Plus Interview

Directeur Kim Tuin: ‘Het HEM is een soort Zomer­gasten, maar dan met kunst’

Het HEM is een huis voor cultuur, waar je de hele dag kunt zijn, werken, lezen en kunst kunt ondergaan van steeds nieuwe curatoren, zegt directeur Kim Tuin. ‘Bij ons kan het allemaal op één plek.’

Directeur Kim Tuin van Het HEM: ‘Je kunt hier helemaal niks kopen, daar hebben we bewust voor gekozen.’ Beeld Jakob van Vliet

In de voormalige munitiefabriek op het Hembrugterrein in Zaandam is vrijdag Het HEM officieel geopend, het nieuwe cultuurcentrum van ondernemer en filantroop Alex Mulder. Directeur Kim Tuin (50), eerder directeur van de Stichting NDSM-werf, bedacht een concept waarin wisselende gasten de 10.000 vierkante meter grote, rauwe ruimte naar hun hand mogen zetten. Chapter 1NE vertelt het verhaal van Edson Sabajo en Guillaume Schmidt, de oprichters van het streetwear- en lifestyle merk Patta.

Na de presentatie werd Het Hem omschreven als Tate aan het Noordzeekanaal. Dat schept bepaalde verwachtingen.

“Dat was niet mijn uitspraak. En eigenlijk ook niet die van Alex; dat is ’m een beetje in de mond gelegd. Wij gaan het zeker anders doen dan bij Tate en streven het niet na als ideaalbeeld. Al willen wij wel, net als bij de Tate, ons openstellen voor iedereen. Zij zijn heel erg gericht op een divers publiek. Maar Tate Modern is een museum met een fantastische collectie en wij zijn geen museum. Onze vaste collectie bestaat uit slechts één werk, op maat gemaakt door multidisciplinaire studio RAAAF.”

Wat zijn jullie dan wel?

“Wij zijn een huis voor kunst en cultuur. Maar ik vind zo’n ondertitel altijd een beetje ingewikkeld, omdat het zoveel insluit én uitsluit. We gaan heel veel experimenteren; we nodigen mensen uit bepaalde communities uit om bij ons te komen programmeren. Zij krijgen het hele pand tot hun beschikking; het hele pand moet de belevingswereld van onze gasten gaan ademen.”

“Daarmee halen we op een eigenwijze manier kunst in huis. Kunst en cultuur ontstaan vaak op plekken buiten musea, en musea presenteren die kunst vervolgens. Omdat wij mensen binnen onze muren halen, kan hier ook kunst ontstaan. Het gaat om verhalen. Het verhaal van onze gasten wordt verteld door middel van allerlei verschillende vormen van kunst – muziek, beeldende kunst, theater, opera, noem maar op. Alles wat je zintuigen aanspreekt en een soort shift in je denken veroorzaakt… Dat kan ook eten zijn; een keuken zegt zo ontzettend veel over een bepaalde cultuur – daar leer je van.”

Was dat van meet af aan het idee: kunst inzetten om een verhaal te vertellen?

“Ja. Je kunt natuurlijk programmeren waar andere mensen voor staan, maar je kunt die mensen beter binnen­halen en ze het zelf laten doen. Dat is best een risico, want je geeft een groot deel van de regie uit handen. Maar dat vinden we juist spannend.”

Is dat heel anders dan Nick en Simon, die een tentoonstelling samenstellen in Museum de Fundatie?

“Ik heb dat niet gezien, maar als Nick en Simon daarmee hun verhaal vertellen en hun community aanspreken is dat min of meer hetzelfde. Ik denk ook niet dat ik iets compleet nieuws heb bedacht, maar wij gaan het heel consistent doen. En op grote schaal. Het is een soort Zomer­gasten, maar dan met kunst.”

Waar hebt u uw licht opgestoken?

“Ik heb veel gereisd en overal op de wereld musea, kunstinstellingen, biënnales en manifestaties bezocht. Meestal dacht ik: zo wil ik het niet. Want het is best wel ons-kent-ons in de kunst en er gelden veel regeltjes hoe de dingen wel en niet moeten. Daar werd ik heel recalcitrant van. Ik wist daardoor dat ik het anders wilde doen. Daar zijn de gasten en chapters uit voortgekomen.”

Hoe kiest u uw gasten?

“Redelijk intuïtief. Ik moet het gevoel hebben dat iemand voor veel mensen spreekt. Of dat iemand zich druk maakt om iets waar andere mensen zich ook druk om maken. Dan ontvouwt zich vanzelf een verhaal.”

Hoe zijn Edson Sabajo en Guillaume Schmidt uw eerste gasten geworden?

“Ik was Guillaume in Londen tegengekomen. We hebben een avond zitten praten, toen ik nog niet precies wist wat ik wilde gaan doen. Een paar maanden later kwam hij langs en heb ik hem het pand laten zien. Toen kwamen we te spreken over wat zij met Patta doen en dat sprak mij enorm aan. Ze focussen op het verbinden van mensen, het stimuleren van nieuwe makers en zijn gul in het delen van kennis. Ze zijn loyaal en royaal. Het gaat hen niet alleen om geld verdienen; de productie van hun kleding­lijn is heel zuiver. Dat zijn allemaal dingen die mij inspireren.”

Is het niet moeilijk om een tentoonstelling – of chapter – samen te stellen als alles kan?

“Het vergt veel tijd, aandacht en liefde om het échte verhaal te vinden. Het luistert nauw voordat het klopt en alle ingrediënten erin zitten die nodig zijn om te vertellen wat we willen vertellen.”

Hoe past een boksclinic in hun verhaal?

“Edson geeft runningclinics in samenwerking met Nike, waarmee hij met jongeren naar een marathon toewerkt. Dat doet hij niet uit eigenbelang, maar omdat hij die kids daar echt mee kan helpen. Ik wilde dat op de een of andere manier in hun verhaal integreren. Maar rennen doe je buiten, en ik wilde het proces graag binnen laten zien. Zo kwam ik op boksen; ik ken Michele Aboro, een Britse bokser van Nigeriaanse afkomst die in Sjanghai kinderen van de straat traint, gratis in haar boksschool. En als je dan besluit een boksclinic te organiseren in een kunstcentrum, waarom maak je dan geen kunstwerk van de boksring? Dus hebben we Gabriel Lester gevraagd, en die heeft een installatie gebouwd waarin je kunt boksen, inclusief roze douchecabines.”

Er is ook een kleine white cube, waarin je met twee man tegelijk naar één werk kunt kijken; zou daar als het in een verhaal past ook een Vermeer kunnen hangen?

“Daar is die white cube voor bedoeld; dat we samenwerkingen aangaan met andere kunstinstellingen. We hebben nu een werk geleend van het Centraal Museum, een drieluik van de Amerikaanse streetartlegende Rammellzee. Zonder die white cube had dat niet gekund. Guillaume en Edson vonden die naam overigens maar niks en hebben er een black cube van gemaakt – als we dan toch bezig zijn, laten we dat dan ook maar anders doen.”

Nog iets opvallend anders: de bezoeker verlaat het pand niet via de museumwinkel. Sterker, er is helemaal geen museumwinkel.

“Daar hebben we bewust voor gekozen; je kunt hier niks kopen. Tijdens mijn reizen heb ik een weerstand ontwikkeld tegen het alomtegenwoordige consumentisme, mede door de kunst die ik zag – veel kunstenaars maken zich daar ook druk over. Soms zijn de rijen voor de giftshop langer dan die voor de tentoonstelling. Mensen zitten vast in een kapitalistisch systeem, waarin ik het gevoel heb dat we elkaar een beetje kwijtraken. Ik zou graag willen dat wij kunnen bijdragen aan een tegenbeweging. Dat mensen hier gewoon ervaren; dat ze wat meer openstaan voor het moment dat ze dat aan het doen zijn; een herinnering blijft ook wel als het spannend of inspirerend genoeg was.”

Dus Amsterdammers moeten naar Het HEM voor ­ervaringen?

“Ja, je kunt hier in principe een hele dag vertoeven. Je kunt hier werken, studeren, of gewoon een kopje thee drinken en naar de passerende boten kijken. Je kunt een hapje eten in het restaurant. We hebben een public programme, een bibliotheek waarin de gasten één plank vullen, en een zithoek waar films en podcasts worden geprogrammeerd door onze gasten. Je kunt kunst kijken, daarna nog de muziekbar in… Al die dingen zijn misschien wel te vinden in Amsterdam, maar bij ons kan het allemaal op één plek. Dat maakt het bijzonder.”

Er is sprake van een pilot, waarom is dat?

“Het grote idee is dat hier nog een restaurant en twee ­lagen hotel op het dak gebouwd gaan worden, waarmee ook de indeling van dit pand anders wordt. We hebben beslo­ten om voor de hele ontwikkeling van het gebied ­gewoon open te gaan. We testen alles wat we doen: het programma, het pand, welke mensen erop afkomen, wat er met de omgeving gebeurt… We kijken wel hoe alles loopt. Als er geen streep door het bestemmingsplan was gezet, hadden we dat ook gedaan. Eigenlijk verandert er voor ons niet zoveel.”

Wanneer is de pilot geslaagd?

“Als mensen hier naar buiten lopen en zeggen: wow, zo had ik er nog niet over nagedacht; als ze de belevings­wereld van een ander beter zijn gaan begrijpen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden