PlusKlapstoel

Directeur Van Gogh Museum: ‘Alleen brand is erger dan sluiten’

Emilie Gordenker (1965) is directeur van het Van Gogh Museum. Vlak na haar overstap vanuit het Mauritshuis sloeg corona toe en ging het museum dicht. Over een week gaan de deuren weer open, op een kiertje.

Emilie Gordenker.Beeld Harmen de Jong

Princeton

“In alle eerlijkheid: ik vond het er verschrikkelijk. Op school was een kwart zoals ik: kind van academici. Een kwart was kind van welvarende zakenmannen die op en neer naar New York reisden, een kwart was townie, vaak van Italiaanse afkomst, en een kwart was nazaat van de tot slaaf gemaakte mensen die met de studenten mee waren gekomen uit het zuiden. Het is een prachtig universiteitsdorpje, maar weerspiegelt ook alle spanningen in de Amerikaanse maatschappij. Met mijn ouders heb ik veel van de wereld gezien. Elke keer als we terugkwamen dacht ik: jeetje, waarom kunnen we niet een beetje normaal met elkaar omgaan? Daar komt bij: ik ben een enorm stadsmens, dus hoe sneller ik naar New York kon, hoe beter.”

Leon Gordenker

“Mijn vader. Hij is afgelopen week overleden, 96 jaar oud. Ik lijk sprekend op hem en we hebben hetzelfde gevoel voor humor. Ik mis hem enorm. Een Amerikaanse politicoloog, die veel heeft bijgedragen aan het denken over internationale vraagstukken als mensenrechten, vluchtelingen of aids. Het is verleidelijk om te denken dat mijn achternaam Nederlands is, maar het is een soort verdraaide Oekraïense achternaam. We denken dat het van Gordjenko komt. Hij studeerde begin jaren vijftig, met een beurs, aan de Sorbonne en woonde in een groot appartement in Parijs. Mijn moeder studeerde Frans in Leiden en zat er ook, in een heel klein flatje, vierhoog met alleen een wastafel. Met haar vriendinnen ging ze bij mijn vader in bad. Zo hebben ze elkaar ontmoet. Een enorm romantisch verhaal.”

Ruslandkunde

“Ik ben van school in Princeton naar Yale University gegaan, een plek met enorm intelligente en gedreven mensen. Ik was goed in talen en had op school al wat Russisch gestudeerd. Rusland, toen nog de ­Sovjet-Unie, was in de jaren tachtig een sexy onderwerp. Het was de tijd van glasnost. Ik ben nog naar Moskou geweest, waar Gorbatsjov probeerde de alcoholkraan dicht te draaien. Met mijn dollars kon ik nog wel wodka kopen, dus was ik overal welkom. Toen ik mijn bachelor had, kreeg ik de kans om met een grote studiebeurs verder te studeren aan de universiteit van mijn vader: Columbia University in New York. Ik hield het er nog geen twee weken uit. Als ik er binnen een maand weg zou gaan, kon iemand anders mijn beurs nog krijgen.”

Bloomingdale’s

“Toen ik mijn beurs voor Columbia opgaf, zat ik met de gebakken peren, want ik moest wel mijn huur betalen. In de zomer had ik een baantje gehad in een kledingzaak, maar daar zeiden ze: als je inkoper wilt worden, moet je naar Bloomingdale’s. Zo gezegd zo gedaan. Ik was assistent-manager van de afdeling mannenpakken, waar ik mensen aan moest sturen die op 6 ­procent commissie pakken verkochten. Een slangenkuil met ontevreden, gillende klanten. Uiteindelijk ben ik kunstgeschiedenis gaan studeren, met als specialisatie Nederlandse kunst uit de zeventiende eeuw. Mijn hoogleraar zei: waarom doe je niet iets met kleding? Je hebt er gevoel voor. Dat werd mijn proefschrift: kleding in de schilderijen van Anthony van Dyck.”

Op Zuid

“Daar woon ik. Heel braaf, ja. Maar we hebben overal gekeken, en in Zuid liepen we tegen een hartstikke leuk huis aan, met het voordeel dat ik naar mijn werk kan lopen en, zeker nu in coronatijd, tussendoor even de post open kan maken. Ik vind het belangrijk dat de directeur in de stad woont. Toen ik nog voor het Mauritshuis werkte, woonde ik in Den Haag. Dat werd zeer gewaardeerd. Veel meer dan in Engeland, Schotland of Amerika is hier de museumdirecteur een public person. Daar moest ik wel aan wennen, maar het siert Nederland. De mensen zijn geïnteresseerd in wat er gebeurt in musea en gelukkig ben ik niet zo verlegen.”

Vincent van Gogh

“Er is iets directs aan hem. Dat voelen mensen, daar willen ze iets mee. Je wilt niet weten hoe vaak mij een plaatje is gestuurd van een zelfportret van Vincent met een mondkapje. Mijzelf spreekt vooral zijn zichtbare penseelstreek en zijn uitbundige kleurgebruik enorm aan. En er komt nog iets verrassends bij: al die brieven van hem die zijn bewaard. Je kunt Vincent niet even opbellen, maar je komt wel veel dichterbij dan bij Rembrandt of Vermeer, schilders waar ik me tot nu toe mee bezighield. Natuurlijk, je kunt denken: wat valt er aan deze man nog te ontdekken? Nou, genoeg. Er is net weer een fantastisch boek verschenen over de vrouw van zijn broer Theo, Jo Bonger. Dat leert ons van alles over de manier waarop zij hem als het ware in de markt heeft gezet.”

Van Gogh Museum

“Het hoogste haalbare? Je kunt overal wel een rangschikking van maken. Ik wilde graag naar het Van Gogh, omdat het deel uitmaakt van een internationaal netwerk van belangrijke musea. En tegelijkertijd wil ik het hier speelser maken en de grenzen een beetje opzoeken. Minder zenden, meer samenwerken. Bezoekers van het museum komen nooit zonder hun eigen context mee te nemen.”

“Wij hebben hier autoriteit als het gaat om Van Gogh en zijn tijdgenoten. Er zitten hier mensen die daar echt voor hebben doorgeleerd. Dat blijft, maar ik merk dat er openheid ontstaat als je mensen buiten het museum betrekt. Van Gogh wordt over de hele wereld opnieuw ontdekt door jonge mensen, die er prachtige dingen mee maken. We werken samen met modemerk Daily Paper, jonge mensen met een migratieachtergrond, die zich in Vincent van Gogh kunnen vinden. Fantastisch om te zien wat ze ermee doen.”

Blote billen

De Badende vrouw van Edgar Degas. In het tv-programma Buitenhof heb ik er een keurig verhaal over gehouden. Dat je je kunt afvragen wat de plek is van vrouwelijk naakt in het museum. Er is een zinnetje uitgehaald dat de indruk wekte dat ik het schilderij niet ging ophangen, maar dat is nooit aan de orde geweest. Mijn punt was: veel van de discussies die om ons heen razen, komen ook het museum binnenwaaien. In zeke­re zin hebben mijn critici dat bevestigd. Het is ook een eeuwenoude discussie. In de middeleeuwen hadden ze het er al over wat je met naaktheid op schilderijen moet doen. Daar verbaasde ik me wel over: dat dit nou het punt is waar mensen nog over struikelen.”

Corona

“Ben je zes weken on the job en dan dat. De dag dat de deuren dicht moesten, was de droevigste dag die je je kunt voorstellen als museumdirecteur. Er is maar één ding erger: brand. Dan ben je ook nog je collectie kwijt. De schrik was groot, de klap daarna nog groter. Normaal hebben we ruim 4 miljoen euro inkomsten per maand. Dat is vrijwel helemaal weg, dus moeten we keihard bezuinigen. Anders zijn we in een mum van tijd door onze reserves.”

“Als het kan, gaan we 1 juni weer open. We ­beginnen voorzichtig met 25 mensen per kwartier. Dan kom je uit op maximaal 775 bezoekers per dag, 10 procent van wat we normaal gesproken binnenkrijgen. En ja: dan kun je eindelijk die schilderijen goed bekijken. Zo zijn er altijd positieve dingen, maar we gaan het er niet mee redden. Er is nu 300 miljoen euro voor cultuur. Ik begrijp dat iedereen op het moment gilt om hulp van het kabinet, maar ik vind het wel weinig. Wij doen veel voor de economie en daarnaast bieden wij nog iets heel anders: een plek voor bezinning en troost. Ik weet zeker dat we daar allemaal behoefte aan hebben.”

1923

“Ik heb een soort heilige drie-eenheid van mannen die zijn geboren in het jaar 1923 en die mij in mijn leven het meest geïnspireerd en uitgedaagd hebben. De eerste is mijn vader, de allerbelangrijkste. De tweede mijn hoogleraar op de New York University, de Nederlander Egbert Haverkamp Begemann. En de derde Sir Oliver Millar, de conservator van de schilderijen van de Engelse koningin. Geen gemakkelijke mensen, maar razend intelligent. Ze vroegen altijd door, tot het pijnlijke aan toe. Ze wilden écht weten, ze waren écht nieuwsgierig, maar toonden ook respect voor je op het moment dat je met goede oplossingen kwam. Ze hebben me geleerd hoe je problemen aanpakt en hoe je met mensen omgaat.”

Vrouwen in de kunst

“Ik ben de eerste vrouwelijke directeur van het Van Gogh en dat was ik ook bij het Mauritshuis. Ik krijg er de hele tijd opmerkingen over: u bent een vrouw. Ja, dat weet ik ook wel. Ik heb het weleens gehoord: ‘luister, meisje’. Ongelooflijk. Bij het Mauritshuis zei een van mijn begunstigers dat ik voor zijn tienerdochter een rolmodel was. Ik deed wat veel vrouwen dan doen: heel bescheiden zeggen dat je het niet bent. Een jaar later heb ik hem gebeld en gezegd: of ik het nou wil of niet, ik moet je gelijk geven en ik ga er mijn best voor doen. Ik heb gelukkig inmiddels wat vrouwelijke collega’s op directieniveau, maar het zijn er nog steeds opvallend weinig.”

Schotland

“Ik heb er vier jaar gewoond. Slechts vier jaar. Ik was conservator Nederlandse kunst in The National Gallery in Edinburgh. Ik kende er bijna niemand. Best pittig. Maar ik ben enorm gaan houden van het landschap. En ik heb er op een sinterklaasfeestje mijn man ontmoet: Michiel Scherpenhuijsen Rom. Die woonde er toen al vijftien jaar, omdat hij geen zin had om telkens de vraag te krijgen of hij de zoon was van bankier Wim Scherpenhuijsen Rom.”

Hansje Joustra

“Een uitgever van stripverhalen? Ik heb vroeger in die zomers met mijn ouders in Nederland ook Suske en Wiske gelezen. Ik haal er mijn neus niet voor op. Er zijn heel interessante kunstenaars die in deze trant werken.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden