PlusInterview

Directeur Taco Dibbits over de Slavernij-expo in het Rijksmuseum: ‘Met schuld en schaamte kom je niet verder’

Hoofddirecteur van het Rijksmuseum Taco Dibbits. Beeld Daniel Cohen
Hoofddirecteur van het Rijksmuseum Taco Dibbits.Beeld Daniel Cohen

Sinds hij in 2016 hoofddirecteur werd van het Rijksmuseum heeft Taco Dibbits gewerkt aan een tentoonstelling over het Nederlandse slavernijverleden. Vanaf zaterdag is de tentoonstelling eindelijk open.

Zaterdag opent het Rijks voor het eerst sinds 15 december 2020 weer zijn deuren. Wat betekent dat voor u?

“Het is fantastisch dat we weer open kunnen; dat is prachtig. Maar de 1,5 metermaatregel geldt nog, dus er kunnen helaas minder mensen naar binnen dan we zouden wensen. Dit is een onderwerp waar we juist van willen dat zoveel mogelijk mensen er kennis van nemen. Daarom zijn we ook blij dat we de afgelopen weken al schoolklassen hebben mogen ontvangen – dat liep direct storm, en die scholieren zijn de toekomst, dus dat is heel belangrijk. We hebben daarbij ook al kunnen zien hoe mensen worden geraakt als ze de tentoonstelling zien.”

Amsterdam heeft een belangrijke rol gespeeld in het Nederlandse slavernijverleden; (hoe) komt dat naar voren in de tentoonstelling?

“We hebben ervoor gekozen een tentoonstelling te maken over de levens van tien mensen, van wie een aantal een band heeft met Amsterdam. De stad heeft sowieso een belangrijke rol gespeeld in de koloniale slavernij. Zo is het leven van de tot slaaf gemaakte Wally verbonden met de 17de eeuwse Amsterdamse burgemeester Nicolaas Witsen. En Oopjen is een telg uit een Amsterdamse familie. Na de verwerving van Rembrandts huwelijksportretten van Marten en Oopjen, in 2016, hebben we veel onderzoek ­gedaan, maar als je de portretten vanuit een ander perspectief benadert, komen er weer andere dingen naar boven. Martens vader bleek een suikerraffinaderij te hebben gehad en de tweede man van Oopjen heeft in Brazilië gewoond en daar een tot slaaf gemaakte vrouw verkracht.”

Het werk 'Tot slaaf gemaakte mannen graven trenzen' uit circa 1850, kunstenaar onbekend.  Beeld Rijksmuseum
Het werk 'Tot slaaf gemaakte mannen graven trenzen' uit circa 1850, kunstenaar onbekend.Beeld Rijksmuseum

“Er wordt mij wel gevraagd of we dit soort moeilijke ­zaken wel een plek moeten geven in het museum. Het gekke, vind ik, is dat je die vraag nooit hoort bij een boek of een film; daar heb je ook altijd moeilijke of pijnlijke stukken. Het laat op een zeer treffende wijze de spanning zien tussen esthetiek en ethiek: iets kan heel mooi zijn en tegelijkertijd een schaduwzijde hebben. Het zijn nog steeds fantastische portretten; ze zijn ongelooflijk knap geschilderd, maar ze zijn er echter door geworden. In mensenlevens is het niet allemaal rozengeur en maneschijn, mensen doen elkaar ook verschrikkelijke dingen aan. De geschiedenis is niet eendimensionaal, en de ­complexiteit van de geschiedenis is completer gemaakt doordat we ook dit stuk van het verhaal kennen.”

Recensie tentoonstelling Slavernij

De langverwachte tentoonstelling over de slavernij­geschiedenis is indrukwekkend en veelzijdig, schrijft Kees Keijer in zijn recensie. ‘De boodschap is duidelijk, dit wordt geen gezellige tentoonstelling.’ Lees de volledige recensie.

In Ida Does’ documentaire over de totstandkoming van de tentoonstelling zit een prikkelende scène waaruit blijkt dat sommige oudere, veelal witte Vrienden van het Rijksmuseum er nog aan moeten wennen dat termen als ‘slaaf’ en ‘blank’ niet meer in het museum thuishoren. Gaat dat intussen beter?

“Het is een proces. Ik heb dat proces zelf ook doorgemaakt. Toen ik in 2016 hoofddirecteur werd van het Rijksmuseum vond ik slavernij een belangrijk onderwerp om te agenderen en heb ik meteen gezegd dat we er een tentoonstelling over zouden gaan maken. Maar ik ben gaandeweg gaan inzien dat ik zelf ook tal van vooroordelen had. Ik heb er veel van geleerd en het als een heel positief proces ervaren en dat proces is nog lang niet afgelopen, ik blijf nog steeds leren.”

“Vaak wordt me de vraag gesteld: moet ik me dan schuldig voelen, of moet ik me schamen? Ik denk van niet; ik denk dat je met schuld en schaamte niet veel verder komt. Waar het om gaat, is dat we ons rekenschap geven van de geschiedenis. Dat we kennis nemen van de geschiedenis. Daardoor kunnen we onze gemeenschappelijke toekomst op een betere manier vormgeven. Schuldig voelen zorgt er ook voor dat je er liever niks van wilt weten. Ik vind het mooi om te zien bij onze Vrienden; je gaat samen een proces in en daar kom je alleen maar sterker uit. Door er niet bang voor te zijn. Door de geschiedenis te erkennen.”

Taco Dibbits leidt met Yosina Roemajauw, een van de vertellers in de audiotour, en hoofd ­geschiedenis ­Valika Smeulders ­koning Willem-Alexander rond door de tentoonstelling (vlnr).  Beeld Brunopress
Taco Dibbits leidt met Yosina Roemajauw, een van de vertellers in de audiotour, en hoofd ­geschiedenis ­Valika Smeulders ­koning Willem-Alexander rond door de tentoonstelling (vlnr).Beeld Brunopress

Het publiek dat al naar Slavernij is geweest, is zeer divers, van koning Willem-Alexander tot Amsterdamse scholieren. Voor wie is de tentoonstelling ­eigenlijk bedoeld?

“Door de tentoonstelling te openen heeft de koning aangegeven dat het niet alleen een tentoonstelling is voor alle Nederlanders, maar dat de tentoonstelling ook buiten Nederland van groot belang is. De trans-Atlantische slavernij is een onderwerp dat de hele wereld aangaat en dat de hele wereld over gaat. Er is enorm veel aandacht voor de tentoonstelling vanuit de hele wereld; in meer dan honderd landen is er al over geschreven.”

“Het is een tentoonstelling voor iedereen. We hebben ook een familiegids gemaakt, want we hopen dat er ook veel kinderen komen. Nee, ik ben niet bang dat dat een traumatische ervaring oplevert. Als je ziet wat kinderen allemaal zien op YouTube en op televisie… Er worden afschuwelijke verhalen verteld in de slavernijtentoonstelling, want er zijn afschuwelijke dingen gebeurd. Mensen is groot onrecht aangedaan. Ik denk dat alleen maar goed is dat je daar op jonge leeftijd al van op de hoogte bent en meer inzicht in krijgt. Het is een tentoonstelling over mensen, voor mensen. En kinderen zijn ook mensen.”

Slavernij, t/m 29 augustus in de Philipsvleugel van het Rijksmuseum. De tentoonstelling is ook elke vrijdagavond geopend. Tijdens de tentoonstelling presenteert Jörgen Raymann maandelijks een talkshow over het thema slavernij en de doorwerking daarvan. Meer ­informatie en kaartverkoop op rijksmuseum.nl. Op de museumsite zijn ook de tien verhalen uit de ­tentoonstelling te horen.

In cijfers

De tentoonstelling is opgebouwd rond 10 persoonlijke en waargebeurde verhalen

Slavevoyages.com becijferde het aantal in Afrika ingescheepte slaven op 12.521.337. Het aantal dat op de plaats van bestemming is ontscheept, wordt berekend op 10.702.653. Voor de Nederlandse slavenhandel zijn de getallen respectievelijk 554.336 ingescheepte slaven en 475.240 slaven die levend op hun bestemming zijn aangekomen.

Rembrandt schilderde de huwelijksportretten van Marten Soolmans en Oopjen Coppit in 1634.

Kralen en een voetblok nemen het op tegen power paintings

De slavernijtentoonstelling in het Rijksmuseum vertelt persoonlijke verhalen met behulp van gebruiksvoorwerpen en kunstwerken, maar ook met kleuren, spiegels, rechte vormen en cirkels. Het is een sterk staaltje museale scenografie, schrijft Edo Dijksterhuis.

Een tentoonstelling maken over slavernij is geen sinecure. Vanwege de beladen geschiedenis van het onderwerp natuurlijk, maar ook vanwege praktische beperkingen. “Want hoe doe je recht aan de geschiedenis van mensen die geen bezit hadden dat kan worden tentoongesteld, mensen die zelf bezit waren?” Dat zegt conservator ­Eveline Sint Nicolaas, die samen met Valika Smeulders, hoofd geschiedenis, en twee andere conservatoren de ­tentoonstelling samenstelde.

In Slavernij zijn de verhalen over tien uiteenlopende ­levens daarom belangrijker dan de voorwerpen, waarvan er ook minder te zien zijn dan in tentoonstellingen van vergelijkbare omvang. Die verhalen worden verteld in zaalteksten, die bewust beperkt zijn gehouden tot maximaal 150 woorden om er geen ‘leestentoonstelling’ van te maken, en die tot leven komen in de audiotour. De voorwerpen die er zijn, worden gepresenteerd in een bijna ­theatrale setting: een scenografie die ook voelbaar maakt wat niet kan worden getoond. “Van de Curaçaose vrijheidsstrijder Tula vonden we teksten in het Nationaal ­Archief, maar een portret van hem ontbreekt,” geeft Sint Nicolaas als voorbeeld. “Dan zou je een hedendaags portret kunnen laten maken, maar het feit dat zo’n portret er niet is, heeft betekenis op zich.”

Van andere mensen die in slavernij naar Nederland ­werden gehaald, bestaan wel afbeeldingen, vaak als figuranten naast witte meesters. “Het imposante portret van Maurits graaf van Nassau la Lecq te paard hebben we ­bewust lager gehangen dan normaal, zodat de kijker op ooghoogte contact maakt met de zwarte jongen links in beeld,” vertelt Smeulders. “Hetzelfde geldt voor de ­halsband die we juist op een extra hoge sokkel hebben geplaatst.”

Passend in de verzameltraditie van het Rijksmuseum, dat ook het pistool waarmee Pim Fortuyn is vermoord in de collectie heeft en het oudst bewaard gebleven vliegtuig van Nederland, spelen gebruiksvoorwerpen een belangrijke rol in de tentoonstelling. Zo staat een tronco, een voetblok dat eigenlijk niets minder is dan een martelwerktuig, pontificaal middenin een zaal. De kunst­historische topstukken hebben juist een bescheidener plekje. Of zoals Afaina de Jong, de architect verantwoordelijk voor het tentoonstellingsontwerp, het zegt: “We hebben de power paintings, die dominante portretten van rijke patriciërs als Oopjen en Marten, zo opgehangen dat je ze niet meteen ziet.”

Architectuur van slavernij

De meeste tentoonstellingen over slavernij zijn te zien op historische locaties als voormalige plantages en West-Afrikaanse forten. Of in nieuwe, speciaal hiervoor ontworpen gebouwen als het National Museum of African American History and Culture in Washington. Het ­Rijksmuseum valt in geen van beide categorieën. De Jong: “Het Rijksmuseum gaat over de nationale identiteit en vertelt de verhalen over de elite die het land heeft gevormd. Ik wilde binnen die context een nieuwe ruimte creëren voor de mensen en verhalen die hier afwezig zijn. Ik heb daarvoor de architectuur van de slavernij gebruikt, waarin hoogteverschillen een belangrijke rol spelen. Plantagehouders woonden in huizen op palen en slavenhandelaren sliepen in vertrekken boven de kerkers. Tot slaaf gemaakten woonden echter in hutjes met lage ingangen, waardoor ze altijd moesten bukken. In de eerste helft van de tentoonstelling heb ik dat gevoel van compressie proberen over te brengen.”

De Jong deed dat met architectonische ingrepen, waarvan gefragmenteerde spiegelwanden het meest in het oog springen. Ze worden soms verticaal onderbroken, waardoor een soort traliewerk ontstaat. En als de spiegelbanen horizontaal lopen, is dat nooit op ooghoogte, waardoor de bezoeker telkens met zichzelf wordt geconfronteerd, maar gezichtsloos blijft, als een tot slaaf gemaakte wiens identiteit is afgepakt.

In de zaal waarin de verhalen van de opstandige ­Surinaamse Wally en de hardvochtige Amsterdamse plantagehouder Jonas Witzen worden gecombineerd, plaatste De Jong een diagonale scheidswand. “Daar heb ik vitrines in gemaakt, zodat je van de ene belevings­wereld naar de andere kijkt. Er liggen bijvoorbeeld kapmessen in, die vanuit Nederland werden geëxporteerd naar de koloniën voor het oogsten van suikerriet.”

De zaal gewijd aan tot slaaf gemaakten uit Bengalen wordt gedomineerd door een half transparante tunnel in het midden. “De schilderijen hangen aan de buitenwanden. Als je die bekijkt, ben je je steeds bewust van de ­bezoekersstroom in die tunnel en voel je de massaliteit die kenmerkend is voor de Aziatische slavenhandel. ­Andere bezoekers worden figuranten in jouw ervaring.”

De laatste helft van de tentoonstelling gaat over vrijheidsstrijders en het einde van de slavernij. Hier verandert ook de vormgeving. Rechte lijnen en korte zichtlijnen maken plaats voor open ruimtes met cirkels in wand of plafond. De Jong: “Cirkels staan voor solidariteit, maar je kunt er ook een raam of doorgang in zien.”

Kroonluchter van kralen

Afgezien van Look at me Now, het publieksparticipatieproject op de benedenverdieping, bevat Slavernij één hedendaags kunstwerk: La Bouche du Roi van Romuald Hazoumé. Het stelt de plattegrond van een slavenschip voor, gemaakt van jerrycans die in hedendaags Benin worden gebruikt voor benzinesmokkel en die door de kunstenaar zijn bewerkt tot maskers. “We kiezen in deze tentoonstelling voor de persoonlijke insteek,” zegt Sint Nicolaas, “maar dit kunstwerk laat zien hoe mensen ­werden gereduceerd tot anonieme handelswaar.”

De zaal van La Bouche du Roi is 6 meter hoog. De Jong bracht op de helft daarvan een lijn aan en schilderde alles daaronder dieprood. “Dat versterkt het idee dat je in het ruim van een schip zit,” licht de architect toe. “In de daaropvolgende zaal is juist het bovenste deel van de wand ­geschilderd, in blauw: het licht en de lucht die de tot slaaf gemaakten zagen na de Atlantische overtocht. Het blauw verwijst ook naar indigo, een kleur die we te danken hebben aan de plantages, of de blues, de muzieksoort die is ontstaan uit de plantagecultuur.”

Een ander theatraal hoogtepunt vormt de op één na laatste zaal. Hier liggen de wetsteksten die een eind maakten aan 250 jaar slavernij. Ze vallen in het niet bij een installatie van kralen die als een kroonluchter middenin de zaal hangt. Smeulders: “Tot slaaf gemaakten werden op Sint Eustatius soms uitbetaald in kralen, zodat ze ­alleen onderling ruilhandel konden bedrijven en niet konden meedoen aan de reguliere economie. Bij de afschaffing van de slavernij zijn die kralen massaal in zee geworpen, een krachtig gebaar van bevrijding. De kralen zijn maar 1 centimeter in doorsnede, maar in deze ­installatie zijn ze voelbaar in de hele zaal. Ze zijn belangrijker dan die stapel papier.”

Spiegelbanen lopen nooit op ooghoogte, zoals de tot slaaf ­gemaakten ook altijd ­gezichtsloos bleven. Beeld Nina Schollaardt
Spiegelbanen lopen nooit op ooghoogte, zoals de tot slaaf ­gemaakten ook altijd ­gezichtsloos bleven.Beeld Nina Schollaardt
De installatie van kralen. Tot slaaf gemaakten werden op Sint Eustatius soms uitbetaald in kralen, zodat ze alleen onderling ruilhandel konden bedrijven. Beeld Nina Schollaardt
De installatie van kralen. Tot slaaf gemaakten werden op Sint Eustatius soms uitbetaald in kralen, zodat ze alleen onderling ruilhandel konden bedrijven.Beeld Nina Schollaardt
Het portret van Maurits graaf van Nassau la Lecq te paard hangt ­lager gehangen dan normaal, zodat de kijker op ooghoogte contact maakt met de zwarte jongen links. Beeld Nina Schollaardt
Het portret van Maurits graaf van Nassau la Lecq te paard hangt ­lager gehangen dan normaal, zodat de kijker op ooghoogte contact maakt met de zwarte jongen links.Beeld Nina Schollaardt

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden