Plus Interview

Directeur van Poetry International stopt: ‘Je moet blijven knokken’

Oké, het is Poetry International, maar is directeur van zo’n festival een serieuze baan? Bas Kwakman neemt na zestien jaar afscheid met een persoonlijk boek over het Rotterdamse evenement en het nut van poëzie.

Kamran Mir Hazar op het Poetry-podium, 2010. Beeld Tineke de Lange

Eerste avond, de eerste dichter. Na twintig minuten verlaat een man de zaal. Wat krijgen we nou, denkt Bas Kwakman, en hij gaat er achteraan. In de lobby van de Rotterdamse Schouwburg houdt hij hem staande. “Was het zo slecht?” vraagt Kwakman. 

“Integendeel,” zegt de man. Hij vertelt dan dat hij elk jaar een dichter hoopt tegen te komen van wie hij ondersteboven raakt. Vandaag was het meteen raak. “Pang. Wat een kracht. Geen plek meer in mijn hoofd voor welke dichter dan ook.” Hij bedankt Kwakman. “Dit festival is voor mij een groot succes. Ik zie u graag volgend jaar weer.”

Kwakman, nu: “Dat is het nut van poëzie.”

Bovenstaande speelde zich af in 2006, de dichter was Ama Ata Aidoo uit Ghana. De anekdote staat in het boek In poëzie en oorlog. Vijftig jaar Poetry International. Geschreven door Bas Kwakman (1964), die op 1 augustus na zestien jaar stopt als directeur van ’s werelds bekendste internationale poëziefestival. Zijn afscheidscadeau aan het festival, zijn testament.

In Poëzie en oorlog is een a-chronologisch, persoonlijk boek. Zonder ontzag en met zelfspot geschreven. Humorvol, verbazingwekkend en eerlijk. Over de geschiedenis van het 50 jaar oude festival, poëzie en dichters. Over een moeilijke voorganger en conflicten. Over de kracht van gedichten. Het is geen journalistiek of wetenschappelijk-historisch werk. “Dat wilden ze niet op de uitgeverij. Ze zeiden: jij bent een verhalenman, schrijf verhalen.” Dat deed Kwakman al eerder. In 2017 verscheen het fraaie Hotel­kamerverhalen, waarin hij zijn buitenlandse reizen als Poetrydirecteur beschrijft.

“Ik ben een jaar bij Poetry weggeweest. Om dit boek te schrijven en om mijn knallende koppijn te bestrijden. Die hoofdpijn had te maken met mijn baan. Ik werd als directeur gedwongen steeds zakelijker te worden, meer verantwoording af te leggen naar de subsidiënten. Ik werd fulltime manager.”

Migraine

Kwakman wilde programmeren, dichters en festivals bezoeken, zelf schrijven. De tegenstelling met zijn managementtaken bezorgde hem migraine. “Het boek had al door dat ik zou stoppen, want mijn pen schreef soms in de verleden tijd. Toen ik het boek af had, was mijn hoofdpijn verdwenen. En heb ik de definitieve beslissing genomen op te stappen.”

In zijn zestien jaar heeft hij Poetry International door een moeilijke periode geloodst. “Het is geen vanzelfsprekendheid om een internationaal poëziefestival van dit niveau jaar in jaar uit te organiseren. Ik heb een keer gedreigd om met Amsterdam te gaan praten over een overname toen de gemeenteraad moeilijk deed over subsidie. Burgemeester Opstelten sloeg met zijn vuist op tafel: Over mijn lijk!”

“Je moet blijven knokken, al is het concept nog zo simpel: dichter op een podium, een lampje erop, de vertaling op een scherm, en de dichter die voorleest. Je moet weten wat er in de poëzie speelt, de beste dichters uitnodigen. Zorgen dat Poetry wordt gezien als het toonaangevende internationale poëziefestival. En dat is het nog steeds. Dichters komen graag naar Rotterdam.”

We spelen even advocaat van de duivel. Dat moet toch een zinloze baan zijn, directeur van een poëziefestival? Kwakman: “Ik ben een poëziefreak, en het is logisch dat je binnen je poëziefreakisme de hoogste sport van de ladder probeert te bereiken: directeur van Poetry International. Dus voor mij was het een uitermate zinvolle en geweldige baan. En ook voor het publiek in de zaal heeft poëzie zin.”

Aangedaan

Hij vertelt over een vriendin. Hij vroeg haar elk jaar mee, maar ze wilde niet. Ze vond gedichten moeilijk, soms te hermetisch en ze was bang dat ze het niet zou begrijpen. Toen ze toch een keer mee kwam las Sinéad Morrissey uit Ierland een gedicht voor over hoe haar ouders in haar handen zijn gaan zitten. “Na dat optreden zie ik die vriendin helemaal aangedaan tegen een pilaar staan, tranen in haar ogen. Ben je nog steeds bang dat je het niet begrijpt? Ze zei: Ik ben nu niet meer bang dat ik het niet begrijp, maar ik ben nu bang dat die dichter míj begrijpt.”

“Dichters vinden woorden die de lezer zelf niet kan vinden. Woorden die de lezer wel nodig heeft om iets te doorgronden. Dan is dichten geen zinloze bezigheid, dan heeft poëzie zelfs een taak. Dat is mijn definitie van poëzie.”

Bas Kwakman: In poëzie en oorlog. De Arbeiderspers, €27,50, 466 blz. Poetry International in Rotterdam wordt gehouden vanaf vandaag tot en met zondag 16 juni. Tickets op Poetry International.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden