PlusInterview

Directeur IFFR: ‘Deze films hebben de aandacht nu hard nodig’

Kersverse festivaldirecteur Vanja Kaludjercic kijkt vooruit naar een buitengewoon ongewone vijftigste editie van het International Film Festival Rotterdam.

Joost Broeren-Huitenga
 Vanja Kaludjercic’ eerste editie als festivaldirecteur wordt er een als nooit tevoren. Beeld Vera Cornel
Vanja Kaludjercic’ eerste editie als festivaldirecteur wordt er een als nooit tevoren.Beeld Vera Cornel

“Het voelt alsof er tien jaar voorbij is gegaan sinds de dag dat ik festivaldirecteur werd,” glimlacht Vanja ­Kaludjercic. Toch is het pas een krap jaar geleden dat de 38-jarige Kroatische het stokje overnam van Bero Beyer als directeur van het International Film Festival Rotterdam, het grootste filmevenement van Nederland – in een normaal jaar tenminste.

Tijdens de vorige editie schaduwde ze Beyer, om de baan van binnenuit te leren kennen. ­Kaludjercic lacht: “Ik weet nog dat Bero zei: maak je niet te druk over het eerste jaar, het team weet wat ze moeten doen. Zelfs als jij het nog niet helemaal onder controle hebt, komt dat festival er wel.”

Een paar weken later ging Nederland voor het eerst in lockdown en was duidelijk dat haar eerste editie verre van normaal zou verlopen.

In tweeën gehakt

En dan viert het IFFR dit jaar ook nog eens zijn vijftigste editie. In de hoop dat jubileum toch nog met de gepaste feestelijkheid te kunnen vieren, is het festival in tweeën gehakt. Komende week vindt de eerste helft plaats, met een relatief klein programma – 43 lange en 22 korte films – dat volledig online plaatsvindt. In juni volgt deel twee, hopelijk dan weer in volle Rotterdamse bioscoopzalen.

“De allereerste editie van het festival vond in 1972 ook in juni plaats, dus dat voelde logisch,” zegt Kaludjercic. “Tegelijkertijd wilden we onze vaste plek op de internationale festivalkalender niet zomaar loslaten. Dit is het moment dat we de aandacht van de industrie hebben, en de films waar wij voor staan hebben die aandacht hard nodig, nu des te meer.”

Gescript

Het programma voor komende week is uiterst overzichtelijk: één competitie voor korte films, twee competities voor lange films, en een programma met films die later dit jaar in de Nederlandse bioscopen te zien zullen zijn – als die weer open mogen. De twee hoofdcompetities, de Tiger Competition (voor eigenzinnige films van vaak beginnende makers) en de Big Screen Competition (voor meer tijdloze cinema) werden beide uitgebreid, naar respectievelijk 16 en 14 titels.

Die beslissing was al genomen voordat het roer door corona om ging. “Met de kleinere ­selecties dreigden de competities voor mijn gevoel verloren te raken in het grote aanbod van het festival,” legt Kaludjercic uit. “Door ze uit te breiden zetten we ze meer centraal in het programma en benadrukken we hoe belangrijk die competities voor het festival zijn.”

Deze februari-editie biedt zo een IFFR dat is teruggebracht tot zijn essentie. Een zegen voor diegenen die de afgelopen jaren klaagden dat het festival uit zijn voegen barstte en je er door de bomen het bos niet kon zien. “Dit jaar is het een bescheiden boomgaardje,” grapt Kaludjercic.

Less is more, is de grote les die de organisatie leerde van andere evenementen die de afgelopen maanden uitweken naar virtuele edities, zegt Kaludjercic. “Overweldig mensen niet met enorme hoeveelheden events en films. Als je­ ­fysiek een festival bezoekt, plan je je hele dag vol en zie je vier, vijf of misschien wel zes films achter elkaar. Maar dat ga je thuis niet doen; het is al heel wat als mensen één of twee films zien.”

Hetzelfde geldt voor het programma voor professionals, normaal gesproken een omvangrijk deel van het festival. “Het heeft geen zin om dat allemaal online na te willen maken”, zegt Kaludjercic. “De toevallige ontmoetingen waar het festival van aan elkaar hangt, die haar grote kracht vormen, die zijn er nu gewoon niet. Alles is gescript. Dus om filmmakers dezelfde knowhow en connecties en aandacht te bieden, zijn we nu al sinds december met ze in gesprek.”

Nee, het gaat uiteraard niet hetzelfde zijn. “Ik kijk hier vanuit mijn werkkamer uit op de Doelen, normaal gesproken het hart van het festival. De enorme waarde van dat we daar met zijn allen bij elkaar komen, publiek en industrie, filmmakers en cinefielen, de buzz die dan ontstaat – dat gaan we nu missen.”

Maar Kaludjercic kijkt liever naar de mogelijkheden die zijn ontstaan. “De kern van wat we als festival doen, is films uit alle uithoeken van de wereld naar het publiek brengen. Dat doen we dit jaar bij uitstek – we brengen die films nu zelfs tot in je huiskamer.”

IFFR, 1 t/m 7 februari via iffr.com, en van 2 t/m 6 juni

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden