. Heel af en toe rijdt hij nog wel eens naar zijn geboortehuis in de Uiterwaardenstraat. Zijn vader was koorzanger bij het Operakoor, moeder maakte huizen schoon. “We hadden het niet breed. Toch bewaar ik mooie herinneringen aan die periode, vooral aan het Amsterdams Lyceum, waar ik een gouden tijd heb gehad. Ik had destijds nog absoluut geen ambities om weg te gaan uit Nederland, maar ben blij dat ik zoveel van de wereld heb mogen zien. En als er iets is wat ik van al dat reizen heb geleerd, is dat het gras niet groener is aan de andere kant van de heuvel.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden