Plus

Dirigent Anton Kersjes was te honkvast voor een grote carrière

Anton Kersjes was in de jaren zestig de bekendste dirigent van Nederland. Thiemo Wind schreef een 'biografisch portret' van de man die het liefst in Amsterdam bleef. 'Ik ben de plaatselijke dirigent.'

Anton Kersjes werd in de jaren zestig, mede dankzij de KRO, de bekendste dirigent van Nederland. Beeld Kors van Bennekom

Anton Kersjes (Arnhem, 1923) was het jongste kind van een postbode en een onderwijzeres. Hoewel er bij zijn vader noch bij zijn moeder sprake was van muzikale aanblazingen, wilde Kersjes, die thuis Toon werd genoemd, voor alles dirigent worden.

Waar deze wens precies vandaan kwam, is onduidelijk. Kersjes vertelde in interviews het verhaal van een oom die hem als kind had meegenomen naar het Arnhemse concertgebouw Musis Sacrum, waar de vonk oversloeg.

Thiemo Wind, auteur van Kersjes' zojuist verschenen 'biografisch portret' Als dirigent word je geboren, weet dat het niet die oom was, 'maar zijn eigen grote broer Henk'. Hoe hij dat zo zeker weet, schrijft hij niet. Eerder op diezelfde bladzijde valt ook de opmerking dat Kersjes' nakomerschap 'ook een ongelukje kan zijn geweest' de lezer nogal rauw op het dak.

Het tekent Winds directe schrijfstijl ('Kersjes en zijn echtgenote zaten goed in de slappe was'), die overigens uitstekend past bij de kenmerkende no-nonsensebenadering van de gebiografeerde.

Kersjes wérd dirigent. Na een vioolstudie in Arnhem en examens in Den Haag, een eerste baan op de achterste rij bij de eerste violen van de Arnhemsche Orkestvereeniging en ­ gedurende de Tweede Wereldoorlog, als gevolg van de Arbeitseinsatz, een betrekking bij het dansorkest De Boekaniers in Münster, ging hij vanaf lente 1943 bij Felix de Nobel lessen koordirectie volgen, nadat Toon Verhey hem had afgewezen voor orkestdirectie.

'Verdomd aardig mokkeltje'
Na de oorlog keerde hij niet terug naar de Arnhemsche Orkestvereeniging, net als Margreet 'Gé' van de Groenekan, het 'verdomd aardige mokkeltje' met wie hij zich in september 1945 zou verloven. Later traden ze in het huwelijk en verhuisden ze naar Amsterdam, waar Gé was geboren.

Ze bleven elkaar trouw tot 2004, het jaar dat Kersjes overleed. Tot op de dag van vandaag zijn ze nog steeds verenigd in de naam van het Kersjes Van de Groenekan Fonds, dat beurzen uitreikt aan uitzonderlijke Nederlandse muziektalenten.

Het geld daarvoor kwam niet van Kersjes, want hij was van dirigeren nooit rijk geworden, maar uit de nalatenschap van Annie Bosboom, een tante van Margreet die na haar dood miljoenen op de bank bleek te hebben staan.

Albert Heijnconcerten
Wind beschrijft de werdegang van Kersjes helder en keurig chronologisch. Van zijn aanstelling als concertmeester van Tuschinkski's theaterorkest, waar hij al snel voor alle denkbare muzikale klussen werd ingezet en dat 'zonder omwegen is te bestempelen als de bakermat van Kersjes' dirigentencarrière', tot zijn jaren bij het Kunstmaandorkest, dat hem in de jaren zestig de bekendste dirigent van Nederland maakte.

Dat was allereerst te danken aan de KRO, die meer dan honderd concerten van Kersjes en het Kunstmaandorkest op televisie heeft uitgezonden, met in de hoogtijdagen meer dan 1,5 miljoen kijkers. Maar ook de zogeheten Albert Heijnconcerten, waarvoor met zegeltjes kon worden gespaard, deden een duit in het zakje. Jarenlang een volle Grote Zaal was het gevolg.

Jan Huck­riede, sinds jaar en dag de grote regelneef achter Kersjes' carrière, bedacht iets nieuws: de dirigent zou bij elk concert een klein inleidinkje houden. Om zeker te zijn dat het ook gebeurde, liet hij dat voordat Kersjes had toegestemd, maar alvast in de folders afdrukken.

Zwervende bestaan
Het succes was groot. De Albert Heijnconcerten bleven 26 jaar bestaan, tot 1990. Het Kunstmaandorkest was toen alweer tweemaal van naam veranderd.

In 1968, toen de Amsterdamse Kunstmaand was opgedoekt, werd het het Amsterdams Philharmonisch Orkest en vanaf 1986, na een door het kabinet Lubbers I opgelegde bezuiniging annex fusie met het Utrechts Symfonie Orkest en het Nederlands Kamerorkest, was de naam Nederlands Philharmonisch Orkest. Kersjes was vanaf dat moment alleen nog gast-dirigent.

In 1991 nam hij afscheid van het dirigentenvak. Hij was pas 67. Veel te jong, vonden velen. Dat vond hij zelf niet.

Hij kon zich alleen gelukkig voelen in de rol van chef. 'Het zwervende bestaan van een gastdirigent beviel hem niet,' schrijft Wind.

Dat is meteen de reden waarom hij geen grote carrière heeft gemaakt. Hij was te honkvast en daarbij van de afwachtende soort. "Ik vind mezelf de plaatselijke dirigent van Amsterdam. Niks meer en niks minder. Ik voel me daarbij als een vis in het water. Want hier is mijn plaats."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden